Programmaboekje

City of Birmingham Symphony orchestra

City of Birmingham Symphony Orchestra

weinberg, stravinsky & tchaikovsky

City of Birmingham Symphony Orchestra
Programma

City of Birmingham Symphony Orchestra

Mirga Gražinytė-Tyla, direction

Patricia Kopatchinskaja, violin

 

flowers provided by Daniel Ost

chocolate gifts provided by Neuhaus

texts by Arne Herman

 

 

mieczyslaw weinberg

Symphony No. 4, Op. 153

  1. Lento

  2. Allegro molto - Moderato

  3. Adagio

  4. Andantino

 

igor stravinsky

Violin Concerto in D major, W61

  1. Toccata

  2. Aria I

  3. Aria II

  4. Capriccio

 

pyotr ilyich tchaikovsky

Symphony No. 4 in F minor, Op. 36

  1. Andante sostenuto - Moderato con anima

  2. Andantino in moto di canzone

  3. Scherzo (pizzicato ostinato - allegro)

  4. Finale (allegro con fuoco)

Programmatekst

Driemaal buiten de lijntjes

 

Er zit waarheid in het romantische cliché dat de beste componisten pas laat de erkenning krijgen die hen toekomt. Onder leiding van hun bevlogen chef-dirigent Mirga Gražinytė-Tyla brengt het City of Birmingham Symphony Orchestra drie componisten voor het voetlicht, die geen van allen in een hokje pasten en precies daarom hun stempel drukten op de muziekgeschiedenis.

 

Van lichtend voorbeeld naar schaduwfiguur

 

De levensloop van de Poolse componist Mieczyslaw Weinberg (1919-1996) leest als een romantische tragedie. In zijn jonge jaren was Weinberg een veelbelovend pianist, wiens carrière echter bruusk werd afgebroken toen hij in 1939 naar Minsk moest vluchten bij de invasie van de nazi’s. In 1943 kwam hij in Moskou terecht, waar hij tot het einde van zijn leven bleef. Ooit werd hij door Sjostakovitsj geprezen als een van de beste Sovjetcomponisten, en tijdens zijn leven werden zijn composities uitgevoerd door grote solisten. In het Westen is Weinberg echter altijd een schaduwfiguur gebleven, omdat er vooral interesse was voor de meer subversieve componisten uit de Sovjet-Unie. Zelf was Weinberg nooit geïnteresseerd in ideologie, en zijn muziek neigt eerder naar een post-romantische (en vanuit Sovject-oogpunt ook dociele) verderzetting van de Russische symfonische traditie, met wortels tot Glinka en Rimski-Korsakov. Sinds enkele jaren wordt Weinbergs enorme oeuvre met onder meer 26 symfonieën, 17 strijkkwartetten en zeven opera’s, gretig herontdekt. 

 

Kamersymfonie als rapsodie

 

Weinbergs Kamersymfonie nr. 4 uit 1992 kan gerust als de apotheose van zijn symfonische stijl worden beschouwd, omdat het een intuïtieve symfonische stijl verbindt aan enkele spitsvondigheden. Hoewel een beperkte bezetting standaardpraktijk is voor een kamersymfonie, is deze wel erg uitzonderlijk. Weinberg componeerde zijn laatste werk namelijk voor een strijkorkest, klarinet en triangel. Ook de vorm van het werk wijkt af van de conventies. Waar de luisteraar vier afzonderlijke delen verwacht, levert Weinberg een doorgecomponeerd stuk af, waarin de vier gebruikelijke onderdelen weliswaar nog enigszins te onderscheiden vallen. De ongedwongen, rapsodische vorm wordt ook onderstreept door enkele uitgebreide solopartijen, met name voor klarinet, viool en cello. Het openingsdeel van Weinbergs Kamersymfonie draait volledig rond een koraalmelodie die als een rode draad doorheen heel Weinbergs oeuvre loopt. De strijkers zetten het werk op bijna minimalistische wijze in, tot de soloklarinet binnenkomt en uiteindelijk ook de koraalmelodie overneemt. De tweede en derde episodes worden gekarakteriseerd door solostische duo’s: eerst kibbelen de cello en de viool onderling, en vervolgens meten de klarinet en de lage strijkers zich. In de slotepisode keert de nostalgische en bijna desolate atmosfeer van het openingsdeel terug, al brengt de klarinet een dankbare nuance aan met melodieën die meer dan eens aan de Joodse klezmermuziek doen denken. Een declamatorische cadens van de klarinet wordt onthaald op pizzicato’s in de lage strijkers, waarna de symfonie langzaam uitdooft. De triangel heeft het laatste woord. 

