Belgian National Orchestra & Bas Wiegers
Ode to Wim Henderickx
Welkom op de 19e editie van Klarafestival! Het thema Crossroads - Come Together verbeeldt als geen ander het samenkomen van het publiek, de artiesten en hun inspirerende concerten. Een ontmoetingsplek waar de top van de internationale klassiek in dialoog gaat met uitdagende creaties en jong talent.
Inspirator van deze editie is festivalartiest Claron McFadden. 'Ik sta op een kruispunt waar stijlen en generaties elkaar kruisen en ontmoeten en met elkaar botsen', vertelde ze ons in een interview. Die uitspraak is de kern van het programma. Geniet van Klarafestival als vrijplaats van hoop, meerstemmigheid en schoonheid in alle mogelijke verschijningsvormen. Als een plek waar het bekende nieuwe betekenis krijgt en waar nieuwe ervaringen je overrompelen.
Jan Raes, voorzitter
Joost Fonteyne, intendant
Chantal Pattyn, manager Klara
Belgian National Orchestra
Bas Wiegers – musical direction
Sophia Burgos - soprano
Coproduction: Klarafestival, Bozar, Belgian National Orchestra
With the support of: Ambassade van het Koninkrijk der Nederlanden in België
–
Claude Vivier (1948-1983)
Lonely Child
Wim Henderickx (1962-2022)
TEJAS (What does the sound of the universe look like?)
– interval –
Igor Stravinsky (1882-1971)
Le Sacre du printemps
Muziek als oerervaring
De drie composities op het programma van dit concert delen een fascinatie voor muziek als een soort oerervaring: als expressie van de vroegste indrukken van een kind, als zoektocht naar de allereerste klanken van het universum, en als uitdrukking van primaire ritmische pulsen. Daarbij lieten de componisten zich leiden door de spiritualiteit van de oosterse muziek of door de primitieve muziekcultuur van hun eigen land. Claude Vivier ondernam een lange reis naar Zuidoost-Azië en deed daar muzikale ervaringen op die zijn eigen composities blijvend zouden beïnvloeden, zoals hoorbaar in Lonely Child uit 1980. Ook Wim Henderickx zocht naar muzikale en spirituele verdieping tijdens zijn pelgrimstocht door India en Nepal. Het grootschalige orkestwerk TEJAS uit 2009 kan net als vele andere van zijn composities worden beluisterd als persoonlijke neerslag van die reis. Igor Stravinsky ten slotte doorbrak in 1913 met zijn Sacre du Printemps zowat alle gangbare muzikale conventies en legde met dit werk, opgevat als een terugkeer naar de oerelementen van de muzikale taal, de grondslag van het twintigste-eeuwse muzikale modernisme.
Lonely Child
De Canadese componist Claude Vivier staat bekend als een vertegenwoordiger van de spectrale muziek, maar deze term doet nauwelijks recht aan het unieke karakter van elk van zijn composities. Kenmerkend is veeleer zijn blijvende zoektocht naar een persoonlijke taal. Die zoektocht voerde hem in 1971 naar Karlheinz Stockhausen in Keulen, een van de meest radicale exponenten van de West-Europese muzikale avant-garde. In 1974 keerde hij naar Montreal terug om de resultaten van zijn studie op geheel eigen wijze te verwerken. Even belangrijk was zijn reis naar Bali, Japan en Thailand in 1976-77, waar hij in de ban kwam van de gamelan en andere oosterse percussie-instrumenten.
Lonely Child voor sopraan en orkest uit 1980 is een sterk autobiografisch gekleurd werk. Om de context van dit werk te begrijpen, is het belangrijk te weten dat Vivier als pasgeborene door zijn moeder werd achtergelaten in een weeshuis. De levenslange zoektocht naar zijn biologische moeder werd een essentieel thema in zijn muziek. Het verlangen naar een in slaap sussende moederfiguur spreekt meteen al uit de openingszinnen van de door Vivier zelf geschreven tekst: ‘Bel enfant de la lumière dors, dors, dors, toujours dors.’ Even later schakelt Vivier over op een ‘langue inventée’, opgebouwd uit lettergrepen die hij kiest op basis van hun expressieve waarde. Aan het slot van de tekst duikt de naam ‘Tazio’ op, mogelijk een verwijzing naar de jongeling Tadzio uit Thomas Manns Der Tod in Venedig en daarmee een zinspeling op het homo-erotische dat zo’n belangrijke rol speelde in Viviers eigen leven, en dat ook verantwoordelijk was voor zijn vroege dood (Vivier werd het slachtoffer van homofoob geweld, red.).
