Belcea Quartet
schubert - connesson - beethoven
Hartelijk welkom op Klarafestival!
Festival van Vlaanderen Brussel, Klara en onze partners zijn verheugd jullie opnieuw te begroeten. “I believe audiences aren’t just listening. They are actively contributing”, tekent festivalartiest Barbara Hannigan op in een interview. Concerten zijn een wisselwerking tussen publiek, kunstenaars en wie voor of achter de schermen bijdraagt tot die magische momenten. Samen ‘worden’ we muziek. Become Music!
Hannigan is als dirigent en sopraan een wereldwijde referentie. Bij haar wordt klassieke muziek een hedendaagse en unieke belevenis. Dat inspireert Klarafestival als grootste omroepfestival van het land. Haar veelzijdige talent en dat van vele Belgische en internationale artiesten die met muzikale verhalen heden en verleden verbinden, brengen u ongetwijfeld in vervoering.
Klarafestival opent wervelend met Hannigan als dirigent van het London Symphony Orchestra. Daarna hoor en zie je haar met jonge musici uit haar mentorschapproject Equilibrium Young Artists. In maar liefst 25 concerten presenteren we toptalent als Les Talens Lyriques, het City of Birmingham Symphony Orchestra met Mirga Gražinytė-Tyla en Vilde Frang of het St. Louis Symphony Orchestra met Víkingur Ólafsson. Klarafestival koestert daarenboven de creatie. Het filmconcert Reich/Richter als symbiose van Gerhard Richters schilderijen en de muziek van Steve Reich, de creatie Counterforces van componist Frederik Croene op tekst van dichter Dominique de Groen of de muziektheaterproductie Prey van theatermaker Kris Verdonck met een compositie van Annelies Van Parys zullen u verrassen!
Deze en alle andere concerten zijn mogelijk dankzij de samenwerking met onze culturele partners: Bozar, Flagey, Kaaitheater, Théâtre Varia, Muntpunt, Concertgebouw Brugge en De Singel. Dank ook aan onze private partners KPMG, Proximus, Brouwerij Omer Vander Ghinste, Belfius, Interparking en de spelers van de Nationale Loterij. We zijn erkentelijk voor de steun van de Vlaamse Gemeenschap en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. En tot slot dank aan Klara en VRT: geen omroepfestival zonder die gewaardeerde samenwerking.
Joost Fonteyne
Intendant Klarafestival
Belcea Quartet
Corina Belcea, violin
Pablo Hernán Benedí, violin
Krysztof Chorzelski, viola
Antoine Lederlin, cello
een coproductie tussen Klarafestival & Flagey
uitgezonden op Klara (live)
presentatie door Clara De Decker
—
Franz Schubert (1797 – 1828)
String Quartet No. 10 in E flat major, D. 87
I. Allegro moderato
II. Scherzo. Prestissimo — Trio
III. Adagio
IV. Allegro
Guillaume Connesson (1970)
Les Instants Retrouvés*
I. Molto lento e rubato
II. Presto leggiero
III. Funèbre. Molto rubato
IV. Vivace
- intermission -
Ludwig van Beethoven (1770 –1827)
String Quartet Op. 59 No. 1 (“Razumovsky”)
I. Allegro
II. Allegretto vivace e sempre scherzando
III. Adagio molto e mesto - attacca
IV. "Thème Russe": Allegro
* Belgian premiere jointly commissioned by Klarafestival, Flagey, Arts et Lettre (Vevey), Kölner Philharmonie, Wigmore Hall, Palladium Malmö, Helsinki Seriös, Muziekgebouw aan 't IJ
“Het strijkkwartet is mij van alle instrumentale muziek het liefst: men hoort vier intelligente mensen die zich met elkaar onderhouden, en men lijkt iets van hun conversatie te begrijpen en de eigenzinnigheden van de instrumenten te leren kennen”. Het is een jubelende omschrijving die de dichter Johann Wolfgang von Goethe ons in 1829 nalaat. Het citaat verklapt ons iets over de bijzondere status van het kwartet in zijn tijd. Het schrijven van een goed kwartet was voor zijn tijdgenoten zoals Schubert en Beethoven een bewijs van hun meesterschap, en ook nu nog heeft het genre een speciale betekenis. Voor de Fransman Guillaume Connesson is een strijkkwartet van alle genres het meest intiem en persoonlijk. Zijn gloednieuwe strijkkwartet is dan ook een muzikaal dagboek, waarin we “momenten uit zijn leven, geuren, lichten, muziek, stemmen en zijn geliefden” terugvinden.
