Programmaboekje

danish cancelled

Danish String Quartet - geannuleerd

schubert & sörensen

Danish String Quartet
Flagey
Programma

danish string quartet

Frederik Øland, viool

Rune Tonsgaard Sørensen, viool

Asbjørn Nørgaard, alto

Fredrik Schøyen Sjölin, cello

 

co-production Klarafestival, Flagey

 

flowers provided by Daniel Ost

chocolate gifts provided by Neuhaus

texts by Flagey

 

 

Maxim Shalygin (1985)

Drop after drop (2022)*

 

Franz Schubert (1797 -1828) 

String Quartet No. 15 in G major, D887 (1826) 

  1. Allegro molto moderato 

  2. Andante un poco moto 

  3. Scherzo. Allegro vivace — Trio. Allegretto 

  4. Allegro assai 

 

Interval

 

Bent Sørensen (°1958) 

Doppelgänger (2020)**

 

Franz Schubert (1797 -1828)

Der Doppelgänger (1828), arr. by Danish String Quartet

 

* premiere, commissioned by Festival For Compassion

** Belgian premiere, commissioned by Flagey, Klarafestival, Carnegie Hall (New York), Cal Performances (Berkeley), Arts & Lectures University of California (Santa Barbara), Vancouver Recital company (Vancouver), Muziekgebouw aan ‘t IJ (Amsterdam)

 

Programmatekst

Muziek als oproep tot solidariteit

Naar aanleiding van de oorlogssituatie in Oekraïne opent het Danish String Quartet de avond op symbolische manier met Drop after drop van Maxim Shalygin. Deze Oekraïens-Nederlandse componist schreef zijn nieuwe strijkkwartet speciaal in opdracht van Festivals for Compassion, een initiatief van het Nederlandse Wonderfeel Festival. Festivals en cultuurinstellingen in heel Europa en daarbuiten, waaronder Klarafestival en Flagey, veroordelen unaniem de oorlog en roepen op tot vrede. Door Shalygins nieuwe strijkkwartet uit te voeren betuigen de cultuursectoren overal ter wereld hun steun en solidariteit met hun Oekraïense collega's, artiesten en al diegenen die lijden onder de zinloze oorlog. Drop after drop zal van festival naar festival reizen, en zal online gedeeld worden als een ode aan medeleven en een daad van solidariteit in deze donkere tijden. Componist Maxim Shalygin schrijft over zijn nieuwe strijkkwartet: "Al vanaf de eerste dag van de oorlog in Oekraïne plaagt een vreselijke pijn mij. Telkens als ik mijn ogen sluit wil ik wakker worden uit deze vreselijke droom. Maar helaas… Het is geen droom. Drop after drop verklankt die pijn samen met herinneringen uit mijn kindertijd over mijn familieleden die me vertelden over de oorlogsjaren en oorlogsliederen zongen. Ik hoor die liederen opnieuw weerklinken in mijn hoofd en wou dat ze ophielden..."

 

Vanavond geeft het Danish String Quartet het Belgische startschot van zijn vierjarige Doppelgänger-project. Tijdens dit project pakt het internationaal gelauwerde kwartet jaarlijks uit met een nieuw programma waarin het een van de kamermuziekwerken van Franz Schubert telkens een nieuwe compositieopdracht associeert. De componisten die het kwartet betrekt zijn niet de minsten: Bent Sørensen (Denemarken), Lotta Wennäkoski (Finland), Anna Thorvaldsdóttir (IJsland) en Thomas Adès (Verenigd Koninkrijk). Elk van deze componisten inspireert zijn of haar nieuwe compositie op Schuberts Strijkkwintet of zijn laatste drie strijkkwartetten. De nieuwe werken worden zo Doppelgängers van de beroemde meesterwerken van weleer. Ze weerspiegelen de wederkerige invloed van de muziekwerken van vroeger en nu op het vlak van interpretatie en compositie.

Dat het Danish String Quartet de spits afbijt met het Strijkkwartet nr. 15 in G van Schubert is geen toeval. Dit laatste voltooide kwartet van Schubert is niet alleen een van zijn belangrijkste werken, het is ook een hoogtepunt in de geschiedenis van het genre. Bovendien neemt Schuberts kwartet volgens altviolist Asbjørn Nørgaard een Doppelgänger-achtige positie in tegenover Beethovens Strijkkwartet op. 131 in cis: “Beide componisten werkten aan deze twee hoekstenen van het genre tijdens bijna dezelfde maanden in 1826, en ze werden ook nog eens in dezelfde stad gecomponeerd op minder dan een kilometer afstand van elkaar”. Het is na het horen van dit Opus 131 dat Schubert volgens de legende zou uitgeroepen hebben: “Wat valt er hierna nog te schrijven!” Een gelijkaardige bewondering deelt de hedendaagse componist Bent Sørensen voor Schuberts Strijkkwartet nr. 15 dat hij op jonge leeftijd voor het eerst hoorde. 