Lonely Child is een sterk lyrische compositie. In het eerste segment klinkt een lange melodie in de strijkers en klarinetten, met ritmische interpuncties van de rin (een percussie-instrument dat Vivier in Japan had leren kennen en dat aan de muziek een ritueel karakter verleent). Vanaf de intrede van de sopraan begint wat Vivier omschreef als ‘jeux de couleurs’, en wat later als spectrale muziek werd gedefinieerd. Door het optellen van intervallen (uitgedrukt in frequenties of trillingen) ontstaan nieuwe intervallen, vaak in de gedaante van kwarttonen, die tussen de toetsen van de piano in liggen. Samen vormen die niet langer herkenbare akkoorden maar timbres of kleuren. Dit alles resulteert in een unieke klank die tegelijkertijd herkenbaar en bevreemdend werkt.
TEJAS
Wim Henderickx liet zich net als Vivier graag inspireren door het oosterse denken, hoewel hij elke directe nabootsing van de oosterse muziek vermeed. In plaats van ‘multiculturele’ muziek sprak Henderickx liever van ‘interculturele’ muziek, waarin culturen in onderlinge ontmoeting leren van elkaar maar daarbij hun eigenheid bewaren. Een mooi voorbeeld daarvan is Tantric Cycle uit 2004-2010, een cyclus van zeven composities waarin Henderickx vormgaf aan zijn reisindrukken naar het Himalaya-gebergte. TEJAS uit 2009 vormt hiervan het zesde deel en kreeg als ondertitel What does the sound of the universe look like? Het woord ‘Tejas’ zelf heeft in het Sanskriet meerdere betekenissen: vuur, licht en creatieve energie.
De componist verdeelde het werk in zeven grote segmenten met drie tussenspelen of ‘Gunas’ waarin bepaalde orkestinstrumenten solistisch op de voorgrond treden. Het werkt begint met een soort ‘oerknal’, een krachtige akkoordslag die de kiem van het geheel in zich draagt. Nadien wordt dit materiaal meteen versplinterd en klinken trillers of vibraties in de blazers en strijkers, die de trillingen in het universum verbeelden (als de energie waaruit de sterren, planeten en al het andere materiaal is opgebouwd).
Naast deze trillingen zijn het vooral de ritmische pulsen die het werk schragen en die vorm krijgen door middel van een reusachtig percussie-apparaat, bediend door vijf musici. Als slagwerker had Henderickx een grote fascinatie voor percussie-instrumenten uit de hele wereld, en ook in dit werk zijn naast westerse instrumenten ook andere soorten te horen, zoals Japanse trommen, Thaise gongs en Indiase bellen. Dit grootschalige apparaat staat echter vooral ten dienste van de meest gedifferentieerde klank- en kleurcombinaties. Na een bijzonder inventieve exploratie van die klanken komt het in de epiloog tot wat de componist omschrijft als ‘frozen time’: een stilstand in de tijd die ten slotte in het niets verdwijnt door middel van enkele laatste ijle klanken in de solistische eerste viool.
Le Sacre du printemps
De première van Le Sacre du printemps op 29 mei 1913 staat in de annalen opgetekend als een van de grootste schandalen in de westerse muziekgeschiedenis. Het was het derde ballet dat Stravinsky schreef voor Diaghilevs ‘Ballets Russes’ en de choreografie was ditmaal in handen van de jonge danser Vaslav Nijinsky. Wie de getuigenissen uit die tijd naleest, komt tot de vaststelling dat niet de muziek zelf (die trouwens nauwelijks hoorbaar was door het tumult in de zaal) maar de primitieve gebaren van de dansers op het podium voor de grootste verontwaardiging zorgden: het contrast met de sprookjesachtige of folkloristische choreografieën van De vuurvogel en Petroesjka was volgens vele toeschouwers te groot.
Le Sacre heeft nadien echter niet als ballet maar als orkeststuk furore gemaakt. De opbouw van het werk getuigt wel nog steeds van die oorsprong in het theater. Het eerste deel, ‘L’Adoration de la terre’, bestaat uit een opeenvolging van dansen, waarin Stravinsky de verbondenheid met de aarde wilde uitdrukken bij de komst van de lente. Hij liet zich daarbij inspireren door Russische volksmelodieën, die hij onderwierp aan radicale transformaties. Het tweede deel, ‘Le Sacrifice’, moet een oud heidens ritueel verbeelden waarbij een uitverkoren jong meisje zich in een kring van ouderlingen de dood in danst om de godheid van de lente gunstig te stemmen.
De invloed van Le Sacre op de 20e-eeuwse muziek is ontzaglijk groot geweest. De dissonante klanken als resultaat van het opeenstapelen van akkoorden, de onregelmatige ritmische accenten, de voortdurende maatwissels en het werken met kleine motivische cellen hebben de muzikale wereld na 1913 blijvend veranderd. Daarin is Stravinsky’s partituur zelf een soort oerervaring of ‘oerknal’ geworden, waarvan de trillingen nog steeds voelbaar zijn.