Al doende…
De lat ligt hoog bij het schrijven van strijkkwartetten, en dat weet de 16-jarige Franz Schubert. In 1813 voltooit hij zijn Strijkkwartet nr. 10 in Es, D 87 in opdracht van zijn leraar Antonio Salieri. Als basis voor zijn kwartet gebruikt hij de muziek van Wolfgang Amadeus Mozart. Want, afgezien van de uitvinder van het genre (Joseph Haydn), welke componist is niet aan zijn eerste kwartetten begonnen door in de voetsporen van zijn of haar voorgangers te treden? De linken naar Mozart zijn in dit vroege kwartet dan ook talrijk aanwezig. Zo wordt het eerste deel Allegro moderato vergeleken met Mozarts komische opera Bastien und Bastienne en doet het derde deel Adagio denken aan de Priestermars uit Die Zauberflöte. Maar deze vergelijkingen kunnen de jonge Schubert niet veel schelen. Hij is namelijk niet van plan om dit werk te publiceren. Hij schrijft dit ‘oefenkwartet’ om thuis uit te voeren samen met zijn vader en broers, wat waarschijnlijk ook de reden is voor de bijnaam ‘Haushaltung’-kwartet. Bij het componeren ligt ook Ludwig van Beethovens Razumovsky-kwartet op. 59 nr. 1 naast hem, want net als zijn grote idool wisselt hij beide middendelen van plaats waardoor het scherzo – tegen de traditie in – het tweede deel wordt, en introduceert hij in de openingsmaten een melodische kern die aan de basis ligt van zowel de stuwende ritmes als de prachtige melodieën van het kwartet. Dit postuum gepubliceerde kwartet geeft ons dan ook een uniek blik in de artistieke ontwikkeling van de jonge componist.
"De herinnering aan een bepaald beeld is slechts de spijt van een bepaald moment"
Het bovenstaande citaat van Marcel Proust vat voor Guillaume Connesson helemaal zijn Tweede Strijkkwartet samen. Elk van de vier delen van het kwartet ontsluiert ons iets over het leven van de populaire Franse componist. Het eerste deel roept poëtische beelden op van lang vervlogen zomers waarbij de diatonische harmonieën, delicate micro-intervallen en flarden van gezang verwijzen naar de kleurenpracht van de zee. Het virtuoze tweede deel is een ode aan Connessons eerste muzikale herinneringen: fragmenten uit Berlioz' Roméo et Juliette en Puccini's Tosca duiken op, maar ook zijn allereerste compositie Nautilus die hij op zijn 14de schrijft. Het derde deel is een sombere en chromatische klaagzang terwijl het vierde en laatste deel een muzikaal zelfportret is. Het is aan onze fantasie om een plaats te geven aan de opeenstapeling van uitzinnige ritmes en post-romantische passages van dit slotdeel die leiden naar grootse climaxen.
Een nieuwe weg
Het is dankzij visionaire kwartetten zoals het Rasumovsky-kwartet in F, op. 59 nr. 1 van Ludwig van Beethoven dat het strijkkwartet een genre geworden is waarin Connesson zich tegenwoordig van zijn meest persoonlijke kant kan laten zien. Beethoven was er zich heel goed van bewust hoe grensverleggend zijn muziek was. Zo schrijft zijn leerling Carl Czerny dat na de première van het kwartet in 1806 de violist Felix Radicati aan de componist vroeg: "U beschouwt dit toch zeker niet als muziek?" Waarop de componist antwoordde: "Niet voor u, maar voor later." In dit eerste van drie strijkkwartetten van zijn Opus 59 zoekt hij inderdaad nieuwe horizonten op. Zo is de muziek op technisch vlak bijzonder veeleisend voor de uitvoerders, en zijn vooral de dramatiek en de expressiviteit op dat moment ongezien: de onverwachte en verregaande modulaties in alle vier de delen, de ingenieuze omgang met de thema’s die organisch uit andere thema’s lijken te groeien, de soms extreme dynamieken,… Het is niet verwonderlijk dat de jonge Schubert zo vol bewondering was voor Beethovens strijkkwartetten. Nooit eerder schreef een componist een scherzo met dergelijke onvoorspelbare ritmes, melodieën en harmonieën, of weerklonk er een derde trage deel zó somber en intens. En dat voor een genre dat tot dan toe gericht was naar amateurmuzikanten. De stemming klaart pas op in het slotdeel (waarin het derde deel zonder onderbreking overloopt) dat Beethoven baseert op een Russisch volkslied: een triomfantelijke en virtuoze knipoog naar graaf Razumovsky, de Russische ambassadeur in Wenen en amateurviolist aan wie hij het kwartet opdraagt.
