Danish String Quartet
Doppelgänger I
Welkom op het 20e Klarafestival!
Onder de noemer We Are Now brengt deze bijzondere verjaardagseditie een ode aan het hier en nu. Niemand stapt de magie van het moment zo onvervaard binnen als festivalartiest Patricia Kopatchinskaja. Waar en wat ze ook speelt, deze Moldavische violiste en componiste laat de vlam in de pan slaan. Elk concert is voor haar een nieuw begin, een vol ogenblik waarin alles nog kan gebeuren. Klarafestival 2025 schetst een veelgelaagd portret van Patricia Kopatchinskaja als violiste, componiste en inspirator.
Ter ere van onze 20e verjaardag lanceren we een nieuwe traditie: één dag lang wordt de Kunstberg omgetoverd tot Muziekberg/Mont des Musiques. Naast concerten en voorstellingen op verschillende locaties houden we een nieuw ensemble boven de doopvont. Sound of Brussels Orchestra gaat op zoek naar de uitzonderlijke klank van Brussel.
We leven in uitdagende tijden. Ook daar staan enkele festivalprojecten bij stil. Tegelijkertijd bewijzen ze hoeveel hoop er tussen de noten van een Stabat Mater of een Dies Irae kan schuilen. Hoe muziek ons kan beroeren en inspireren. Voor Patricia Kopatchinskaja is muziek geen abstracte materie: ‘Muziek is er om iets mee te doen. Ook wanneer ze geen concrete boodschap of functie heeft, appelleert ze aan ons. Ze wil gehoord worden. Ik geloof niet in absolute muziek. Niet écht.’
Laat het feest losbarsten!
Joost Fonteyne, intendant
Jan Raes, voorzitter
Chantal Pattyn, nethoofd Klara
Frederik Øland – violin
Yura Lee – violin
Asbjørn Nørgaard – viola
Fredrik Schøyen Sjölin – cello
Coproduction: Klarafestival, Flagey
Franz Schubert (1797-1828)
String Quartet No. 15 in G Major, Op. Posth. 161, D 887
-
Allegro molto moderato
-
Andante un poco moto
-
Scherzo. Allegro vivace – Trio. Allegretto
-
Allegro assai
– interval –
Bent Sørensen (1958)
Doppelgänger
I.
II.
Franz Schubert / arr. Danish String Quartet
‘Der Doppelgänger’, from Schwanengesang
Dubbelgangers
Het Danish String Quartet brengt eindelijk het langverwachte eerste deel van het project DOPPELGÄNGER (dat tijdens de coronacrisis werd uitgesteld). Tijdens dit project pakte het internationaal gelauwerde kwartet vier jaar lang uit met een nieuw programma waarin het een van de kamermuziekwerken van Franz Schubert telkens met een nieuwe compositieopdracht associeerde. De componisten die het kwartet betrok, zijn niet de minsten: Bent Sørensen (Denemarken), Lotta Wennäkoski (Finland), Anna Thorvaldsdóttir (IJsland) en Thomas Adès (Verenigd Koninkrijk). Elk van deze componisten inspireerde zijn of haar nieuwe compositie op Schuberts Strijkkwintet of zijn laatste drie strijkkwartetten. De nieuwe werken werden zo Doppelgängers van de beroemde meesterwerken van weleer.
Een eigen tijdsbeleving
Het centrale werk van Schubert waarrond Danish String Quartet DOPPELÄNGER I bouwt is het Strijkkwartet Nr. 15 in sol groot. Dit laatste voltooide kwartet van Schubert is een hoogtepunt in de geschiedenis van het genre. Als tiener was het schrijven van strijkkwartetten voor Franz Schubert een van zijn favoriete bezigheden. De meeste van zijn vroege kwartetten dienden ofwel om een bepaalde stijl of techniek te oefenen, ofwel schreef hij ze voor huiselijk gebruik waarbij vrienden of gezinsleden zich verzamelden in intieme kring om de muziek uit te voeren. Vaak was Schubert zelf de altviolist bij dergelijke uitvoeringen.