 

Een modernist met vele gezichten

 

De figuur van Igor Stravinsky (1882-1971) is niet weg te denken uit het vroege modernisme. De stilistische veelzijdigheid van de Russische componist, die hem beschrijvingen opleverden van expressionist, dodecafonist, nationalist en modernist, maakt hem tot een absolute spilfiguur. Na enkele woelige jaren ging Stravinsky in de jaren 1930 schijnbaar op de rem staan. Niet alleen klinken zijn werken uit die periode wat conventioneler en grijpen ze terug naar modellen van Mozart of zelfs Bach, ze zijn ook opnieuw geformuleerd in traditionele vormen zoals de symfonie, het concerto of de sonate. Ten tijde van het fenomeen zelf werd dit zogenaamde ‘neoclassicisme’ vaak geïnterpreteerd als een vorm van pastiche (“Mozart met de verkeerde noten”). Door de aanwezigheid van Stravinsky’s modernistische aspecten zoals de typerende klankarchitectuur en instrumentatie schiet die interpretatie echter tekort. Bij Stravinsky betreft het eerder een aliëneringstechniek: hij plaatst iets dat heel vertrouwd is in een onverwachte context, en verleent zijn muziek op die manier een nieuwe betekenis met een groot instinctief gehalte. 

 

Smeltkroes van stijlen

 

In de zomer van 1931 maakte Stravinsky via zijn uitgever kennis met de Poolse vioolvirtuoos Samuel Dushkin. Een eerste gesprek mondde uit in een samenwerking van vele jaren, met als belangrijkste vrucht Stravinsky’s Vioolconcerto in D. Bijzonder is de instrumentatie van het werk: alle houtblazers zijn driedubbel bezet en de rol van de strijkers is naar conventionele maatstaven vrij beperkt. Doordat Stravinsky erg bewust de kleur van de houtblazers opzoekt, klinkt het werk bij momenten haast als kamermuziek. In het eerste deel valt vooral het openingsmotief op, dat de componist zelf het ‘paspoort tot het werk’ noemde, en dat zal blijven terugkeren doorheen het werk. Typisch in het openingsdeel is Stravinsky’s extraverte en ritmisch fascinerende atmosfeer, die gerust als een erfenis van zijn expressionistische periode kan worden genoemd. Het tweede en derde deel (beide als ‘aria’ aangeduid), tonen dat Stravinsky de grote romantische vioolconcerto’s grondig had bestudeerd. Ook hier ontmoeten lyriek en (quasi-)romantiek de typische Stravinsky-ingrediënten. Het slotdeel verbindt dan weer een goedgeluimde en volkse atmosfeer aan een perpetuum mobile in barokke stijl.