Kristof Boucquet
Belgian National Orchestra
Het Belgian National Orchestra heeft sinds jaar en dag het Paleis voor Schone Kunsten (Bozar) als thuisbasis. Het orkest speelt de meeste concerten in de Henry Le Bœufzaal, maar staat ook regelmatig in alle provinciehoofdsteden van het land dankzij zijn vaste samenwerking met Festival van Vlaanderen en Festival de Wallonie. Bovendien speelt het zich internationaal in de kijker door tournees in het buitenland en door de begeleiding te voorzien op de Koningin Elisabethwedstrijd. De focus van het orkest ligt op klassiek-romantische symfonische muziek, systematisch gecombineerd met hedendaagse muziek en filmmuziek. Sinds 2022 wordt BNO geleid door de Nederlandse chef-dirigent Antony Hermus.
Bas Wiegers
Bas Wiegers is een Nederlandse dirigent met een repertoire dat reikt van de barok tot de hedendaagse muziek. Hij leidde orkesten en ensembles als het Nederlands Philharmonisch Orkest, WDR Sinfonieorchester Köln, Ensemble Modern en Klangforum Wien en stond op operapodia als Oper Köln, Opéra national de Lorraine en de Tiroler Festspiele Erl. Daarnaast werkt hij regelmatig samen met hedendaagse componisten als Georg Friedrich Haas, Helmut Lachenmann, Salvatore Sciarrino en Rebecca Saunders. Dit seizoen is hij vaste gastdirigent bij het Münchener Kammerorchester en maakt hij zijn debuut bij o.a. Belgian National Orchestra, ORF Radio-Symphonieorchester Wien en het Concertgebouworkest.
Sophia Burgos
De Puerto Ricaans-Amerikaanse sopraan Sophia Burgos heeft de afgelopen jaren een internationale reputatie opgebouwd. Ze zong als soliste met ensembles en orkesten als London Symphony Orchestra, Los Angeles Philharmonic, Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks, Monteverdi Ensemble, Klangforum Wien en Ensemble Intercontemporain. Daarnaast stond ze in zowel klassieke als hedendaagse operarollen op de podia van onder andere De Munt, Nationale Opera Amsterdam, Angers-Nantes Opéra, Volksoper Wien en het Edinburgh International Festival. Burgos zet zich in voor nieuwe muziek en creëerde zo al werken van componisten als Beat Furrer, Johannes Maria Staud, François Paris en Michael Gandolfi.
Claude Vivier
Lonely Child
Bel enfant de la lumière dors, dors, dors, toujours dors.
Les rêves viendront, les douces fées viendront danser avec toi.
Merveille, les fées et les elfes te fêteront, la farandole joyeuse t'enivrera.
Ami.
Dors, mon enfant, ouvrez-vous portes de diamant, palais somptueux,
mon enfant, les hirondelles guideront tes pas.
Kuré nouyazo na-oudè waki nannoni eudou-a.
Dors, mon enfant.
Dadodi yo rrr-zu-i yo a-e-i dage dage da è-i-ou dage dage ou-a-è dagè dadoudè dagè dagè dagè
na-ou-è ka jadè-do yanousè mayo rès tè de-i-a wè nanoni nowi i-è ka.
Les étoiles font des bonds prodigieux dans l'espace, temps, dimensions zébréés de couleurs.
Les temps en paraboles discutent de Merlin, les magiciens merveilleux embrassent le soleil d'or,
les acrobates touchent du nez les étoiles pas trop sages, les jardins font rêver aux moines mauves.
Rêves d'enfant, donnez-moi la main et allons voir la fée Carabosse, son palais de jade sis au millieu des
morceaux de rêves oubliés déjà flotte éternellement.
Oh reine des aubes bleues donne-moi s'il te plaît l'éternité.
Oh Reine.
Koré noy Tazio.
Koré kore Tazio Tazio Tazio.
Koré noy na-ou yasin kè.
L'hélianthe douce dirige vers les étoiles l'énergie sublime, Tazio, la langue des fées, tu la parleras
et tu verras l'amour, Tazio, tendrement tes yeux verts, puiseront dans les lambeaux de contes surannés pour en créer un vrai le tien, Tazio, donne-moi la main, Tazio, Tazio, et l'espoir du temps, du temps.
Hors temps apparaît mon enfant, les étoiles au ciel brillent pour
toi, Tazio, et t'aiment éternellement
presenting partners
Klara, KPMG
event partners
Belfius, BMW, Proximus, Brouwerij Omer Vander Ghinste, Interparking
public funding
Brussels Hoofdstedelijk Gewest, Nationale Bank, Nationale Loterij-meer dan spelen, Vlaamse Gemeenschap, Vlaamse Gemeenschapscommissie
cultural partners
Bozar, Flagey, Ancienne Belgique, Kaaitheater, Muntpunt
festival suppliers
Maison De La Poste, Fruit at Work, Levi Party Rental, Drukkerij Bosmans, Café Victor, Brussels Booking Desk, Ray & Jules, Maison Dandoy
media partners
VRT 1, VRT Canvas, Radio 1, Bruzz, De Standaard, Knack / Le Vif, La Libre, Musiq3, La Première, La Trois, Ring TV, visit.brussels