In deze context voltooide hij tot in 1816 elf strijkkwartetten. De daaropvolgende acht jaar componeerde hij geen muziek voor kwartet, behalve zijn Quartettsatz, het eerste deel van zijn onafgewerkte Strijkkwartet Nr. 12. Zijn laatste drie voltooide kwartetten dateren van de jaren 1824-1826. In 1824 voltooide hij de kwartetten Rosamunde (Nr. 13) en Der Tod und das Mädchen (Nr. 14). Zijn Strijkkwartet Nr. 15 in sol groot schreef hij ten slotte in juni 1826, in een verbazingwekkend korte tijdsspanne van tien dagen.
Schubert geeft bijna symfonische proporties aan zijn vijftiende strijkkwartet door de lengte van de delen sterk uit te breiden (het openingsdeel alleen al duurt ongeveer 20 minuten) en door de uiterst contrastrijke omgang met ritmes, dynamieken en texturen. Het openingsdeel ‘Allegro molto moderato’ kenmerkt zich door het gebruik van gepunteerde ritmes en tremolo’s die de muziek een spanningsvol karakter geven. Schubert experimenteert in dit deel met de afwisseling tussen grote en kleine toonaarden, wat een muzikaal spel tussen licht en donker, tussen somber en triomferend, met zich meebrengt. Deze tonale dubbelzinnigheid lost pas op in de slotmaten, waar de toonaard sol groot wordt bevestigd.
Ook het tweede deel, ‘Andante un poco moto’, breidt Schubert sterk uit. Het elegische karakter waarmee het opent, wordt in de middenpassage op geagiteerde wijze doorbroken door de gepunteerde ritmes en tremolo’s uit het openingsdeel. Het daaropvolgende ‘Scherzo Allegro vivace — Trio. Allegretto’ is dan weer overwegend luchtig, waarbij het tragere trio (een Ländler) een moment van rust vormt binnen het kwartet als geheel. In dit deel keert de tonale ambiguïteit terug en zijn er tal van verwijzingen naar de spanningsvolle gepunteerde ritmes van de andere delen. Het is de voorbode voor het krachtige en onrustige slotdeel. Schubert baseert dit ‘Allegro assai’ (net als het slotdeel van het Kwartet Nr. 14, ‘Der Tod und das Mädchen’) op een wilde Italiaanse tarantella. Pas in de slotpassage wordt duidelijk welk karakter het spel tussen licht en donker overwint: op grootse en triomfantelijke wijze eindigt Schubert zijn grootse kwartet in de toonaard sol groot.
Volgens altviolist Asbjørn Nørgaard hebben de monumentale proporties van het kwartet een invloed op de tijdsperceptie van zowel de uitvoerder als het publiek: ‘Op de een of andere manier kom je vast te zitten in het kluwen van de Tijd, waarbij je niet weet of je één minuut of acht uur hebt gespeeld. Dit komt omdat Schuberts stijl repetitief is. Dezelfde melodieën keren steeds terug, maar telkens op een andere manier, met een iets andere klankkleur.’
Een muzikaal spiegelpaleis
‘De invloeden uit het verleden raken een enigma in mezelf waarin ze wegsmelten.’ Zo omschrijft de Deense componist Bent Sørensen (°1958) zijn omgang met de grote voorbeelden uit het verleden. Zijn stijl kenmerkt zich gewoonlijk door een introspectief, verfijnd, soms zelfs meditatief karakter, waarbij hij werkt met microtonale klanksferen. Met Doppelgänger keert Sørensen na een lange onderbreking terug naar het strijkkwartetgenre.
Zijn vorige vier kwartetten schreef hij voor het Arditti String Quartet tussen 1984 en 1993. Doppelgänger dateert van 2020 en inspireert zich op de bovengenoemde tonale dubbelzinnigheid tussen grote en kleine toonaarden in Schuberts Strijkkwartet Nr. 15. Doppelgänger bevat volgens de componist ‘zuivere sol groot- en sol klein-klanken’ die hij confronteert met ‘een zekere weerstand’.
Verder bouwt hij zijn tweedelige werk op met spiegels die zowel binnen de delen als in de macrostructuur terug te vinden zijn: ‘Schaduwen van gebruikte elementen duiken op en creëren nieuwe contouren. Zo ontstaat er een fuga die nadien van een andere kant kan worden ervaren, omdat ze achterstevoren wordt gespeeld. Ik dacht daarbij aan Schubert, aan zijn gevecht met fuga's. Dat gevecht ben ik in deze muziek ook aangegaan.’