 

Tsjajkovski’s persoonlijke schriftuur

 

De Vierde symfonie van Pjotr Iljitsj Tsjajkovski (1840-1893) markeert de overgang naar zijn hoogstpersoonlijke symfonische stijl, en wel op verschillende vlakken. Enerzijds schreef Tsjajkovski een monumentaal orkestwerk met een eigenzinnig karakter, en van een theatraliteit die enkel afkomstig kan zijn van een voortreffelijk operacomponist. Anderzijds heeft veel van die theatraliteit een pijnlijk autobiografische kant. De componist onderhield een merkwaardige vriendschap met de rijke weduwe Nadezhda von Meck. Schriftelijk was hun relatie bijzonder intiem, maar fysiek was ze volstrekt afstandelijk. Het lijkt erop dat beiden zich de vrijheid permitteerden om elkaar te kennen in geïdealiseerde vorm, als wederzijdse muze. Bovendien werd Tsjajkovski zich meer en meer bewust van zijn homoseksuele geaardheid, waarvoor hij echter niet durfde uitkomen. Hij zag een uitweg in een huwelijk met Antonina Milyukova, aan wie hij eerder lesgaf aan Conservatorium van Moskou. Op dit geforceerde huwelijk volgde voor Tsjajkovski een episode met zelfmoordneigingen, vluchtgedrag en een uiteindelijke scheiding. Tsjajkovski schreef zijn Vierde symfonie in Venetië, en droeg het werk op aan Mme von Meck. De ondertoon van een existentieel pessimisme maakt het wellicht zijn meest meeslepende symfonie. 

 

Noodlotsymfonie

 

De symfonie opent met een omineuze koperfanfare, die uitmondt in een symfonische wals met een tweeslachtig karakter: een lang uitgesponnen melodie pendelt tussen triomf en weemoed. Doorheen het hele openingsdeel blijft het openingsmotief hardnekkig terugkeren, dreigend als een Damocletiaans zwaard. Het tweede deel wordt gedragen door een hobo-solo die veel weg heeft van een aria uit een opera. De onsterfelijke melodie klinkt bitter en zoet tegelijk; een kunst die enkel Tsjajkovski machtig is. Na een spannend scherzo in pizzicato volgt een grandioze finale. Aanvankelijk belooft dit slotdeel, met variaties op een bekend Russisch volkslied, de bevrijding van de sluimerende dreiging. Maar zodra de depressie lijkt te zijn weggeëbd in de aanwezigheid van volks vertier, confronteert het noodlotmotief de luisteraar opnieuw met de harde realiteit. Hoe hachelijk het ook is om muziek te begrijpen in het licht van de levensloop van de componist, in Tsjajkovski’s geval kan men er simpelweg niet omheen. 

 

Arne Herman

Biografie

City of Birmingham Symphony Orchestra

Het City of Birmingham Symphony Orchestra behoort al decennialang tot de beste symfonieorkesten van Europa. Het orkest was reeds te gast in alle grote Europese zalen en op alle gerenommeerde festivals wereldwijd, waaronder het Lucerne Festival, de Salzburger Festspiele, de BBC Proms, en Mostly Mozart in New York. Naast symfonische concerten op topniveau, staat het orkest ook bekend om zijn innovatieve projecten, waaronder een gemeenschapskoor, een jeugdorkest en een ‘Leer- en Participeerprogramma’ dat jaarlijks meer dan 70.000 gegadigden lokt.

 

Mirga Gražinytė-Tyla

De Litouwse dirigente Mirga Gražinytė-Tyla werd in februari 2016 benoemd tot muziekdirecteur van het City of Birmingham Symphony Orchestra, waar ze in de voetsporen treedt van onder meer Sir Simon Rattle, Sakari Oramo en Andris Nelsons. Haar indrukwekkende parcours bracht haar onder meer bij het Los Angeles Philharmonic, het MDR-symfonieorkest en het orkest van de Komische Oper in Berlijn. Ze won de prestigieuze Salzburger Festival Young Conductors Award 2012 en debuteerde vervolgens met het Gustav Mahler Youth Orchestra.