 

Een eigen tijdsbeleving

Als tiener was het schrijven van strijkkwartetten voor Franz Schubert een van zijn meest favoriete bezigheden. De meeste van zijn vroege kwartetten dienden ofwel om een bepaalde stijl of techniek te oefenen, ofwel schreef hij ze voor huiselijk gebruik waarbij vrienden of gezinsleden zich verzamelden in intieme kring om de muziek uit te voeren. Vaak was Schubert zelf de altviolist bij dergelijke uitvoeringen. In deze context voltooit hij tot in 1816 elf strijkkwartetten. De daaropvolgende acht jaar componeert hij geen muziek voor kwartet behalve zijn Quartettsatz, het eerste deel van zijn onafgewerkte Strijkkwartet nr. 12. Zijn laatste drie voltooide kwartetten dateren vervolgens van de jaren 1824-1826. In 1824 voltooit hij de kwartetten Rosamunde (nr. 13) en Der Tod und das Mädchen (nr. 14). Zijn Strijkkwartet nr. 15 in G componeert hij tenslotte in juni 1826 in een verbazingwekkend korte periode van tien dagen. Schubert geeft bijna symfonische proporties aan dit laatste kwartet door de lengte van de delen sterk uit te breiden (het openingsdeel alleen al duurt ongeveer 20 minuten) en door de uiterst contrastrijke omgang met ritmes, dynamieken en texturen. Het openingsdeel Allegro molto moderato kenmerkt zich door het gebruik van gepunteerde ritmes en tremolo’s die de muziek een bijzonder spanningsvol karakter geven. Schubert experimenteert in het deel met de afwisseling tussen grote en kleine toonaarden wat muzikaal een spel tussen licht en donker, tussen somber en triomferend, met zich meebrengt. Deze tonale dubbelzinnigheid lost zich pas op in de slotmaten waar de toonaard sol groot bevestigd wordt. Ook het tweede deel Andante un poco moto breidt Schubert sterk uit. Het elegische karakter waarmee het deel opent wordt in de middenpassage op geagiteerde wijze doorbroken door de gepunteerde ritmes en tremolo’s uit het openingsdeel. Het daaropvolgende scherzo Allegro vivace — Trio. Allegretto is dan overwegend luchtig, waarbij het tragere trio (een Ländler) een moment van rust vormt binnen het gehele kwartet. Ook in dit deel keert de tonale ambiguïteit op en zijn er tal van verwijzingen naar de spanningsvolle gepunteerde ritmes van de andere delen. Het zijn de voorbodes voor het krachtige en uiterst onrustige slotdeel. Schubert baseert dit Allegro assai (net als het slotdeel van het Kwartet Der Tod und das Mädchen) op een wilde Italiaanse tarantella. Pas in dit de slotpassage wordt duidelijk welk karakter het spel tussen licht en donker overwint: op grootse en triomfantelijke wijze eindigt Schubert zijn grootse kwartet in de toonaard sol groot.

Ook voor het Danish String Quartet heeft dit laatste kwartet van Schubert een bijzondere betekenis. Volgens altviolist Nørgaard verandert het uitvoeren ervan de tijdsperceptie voor zowel de uitvoerders als voor het publiek: “Op de een of andere manier kom je vast te zitten in het kluwen van de Tijd, waarbij je niet weet of je één minuut of acht uur hebt gespeeld”. “Het komt”, zegt hij, “omdat Schuberts stijl repetitief is. Dezelfde melodieën komen steeds weer terug maar telkens op een andere manier, met een iets andere klankkleur”. 

 

