Minguet Quartett
Luigi Nono 100
Welkom op de 19e editie van Klarafestival! Het thema Crossroads - Come Together verbeeldt als geen ander het samenkomen van het publiek, de artiesten en hun inspirerende concerten. Een ontmoetingsplek waar de top van de internationale klassiek in dialoog gaat met uitdagende creaties en jong talent.
Inspirator van deze editie is festivalartiest Claron McFadden. 'Ik sta op een kruispunt waar stijlen en generaties elkaar kruisen en ontmoeten en met elkaar botsen', vertelde ze ons in een interview. Die uitspraak is de kern van het programma. Geniet van Klarafestival als vrijplaats van hoop, meerstemmigheid en schoonheid in alle mogelijke verschijningsvormen. Als een plek waar het bekende nieuwe betekenis krijgt en waar nieuwe ervaringen je overrompelen.
Jan Raes, voorzitter
Joost Fonteyne, intendant
Chantal Pattyn, manager Klara
Ulrich Isfort – violin
Annette Reisinger – violin
Aida-Carmen Soanea – viola
Matthias Diener – cello
Coproduction: Klarafestival, Flagey
–
Johannes Ockeghem (ca. 1410-1497)
Chansons
Giuseppe Verdi (1813-1901)
‘Ave Maria. Enigmatic scale harmonised for 4 mixed voices’, from Quattro pezzi sacri
Ludwig van Beethoven (1770-1827)
‘Heiliger Dankgesang eines Genesenen an die Gottheit, in der lydischen Tonart’, from String Quartet No. 15 in A Minor, Op. 132
Luigi Nono (1924-1990)
Fragmente-Stille, an Diotima
2024 is het jaar waarin de Italiaanse componist Luigi Nono (1924-1990) zijn 100ste verjaardag zou vieren. Zijn baanbrekende muziek staat symbool voor de visionaire, nieuwe wind die door de muziekwereld blies vanaf de jaren 1950. Het Minguet Quartett viert Nono’s verjaardag en geeft ons een inkijk in het muzikale universum van zijn enige strijkkwartet Fragmente-Stille, an Diotima. Dit kwartet is namelijk een kruispunt waar de nieuwe paden die de componist opzoekt kruisen met de muziek en de invloeden die hem gevormd hebben.
Bewegende geluiden
Het muzikale universum waarin Nono ons in Fragmente-Stille, an Diotima onderdompelt, centreert zich rond een persoonlijk element: ‘Mijn werken zijn gebaseerd op een menselijke stimulans: een gebeurtenis, een ervaring of een tekst die mijn instinct en mijn ziel raakt’. De ervaring die zijn leven tussen juli 1979 en januari 1980 beheerst – de periode waarin hij zijn kwartet schrijft – is, zoals Nono schrijft, de behoefte ‘om mijn hele bestaan als muzikant en als intellectueel in deze samenleving te heroverwegen, om nieuwe mogelijkheden van cognitie en creativiteit te ontdekken’. In Fragmente-Stille, an Diotima introduceert Nono een nieuw klankidioom. Hij werkt met wat hij ‘bewegende geluiden’ noemt, die op fragmentarische wijze de muziek bepalen. De expressieve muzikale gebaren die het strijkkwartet uitmaken, duren vaak slechts enkele seconden. Het zijn verstilde fragmenten die zich begeven op de grens van het waarneembare. De stilte is daarbij een essentieel onderdeel van de muziek. Van de uitvoerders vraagt Nono om speeltechnieken te gebruiken zoals het wrijven of het slaan met het paardenhaar van de strijkstok, met de stok alleen, of met beide tegelijkertijd. Dan weer spelen de uitvoerders de meest uiteenlopende tremolo’s, vibrato’s en boventonen, werken ze met verschillende gradaties van pizzicato’s, of bespelen ze de viool op, bij, of achter de brug. Van een spanningsopbouw of -afbouw is er geen sprake meer. Nono ontneemt de luisteraar elke steun, want de hele luisterervaring draait om de delicate kwetsbaarheid van de muziek.
Stille liederen
De drijvende kracht achter het kwartet zijn 47 gedichtcitaten van de Duitse dichter Friedrich Hölderlin (1770-1843) die Nono op 52 plaatsen in de partituur noteert. Twaalf daarvan komen uit het gedicht Diotima dat Hölderlin in 1796 schrijft over de vrouw die zijn hoogste ideaal van schoonheid en wijsheid belichaamt. Sommige van de literaire citaten die Nono overneemt bestaan slechts uit één woord. Andere komen meerdere keren terug, zoals ‘... Das Weisst Aber du nicht...’ uit het gedicht Wenn aus der Ferne, dat vijf keer geciteerd wordt. Hölderlins woorden vormen de 'tekst' van het kwartet, maar toch zwijgen ze voor de luisteraar. Nono benadrukt namelijk in het voorwoord van de partituur dat de verzen niet mogen worden gereciteerd of vermeld tijdens een uitvoering. Ze zijn een innerlijk programma, louter bedoeld voor de uitvoerders. Hij noemde ze ‘stille liederen’. De vier uitvoerders ‘mogen ze in stilte zingen zoals zij ze ervaren, als klanken die streven naar de ‘delicate harmonie van het innerlijke leven’’ (Hölderlin).
