Programmaboekje

leonkoro

[uitverkocht] LEONKORO QUARTET

Janáček & Schumann

13.03.2024 — 18:30
Flagey, Studio 1
Voorwoord

Welkom op de 19e editie van Klarafestival! Het thema Crossroads - Come Together verbeeldt als geen ander het samenkomen van het publiek, de artiesten en hun inspirerende concerten. Een ontmoetingsplek waar de top van de internationale klassiek in dialoog gaat met uitdagende creaties en jong talent.  

 

Inspirator van deze editie is festivalartiest Claron McFadden. 'Ik sta op een kruispunt waar stijlen en generaties elkaar kruisen en ontmoeten en met elkaar botsen', vertelde ze ons in een interview. Die uitspraak is de kern van het programma. Geniet van Klarafestival als vrijplaats van hoop, meerstemmigheid en schoonheid in alle mogelijke verschijningsvormen. Als een plek waar het bekende nieuwe betekenis krijgt en waar nieuwe ervaringen je overrompelen.

 

Jan Raes, voorzitter

Joost Fonteyne, intendant

Chantal Pattyn, manager Klara

Programma

Jonathan Schwarz – violin 

Amelie Wallner – violin 

Mayu Konoe – viola 

Lukas Schwarz – cello 

 

Coproduction: Klarafestival, Flagey

In the context of Entre Chien et Loup 23/24 

 

–

 

Leoš Janáček (1854-1928) 

String Quartet No. 1, ‘Kreutzer Sonata’ 

I. Adagio – Con moto

II. Con moto 

III. Con moto – Vivo – Andante 

IV. Con moto – (Adagio) – Più mosso 

 

Robert Schumann (1810-1856)

String Quartet in A Major,  Op. 41 No. 3  

I. Andante espressivo – Allegro molto moderato 

II. Assai agitato 

III. Adagio molto 

IV. Finale. Allegro molto vivace

Programmatekst

Hoe vaak is het niet de liefde die aan de basis ligt van een compositie, een schilderij, een gedicht of een ander kunstwerk? De liefde inspireert kunstenaars om zichzelf te overtreffen en om nieuwe wegen op te zoeken. Treffende voorbeelden hiervan zijn de componisten Leoš Janáček en Robert Schumann. Beiden wenden zich tot het strijkkwartet om de bewondering van hun respectievelijke muzen op te roepen.

 

Een eenzijdige liefde

‘Ik stelde me een arme vrouw voor, gekweld en uitgeput, net zoals de Russische schrijver Tolstoj beschrijft in zijn Kreutzersonate.’ Het zijn de woorden waarmee de 69-jarige Tsjechische componist Leoš Janáček in 1923 in een brief zijn eerste strijkkwartet beschrijft aan zijn vriendin Kamila Stösslová. Zij was de 38 jaar jongere vrouw van een Joodse antiquair. De ontmoeting tussen beiden in 1917 markeert het begin van een van de meest productieve periodes van Janáčeks leven. Alle werken componeert hij met Kamila in gedachten want, zo schrijft hij aan haar: ‘Jij staat achter elke noot, jij, levendig, krachtig, liefdevol. De geur van je lichaam, de gloed van je kussen. Die noten van mij kussen alles van jou.’ Zijn woorden lopen over van passie en verlangen. Gevoed door deze gevoelens schrijft hij zijn eerste strijkkwartet, de verklanking van zijn onbeantwoorde liefde voor zijn muze.

 

Van opwinding tot oncontroleerbare driften

Janáček inspireert zijn kwartet op de donkere sfeer van de novelle De Kreutzersonate van Leo Tolstoj (1828-1910). In de novelle vertelt een ontroostbare man hoe hij in een vlaag van jaloersheid zijn ogenschijnlijk overspelige vrouw vermoordt. De emotionele beleving van het hoofdpersonage staat centraal. De titel van de novelle verwijst naar de centrale rol van de gelijknamige vioolsonate van Ludwig van Beethoven in het verhaal. Tolstoj beschrijft hoe de gejaagde presto-passages van het eerste deel van de vioolsonate de opwinding oproepen die uiteindelijk zal uitgroeien tot oncontroleerbare driften zoals muzikale extase, seksueel verlangen en jaloerse woede.

 

Janáček hoedt zich ervoor om in zijn strijkkwartet directe verbanden te leggen met de novelle. Toch is het niet moeilijk om in de heftige muzikale gebaren en in de opbouw naar de slotclimax de emotionele evolutie van het verhaal van Tolstoj te horen. Onmiskenbaar is daarentegen de rol van het thematische materiaal uit het eerste deel van Beethovens Kreutzersonate. Zo gebruikt Janáček een variant van Beethovens snelle hoofdthema vanaf de derde maat van het openingsdeel (in de vorm van een volksmuziekachtige melodie) en opent het derde deel met het ingetogen tweede thema van de beroemde vioolsonate.

 

Een emotionele ontlading

Janáček houdt ervan zijn muziek op te bouwen met korte en krachtige motieven in plaats van met langgerekte thema’s. In het openingsdeel uit dit zich in een hoofdthema dat uit twee secties bestaat: na twee trage, dramatische openingsmaten volgt de bovengenoemde snelle volksmuziekachtige melodie. Beide secties worden drie keer herhaald, waarna het tweede thema inzet dat opnieuw teruggrijpt naar de openingsmaten. Ondanks het beperkte aantal motieven roept Janáček een breed scala aan sensaties en emoties op. Want de motieven keren steeds terug in andere transformaties dankzij uiteenlopende ritmes, dynamieken en speeltechnieken (zoals tremolo’s, sul ponticello, pizzicato’s…). Ook in het tweede deel speelt Janáček met contrasterende passages en met volks aandoende melodieën. Velen horen in dit deel de opwinding waarover sprake is in Tolstojs novelle. Maar nog treffender is het derde deel met de canonische inzet van het lyrische tweede thema uit Beethovens Kreutzersonate. Stelt deze canon een dialoog voor tussen de vrouw en de vermeende minnaar? De canon wordt herhaaldelijk onderbroken door schrille, herhaalde noten die de waanzin van de echtgenoot verklanken. Het slotdeel herneemt eerst op bijna elegische wijze de eerste maten van openingsdeel. Het is de stilte voor de storm, want het deel kenmerkt zich vervolgens door een emotionele ontlading van spijt en roekeloze wanhoop.