Een muzikaal spiegelpaleis

“De invloeden uit het verleden raken een enigma in mezelf waarin ze wegsmelten”. Zo omschrijft de Deense componist Bent Sørensen (°1958) zijn omgang met de grote voorbeelden uit het verleden. Zijn stijl kenmerkt zich gewoonlijk door een introspectief, verfijnd, soms zelfs meditatief karakter waarbij hij werkt met microtonale klanksferen. Het is niet de eerste keer dat Sørensen en het Danish String Quartet samenwerken. Zo voerde het kwartet zijn Dancers and Disappearance (2018) voor accordeon en kwartet uit net als zijn pianokwintet Rosenbad - Papillons (2013). Met Doppelgänger keert Sørensen na een lange onderbreking terug naar het strijkkwartetgenre. Zijn vorige vier kwartetten schreef hij voor het Arditti String Quartet tussen 1984 en 1993. Doppelgänger dateert van de lente van 2020 en inspireert zich op de bovengenoemde tonale dubbelzinnigheid tussen grote en kleine toonaarden in Schuberts Strijkkwartet nr. 15. Het werk bevat volgens de componist “veel zuivere sol groot- en sol klein-klanken” die hij confronteert met “een zekere weerstand”. Verder omschrijft hij zijn tweedelige werk als opgebouwd met spiegels die zowel intern doorheen de delen als in de macrostructuur terug te vinden zijn: “Schaduwen van gebruikte elementen duiken terug op en creëren nieuwe contouren. Zo ontstaat er een fuga die nadien van een andere kant kan worden ervaren, omdat ze achterstevoren wordt gespeeld. Ik dacht daarbij aan Schubert, aan zijn gevecht met fuga's. Dat gevecht ben ik in deze muziek ook aangegaan”. De lange ontwikkelingspassages en de voortdurende verandering van de puls die hierdoor ontstaan zorgen bij het uitvoeren voor eenzelfde tijdservaring als bij Schuberts kwartet. Zo schrijft altviolist Nørgaard: “Op de een of andere manier bereikt Sørensen dezelfde gemoedstoestand als bij Schubert maar via een andere soort van tijdsmanipulatie. Het is als een tijdloze ruimte”, een spiegelpaleis met talloze verborgen kamers en een spel van schaduwen en herinneringen die de verbeeldingskracht van de componist uitdrukken. 

 

Een spookachtige zelfreflectie

Wanneer Schubert sterft op 19 november 1828 op 31-jarige leeftijd laat hij onder andere veertien liederen na op verzen van de dichters Ludwig Rellstab (1799–1860), Heinrich Heine (1797–1856) en Johann Gabriel Seidl (1804–1875). De componist zelf had waarschijnlijk niet het idee om ze te bundelen als cyclus, maar zijn uitgever Tobias Haslinger ziet er echter commerciële voordelen in. Met de successen van de cyclussen Die schöne Müllerin en Die Winterreise in zijn achterhoofd publiceert hij de liederen in 1829 als de beroemde liederencyclus Schwanengesang D 957. Der Doppelgänger, waarvan we vanavond een instrumentale bewerking horen van het Danish String Quartet, is het voorlaatste lied uit de bundel. De tekst komt van Heinrich Heine die het titelloze gedicht in drie gedichtenbundels publiceert (in 1824, 1827 en 1828). Het lied dateert van drie maanden voor de dood van Schubert. Voor de titel ‘Der Doppelgänger’ baseert hij zich op het derde en laatste couplet van het gedicht: Du Doppelgänger, du bleicher Geselle! Was äffst du nach mein Liebesleid, Das mich gequält auf dieser Stelle So manche Nacht, in alter Zeit? (‘Jij dubbelganger, laat af mijn verleden! Wat gaat jou mijn liefdespijn aan, Wat heb ik hier al niet geleden?’). Het gedicht gaat over een man die een in gedachten verzonken spookachtig gestalte ontwaart in het huis waar zijn geliefde ooit leefde. In de gestalte herkent hij zichzelf, overmand door het verlies van zijn geliefde, vol pijn en liefdesverdriet. Om uitdrukking te geven aan de emotionele geladenheid van het gedicht gebruikt Schubert een uiterst statische begeleiding die hij inspireert op het oeuvre van Johann Sebastian Bach. De begeleiding is namelijk een barokke passacaglia (een genre dat door Bach en diens tijdgenoten gebruikt werd als een variatievorm op een vast baspatroon) en bovendien begint Schubert zijn lied met de openingsnoten van de Fuga in fis, BWV 849 uit Das wohltemperierte Klavier I van Bach. Boven deze gestage, uiterst spanningsvolle begeleiding, weerklinkt de reciterende zangstem die bestaat uit korte frasen. Der Doppelgänger is een van Schuberts meest intense composities. De muziek geeft uitdrukking aan de hopeloze situatie van het hoofdpersonage in het gedicht, een personage die de door ziekte verzwakte componist zonder twijfel ook beschouwt als zijn eigen emotionele Doppelgänger.