Waldo Geuns
Belcea Kwartet
Het Belcea Quartet laat zich niet beperken door traditionele grenzen. Misschien is hun diverse culturele achtergrond wel de reden voor hun dynamische en vrije samenspel. Het kwartet werd in 1994 opgericht aan het Royal College of Music en nam vervolgens deel aan het BBC New Generation Artist programma, voordat het in 2001 de Gramophone Debut Disc award won. Twee decennia later wordt het kwartet, onder leiding van Corina Belcea, geprezen voor hun hoogstaande uitvoeringen van zowel het kernrepertoire voor strijkkwartet als van hedendaagse muziek.
Corina Belcea
Corina Belcea werd in 1975 in Roemenië geboren en studeerde viool bij Radu Bozgan en Stefan Gheorghiu. Op 16-jarige leeftijd verhuisde ze naar Londen om aan de Yehudi Menuhin School te studeren bij Natalia Boyarskaya. Ze voltooide haar studie aan het Royal College of Music bij Felix Andrievsky. Daar werd het Belcea Kwartet geboren, waarvan Corina al 23 jaar de oprichtster en eerste viool is. Ze toert zowel met het kwartet als solo de hele wereld rond en is docent aan de Hochschule der Kunste Bern.
Pablo Hernán Benedí
Violist Pablo Hernán Benedí werd geboren in Madrid. In 2009 verhuisde hij naar Londen om er verder te studeren aan de Guildhall School of Music and Drama bij David Takeno en András Kellerand. Hij is stichtend lid van het Trio Isimsiz en deelde als solist het podium met onder andere de London Chamber Players en het Concerto Budapest. Hij werkt ook regelmatig als leider of sectieleider met Arcangelo, het Concerto Budapest, het Chamber Orchestra of Europe en het Symfonieorkest van de Zweedse Radio.
Krysztof Chorzelski
Krzysztof Chorzelski werd geboren in Warschau in 1971. Nadat hij in 1992 het Wronski concours voor soloviool won, trad hij veelvuldig op in verscheidene Europese concertzalen. In 1996 werd hij altviolist bij het Belcea Kwartet en in 2006 werd hij uitgenodigd door het Alban Berg Kwartet om er als gastviolist op te treden. Hij heeft een grote belangstelling om samen met hedendaagse toonaangevende componisten nieuw werk te creëren voor altviool. Recente premières waren onder andere de altvioolsonate van Pawel Szymanski en Letters from Warsaw van Joseph Phibbs.
Antoine Lederlin
De Franse cellist Antoine Lederlin (1975) voltooide zijn studie aan het Conservatoire National Supérieur de Paris in de klas van Roland Pidoux. Hij werd op 19-jarige leeftijd aanvoerder van de celli bij het Orchestre Philharmonique de Radio France en bekleedt vandaag diezelfde functie bij het Sinfonieorchester Basel. Hij nam het celloconcert van Schoeck op met Armin Jordan en het Orchestre de chambre d'auvergne en speelt regelmatig trio-concerten met violist Midori en pianist Jonathan Biss. Antoine Lederlin is sinds 2006 cellist van het Belcea Kwartet.
main partners
Klara, KPMG, Nationale Loterij-meer dan spelen
festival & event partners
Belfius, Brouwerij Omer Vander Ghinste, Interparking, Proximus
public funding
BHG, Nationale Bank van België, Vlaamse Gemeenschap, Vlaamse Gemeenschapscommissie
cultural partners
AB, Bozar, Concertgebouw Brugge, DESINGEL, Flagey, Kaaitheater, Muntpunt, Passa Porta, Théatre Varia
official festival suppliers
Café Costume, Café Victor, Casada, Daniel Ost, Fruit at Work, Greenmobility, Levi Party Rental, Piano’s Maene, Ray & Jules, Thon Hotels
media partners
BRUZZ, BX1, Canvas, Clearchannel, Davidsfonds, De Standaard, Eén, La Libre, La Première, La Trois, MIVB, Musiq3, Radio 1, Ring TV, visit brussels