 

Kwartetachtige gedachten

Net zoals bij Janáček kent het strijkkwartetgenre in het oeuvre van de Duitse componist Robert Schumann een bescheiden plaats. Schumann voelt zich eerder thuis in het schrijven van korte pianowerken en liederen. Het is pas dankzij de stimulans van zijn vrouw Clara dat hij zich vanaf 1841 – het jaar van hun huwelijk – waagt aan grotere genres zoals symfonieën en strijkkwartetten. Zijn enige drie strijkkwartetten, verzameld in zijn Opus 41, dateren van 1842. In dat jaar wordt hij namelijk bevangen door wat hij ‘kwartetachtige gedachten’ noemt. Gedurende enkele maanden beluistert en bestudeert hij de kwartetten van Joseph Haydn, Wolfgang Amadeus Mozart en Ludwig van Beethoven, en voltooit kort daarna de drie werken die hij als verjaardagsgeschenk aan zijn kersverse vrouw schenkt.

 

De fantast en de dromer

Dat Schumann zijn derde strijkkwartet inspireert op de kwartetten van zijn voorgangers wordt al duidelijk vanaf de openingsmaten. Van Haydn neemt hij het idee over om het snelle openingsdeel (Allegro molto moderato) te beginnen met een langzame inleiding (Andante espressivo). Mozart en Beethoven zijn te horen in de tonale ambiguïteit en gedurfde chromatische harmonieën in deze openingsmaten. Maar Schumann wil met zijn strijkkwartetten vooral een volgende stap zetten in de evolutie van het genre: ‘Als ik denk aan de hoogste soort muziek die Bach en Beethoven ons nalaten, dan zijn voor mij de zeldzame gemoedstoestanden van belang die de componisten aan mij openbaren. Ik wens dat elk van hun werken een stap verder leidt in het spirituele rijk van de kunst. Ik wens poëtische diepte en nieuwheid in elk detail en als geheel.’

 

Wat Schumann toevoegt aan het genre is de expressieve afwisseling tussen ingetogen en turbulente passages die velen in verband brengen met het dualistische gevoelsleven van de componist. Hij was namelijk hypergevoelig en manisch-depressief, en dit verpersoonlijkt hij in zijn composities in de vorm van twee personages: ‘Florestan’, de wispelturige, onstuimige fantast en ‘Eusebius’, de ontroostbare, introverte, contemplatieve dromer. Deze pseudoniemen treden met elkaar in dialoog in het openingsdeel van zijn kwartet aan de hand van contrasterende thema’s en karakters. Even persoonlijk is zijn omgang met het tweede deel, het Scherzo, dat hij in de variatievorm giet. Mozart en Beethoven gebruikten deze vorm enkel voor langzame bewegingen. Schumann daarentegen vertrekt van een geagiteerd en gesyncopeerd thema waarop hij vijf contrastrijke variaties baseert. Het deel eindigt sereen en kondigt zo het intense derde deel (Adagio) aan. Het is het langste deel van het kwartet, en ook keert Schumanns ongedurige afwisseling tussen aangrijpende lyriek en rapsodische passages terug. De onrust verdwijnt pas in het grandioze slotdeel, dat dankzij de vele gepunteerde ritmes bijzonder opgewekt en feestelijk aandoet. Gelukkige verjaardag, Clara!

 

Waldo Geuns

Biografie

Leonkoro Quartet

Het jonge Leonkoro Quartet, in 2019 opgericht in Berlijn, wordt sinds zijn doorbraak in 2022 bedolven onder internationale lof.  Dankzij die groeiende belangstelling debuteert het kwartet dit jaar in grote concertzalen als de Berliner Philharmonie, Concertgebouw Amsterdam en Konzerthaus Wien. Het ensemble ontving enkele prestigieuze prijzen, waaronder de eerste plaats op de Wigmore Hall International String Quartet Competition en de Concours International de Quatuor à Bordeaux. De naam Leonkoro, Esperanto voor Leeuwenhart, komt van het gelijknamige boek van Astrid Lindgren, dat net als het repertoire van het kwartet wil tonen hoe duisternis en troost naast elkaar kunnen bestaan.

Extra

Er zijn nog tickets beschikbaar voor het Minquet Quartett om 20.00 uur in Studio 4.

Partners

presenting partners
Klara, KPMG

event partners
Belfius, BMW, Proximus, Brouwerij Omer Vander Ghinste, Interparking

public funding
Brussels Hoofdstedelijk Gewest, Nationale Bank, Nationale Loterij-meer dan spelen, Vlaamse Gemeenschap, Vlaamse Gemeenschapscommissie

cultural partners
Bozar, Flagey, Ancienne Belgique, Kaaitheater, Muntpunt

festival suppliers
Maison De La Poste, Fruit at Work, Levi Party Rental, Drukkerij Bosmans, Café Victor, Brussels Booking Desk, Ray & Jules, Maison Dandoy

media partners
VRT 1, VRT Canvas, Radio 1, Bruzz, De Standaard, Knack / Le Vif, La Libre, Musiq3, La Première, La Trois, Ring TV, visit.brussels

KPMG Advertising