Het twijfelende hoofd
De enige houvast die Nono geeft, zijn enkele muzikale referenties naar composities van Johannes Ockeghem, Ludwig van Beethoven en Guiseppe Verdi, die hij in Fragmente-Stille, an Diotima verweeft en waarmee Minguet Quartett ons ook laat kennismaken tijdens dit concert. Deze verwijzingen maken deel uit van het veelgelaagde universum van het kwartet, want ze symboliseren elk een levensfase van Nono. Vlak voor het slot duikt bijvoorbeeld in de altviool het thema op van Ockeghems lied Malor me bat, een lied dat in 1501 werd gepubliceerd in Nono's geboortestad Venetië. Ockeghem staat bekend als de ‘vader van het moderne contrapunt’ dankzij zijn nadruk op het gebruik van complexe meerstemmige compositietechnieken. Met het citaat reikt Nono zowel naar de wortels van de muziek als naar zijn eigen achtergrond. Hij had Ockeghems muziek leren kennen tijdens zijn studies bij Bruno Maderna (1920-1973) die hem stimuleerde om nieuwe wegen op te zoeken. De referentie aan Ockeghem toont hoe Nono zich, net als tijdens zijn studies, wil heruitvinden als componist. Of met de woorden van Hölderlin: ‘Toen ik zonk in rouw... Het twijfelende hoofd’.
De vlam van hoop voor het verleden
Dat zijn strijkkwartet een antwoord biedt op die twijfel, toont Nono met de regelmatig terugkerende muzikale aanduiding ‘mit innigster Empfindung’. Het is een verwijzing naar de identieke aanduiding in het strijkkwartet Op. 132, bijgenaamd het ‘Heiliger Dankgesang eines Genesenden’ van Ludwig van Beethoven. Nono gebruikt de woorden in de meest expressieve passages van het kwartet en vraagt op deze momenten aan de uitvoerders om geen vernieuwende speeltechnieken te gebruiken. Heel even dienen ze terug met ‘arco normale’ te spelen. Beethoven schreef zijn kwartet vlak na een lange periode waarin hij niet kon componeren door ziekte. Het kwartet is dan ook een uiting van blijdschap over zijn genezing. Op gelijkaardige wijze vertegenwoordigt Nono’s werk het gevoel van zelfoverwinning, voor het overwinnen van rouw en vertwijfeling. Dit verklaart ook de verwijzing naar het vierstemmige Ave Maria van Verdi uit 1889, het eerste deel van de Quattro pezzi sacri. In dit Ave Maria harmoniseert Verdi een raadselachtige toonladder, de ‘scala enigmatica’. Deze toonladder vermengt zowel elementen van de grote terts-, de kleine terts- als de heletoonstoonladder. De toonladder werd in 1888 gepubliceerd in een krant als een muzikale uitdaging voor componisten. Verdi maakt er in zijn ingetogen Ave Maria een spel van om de moderne expressiviteit van de toonladder te combineren met een schrijfstijl die doet denken aan de Italiaanse renaissancecomponist Giovanni Pierluigi da Palestrina (1525-1594). Nono neemt van Verdi het idee over om van zijn een kwartet een kruispunt te maken tussen het heden en het verleden. Fragmente-Stille, an Diotima vertegenwoordigt zo een nieuw begin ‘naar buiten in lucht en licht, hopend en verdragend’. Deze uitspraak van Hölderlin toont het belang van de dichter voor de componist. Nono verbindt namelijk hoop met het verleden: ‘Het geschenk om de vlam van hoop voor het verleden aan te wakkeren behoort alleen toe aan de historiograaf die er volkomen van overtuigd is dat in het aangezicht van de vijand, als hij wint, zelfs de doden niet veilig zullen zijn. En deze vijand heeft niet opgehouden te overwinnen.’ Het delicate web van fluisterklanken, vluchtige melodieën en muzikale herinneringen toont hoe dankzij het verleden de deur naar de toekomst zich opent.
Waldo Geuns
Minguet Quartett
Het Minguet Quartett ontleent zijn naam aan de 18e-eeuwse Spaanse filosoof en muziekpedagoog Pablo Minguet. Met hem deelt het kwartet de missie om kunst open te stellen voor het grote publiek, en dit doen ze intussen dan ook wereldwijd in de belangrijkste concertzalen. Al sinds de oprichting in 1988 zet het Minguet Quartett zich even sterk in voor het klassiek-romantische als voor het moderne strijkkwartetrepertoire. Zo heeft het de strijkkwartetten van onder andere Wolfgang Rihm, Peter Ruzicka en Jörg Widmann integraal op CD gezet en voert het kwartet regelmatig nieuwe creaties uit, vaak in combinatie met verwante werken uit het klassiek-romantische repertoire.
presenting partners
Klara, KPMG
event partners
Belfius, BMW, Proximus, Brouwerij Omer Vander Ghinste, Interparking
public funding
Brussels Hoofdstedelijk Gewest, Nationale Bank, Nationale Loterij-meer dan spelen, Vlaamse Gemeenschap, Vlaamse Gemeenschapscommissie
cultural partners
Bozar, Flagey, Ancienne Belgique, Kaaitheater, Muntpunt
festival suppliers
Maison De La Poste, Fruit at Work, Levi Party Rental, Drukkerij Bosmans, Café Victor, Brussels Booking Desk, Ray & Jules, Maison Dandoy
media partners
VRT 1, VRT Canvas, Radio 1, Bruzz, De Standaard, Knack / Le Vif, La Libre, Musiq3, La Première, La Trois, Ring TV, visit.brussels