De lange ontwikkelingspassages en de voortdurend veranderende pulsering die hierdoor ontstaan, zorgen bij het uitvoeren voor eenzelfde tijdservaring als bij Schuberts kwartet. Zo schrijft Nørgaard: ‘Op de een of andere manier bereikt Sørensen dezelfde gemoedstoestand als bij Schubert maar via een andere soort van tijdsmanipulatie. Het is als een tijdloze ruimte’, een spiegelpaleis met talloze verborgen kamers en een spel van schaduwen en herinneringen die de verbeeldingskracht van de componist uitdrukken.
Een spookachtige zelfreflectie
Toen Schubert stierf op 19 november 1828, liet hij onder andere veertien liederen na op verzen van de dichters Ludwig Rellstab (1799–1860), Heinrich Heine (1797–1856) en Johann Gabriel Seidl (1804–1875). De componist had waarschijnlijk zelf niet het idee om ze te bundelen in een cyclus, maar zijn uitgever Tobias Haslinger zag er commerciële voordelen in. Hij publiceerde de liederen in 1829 als de beroemde liederencyclus Schwanengesang D 957. Der Doppelgänger, op tekst van Heinrich Heine, was het voorlaatste lied uit de bundel. Voor de titel baseert hij zich op het derde en laatste couplet van Heines gedicht:
Du Doppelgänger, du bleicher Geselle!
Was äffst du nach mein Liebesleid,
Das mich gequält auf dieser Stelle
So manche Nacht, in alter Zeit?
(‘Jij dubbelganger, je blijft me belagen?
Waarom toon je mijn liefdesverdriet,
dat mij zo in de nacht blijft plagen,
en mij nooit, nooit, verliet?’)
(vertaling R. Louwerse & G. Nijland)
Het gedicht gaat over een man die een in gedachten verzonken, spookachtige gestalte ontwaart in het huis waar zijn geliefde ooit leefde. In de gestalte herkent hij zichzelf, overmand door het verlies van zijn geliefde, vol pijn en liefdesverdriet. Muzikaal refereert Schubert aan het oeuvre van Johann Sebastian Bach. Zo is de statige begeleiding een barokke passacaglia, en citeert hij de fuga in fa-kruis klein (BWV 849) uit Das wohltemperierte Klavier I in de beginnoten van de zangmelodie. Der Doppelgänger is een van Schuberts meest intense composities. De overwegend reciterende zangstem geeft uitdrukking aan de hopeloze situatie van het hoofdpersonage in het gedicht, een personage die de door ziekte verzwakte componist zonder twijfel beschouwde als zijn eigen emotionele Doppelgänger.
Waldo Geuns
Danish String Quartet
Het Danish String Quartet, opgericht in 2004, staat bekend om zijn inventieve concertprogramma’s, met een repertoire dat reikt van klassieke en hedendaagse muziek tot arrangementen van volksmuziek. Daarnaast probeert het kwartet een nieuw publiek aan te spreken via originele projecten als het DSQ Festival, een festival met experimentele concertformats en nieuw repertoire. In de vierdelige concertreeks DOPPELGÄNGER koppelt het Danish String Quartet telkens een strijkkwartet of -kwintet van Franz Schubert aan een opdrachtwerk van een hedendaagse componist. Het kwartet won verschillende prijzen, waaronder de Musical America Award voor ensemble van het jaar in 2020, en werd genomineerd voor een Grammy Award. Het Danish String Quartet heeft momenteel een exclusiviteitscontract met ECM Records en bracht vroeger opnames uit bij DaCapo en Cavi-Music/BR Klassik. www.danishquartet.com
Structural partners
Klara, KPMG
Event partners
Belfius, Interparking, Proximus
Cultural partners
Ancienne Belgique, Belgian National Orchestra, Bozar, Brussels Philharmonic, Flagey, Kaaitheater, Muntpunt, Passa Porta
Public funding
Nationale Bank, Nationale Loterij meer dan spelen, Stad Brussel, Visit Brussels, Vlaamse Gemeenschap
Media partners
BRUZZ, De Standaard, Knack, La Première, La Trois, Le Soir, Musiq3, Radio 1, Ring TV, Le Vif, VRT Eén, VRT Canvas, VRT Max
Festival suppliers
Daniel Ost, Drukkerij VD, Fruit at Work, Tarteletto, Victor Bozar Cafe
Patrons
Wim Bossens, Alex Brabers, Tania Seynhaeve & Jan Raes, Sophie Rutten