Biografie

Danish String Quartet 

Het ontstaan van het Danish String Quartet gaat terug tot de jeugd van de drie Deense leden van het gezelschap, de violisten Frederik Øland en Rune Tonsgaard Sørensen en altviolist Asbjorn Nørgaard. Ze vonden elkaar op een muziekzomerkamp waar ze gezamenlijk muziek maakten. Ze bleven samen spelen en als tieners kwamen ze onder de hoede van de violist en altviolist Tim Frederiksen, docent aan de Royal Danish Academy of Music. Voor ze het wisten waren ze actief als strijkkwartet dat in 2008 met de komst van de Noorse cellist Fredrik Schøyen Sjölin zijn huidige bezetting kreeg. Het kwartet groeide al snel uit tot een van de belangrijkste kamermuzikale stemmen in het Deense muziekleven en kreeg in 2013 ook internationale erkenning als BBC Radio 3 New Generation Artist. In 2020 werd het kwartet verkozen tot Musical America's Ensemble of the Year. Het Danish String Quartet onderscheidt zich met creatieve programma's met werken van de klassieken tot hedendaagse componisten. Ook schuwt het gezelschap uitstappen naar de volksmuziek niet. Zo bevatte de cd Woodworks eigen arrangementen van Scandinavische volksmuziek. De komende jaren staan in het teken van het Doppelgänger-project waarbij het kwartet, net als vandaag, wereldpremières van Bent Sørensen (Denemarken), Lotta Wennäkoski (Finland), Anna Thorvaldsdóttir (IJsland) en Thomas Adès (Verenigd Koninkrijk) combineert met een kwartet of kwintet van Schubert, waar de nieuwe composities op zijn gebaseerd.

 

Maxim Shalygin

Het oeuvre van de Nederlands-Oekraïense componist Maxim Shalygin, geboren in 1985 in Kamjanske (Oekraïne) omvat kamer-, vocale, symfonische, elektro-akoestische muziekwerken, alsook muziek voor theater, ballet en film. Hij houdt ervan het traditionele scala van speeltechnieken uit te breiden door te experimenteren met de vele mogelijkheden op het vlak van het samenklanken van instrumenten. Al deze technieken combineert hij met een dieperliggende psychologische en spirituele onderbouw. Shalygin won met zijn werk tal van prijzen en was composer-in-residence in Izolyatsia [UA], Storioni Festival [NL] en Soundsofmusic Festival [NL]. Hij studeerde compositie bij Irina Ivashenko en nadien bij Boris Tisjtsjenko aan het N. Rimsky-Korsakov Staatsconservatorium van Sint-Petersburg [RU]. Hij vervolmaakte zich verder aan de Nationale Muziekacademie in Kiev [UA] en aan het Koninklijk Conservatorium van Den Haag [NL] waar hij studeerde bij Cornelis de Bondt en Diderik Wagenaar. Momenteel woont en werkt hij in Nederland.

 

Bent Sørensen 

De componist Bent Sørensen (1958) geldt als een van de meest vooraanstaande toondichters van dit moment. In 2018 werd die status bevestigd met het winnen van de prestigieuze Grawemeyer Award for Music Composition voor zijn werk L'lsola della Città. Sørensen studeerde compositie aan de Royal Danish Academy of Music bij Ib Nørholm en aan de Royal Academy of Music in Aarhus bij Per Nørgård. Hij vond al snel zijn eigen weg en haalde zijn inspiratie uit de Deense volksliederen en de klassieke muziektraditie, zonder deze letterlijk te imiteren. Sørensen heeft vele werken geschreven in alle genres waaronder verschillende soloconcerten zoals het tromboneconcert Birds and Bells en het vioolconcert Sterbende Gärten dat in 1996 de Nordic Council Music Prize won. Sinds 2008 doceert hij compositie aan de Royal Academy of Music in Londen.

Extra

18:30

Studio 1, Flagey

Kom meer te weten over de persoonlijke connectie van het Danish String Quartet met Schubert. Of ontdek hoe het symfonisch klinkende Strijkkwartet nr. 15 van Schubert de inspiratie vormde voor het gloednieuwe werk Doppelgänger van Bent Sørensen. Dramaturge Lalina Goddard modereert tijdens deze klankproeverij voorafgaand aan het concert. Gesprek in het Engels.

Partners

main partners
Klara, KPMG, Nationale Loterij-meer dan spelen

festival partners
Brouwerij Omer Vander Ghinste, Interparking, Proximus, Yakult

public funding
BHG, Nationale Bank van België, Vlaamse Gemeenschap, Vlaamse Gemeenschapscommissie

cultural partners
Bozar, Concertgebouw Brugge, Davidsfonds, DESINGEL, Flagey, KVS, Muntpunt, Théâtre Les Tanneurs

official festival suppliers 
Brand it Fashion, Café Costume, Café Victor, Casada, Daniel Ost, Fruit at Work, Humus X Hortense, Harvest, Les Brigittines, Neuhaus, Pentagon, Piano’s Maene, Thon Hotels

media partners 
BRUZZ, BX1, Canvas, Clearchannel, De Standaard, Eén, La Libre, La Première, La Trois, Musiq3, Radio 1,  Ring TV, visit brussels