 

Patricia Kopatsjinskaja

De Moldavische violiste Patricia Kopatsjinskaja studeerde compositie en viool aan de Universität für Musik und darstellende Kunst in Wenen. Zowel met het grote romantische repertoire als met het hedendaagse repertoire maakt ze internationaal furore. Kopatsjinskaja is een graag geziene gast op de grote podia, en werkte onder meer samen met Il Giardino Armonico, de Akademie für Alte Musik Berlin, MusicAeterna Perm, het Orchestre des Champs-Élysées, en het Orchestra of the Age of Enlightenment. 

Leden orkest en/of koor

CITY OF BIRMINGHAM SYMPHONY ORCHESTRA

Mirga Gražinytė-Tyla, conductor

Patricia Kopatchinskaja, violin


 

Violin 1

Eugene Tzikindelean 

Jonathan Martindale

Philip Brett

Colin Twigg

Imogen East

Stefano Mengoli

Mark Robinson

Colette Overdijk

Kirsty Lovie

Bethan Allmand

Catherine Chambers

Katharine Gittings

Morane Cohen-Lamberger

Tam Mott

Eloise Prouse

Martin Owen 

 

Violin 2

Peter Campbell-Kelly

Moritz Pfister

Catherine Arlidge 

Amy Jones

Sophie Phillips

Cassi Hamilton

Georgia Hannant

Richard Thomas

Bryony Morrison

Timothy Birchall

Gabriel Dyker

Adam Hill

Lara Sullivan

Henry Salmon 

 

Viola

Chris Yates

Adam Romer

Michael Jenkinson

David BaMaung

Catherine Bower

Jessica Tickle

Sarah Malcolm

Joe Ichinose

Cheryl Law

Kim Becker 

Henrietta Ridgeon 

Matthew Johnstone 

 

Cello

Eduardo Vassallo

Joakim Munkner 

Arthur Boutillier

Miguel Fernandes

Helen Edgar

Catherine Ardagh-Walter 

Jonathan Pether

Sarah Berger

Joss Brookes

Abigail Hyde-Smith 

 

Double Bass

Anthony Alcock

Julian Atkinson

Damián Rubido González

Jeremy Watt

Sally Morgan 

Mark Goodchild

Julian Walters

David Burndrett 

 

Flute

Marie-Christine Zupancic

Veronika Klirova

 

Piccolo

Thaddeus Watson

 

Oboe

Steve Hudson

Emmet Byrne

 

Cor Anglais

Rachael Pankhurst

 

Clarinet

Oliver Janes

Joanna Patton

 

Bass Clarinet

Mark O’Brien

 

Bassoon

Nikolaj Henriques

Britta Cortabarria 

 

Contrabassoon

Margaret Cookhorn


 

Horn

Elspeth Dutch

Jack Sewter

Mark Phillips

Jeremy Bushell

Martin Wright

 

Trumpet

Jonathan Holland

Chris Avison 

Jonathan Quirk

 

Trombone

Richard Watkin

Anthony Howe

 

Bass Trombone

David Vines

 

Tuba

Graham Sibley

 

Timpani

Antoine Bedewi 

 

Percussion

Adrian Spillett

Andrew Herbert

Toby Kearney

 

Harp

Stephanie Beck 

Partners

main partners
Klara, KPMG, Nationale Loterij-meer dan spelen

festival partners
Brouwerij Omer Vander Ghinste, Interparking, Proximus, Yakult

public funding
BHG, Nationale Bank van België, Vlaamse Gemeenschap, Vlaamse Gemeenschapscommissie

cultural partners
Bozar, Concertgebouw Brugge, Davidsfonds, DESINGEL, Flagey, KVS, Muntpunt, Théâtre Les Tanneurs

official festival suppliers 
Brand it Fashion, Café Costume, Café Victor, Casada, Daniel Ost, Fruit at Work, Humus X Hortense, Harvest, Les Brigittines, Neuhaus, Pentagon, Piano’s Maene, Thon Hotels

media partners 
BRUZZ, BX1, Canvas, Clearchannel, De Standaard, Eén, La Libre, La Première, La Trois, Musiq3, Radio 1,  Ring TV, visit brussels