National Polish Radio Symphony Orchestra & Marin Alsop
Stabat Mater
Welkom op het 20e Klarafestival!
Onder de noemer We Are Now brengt deze bijzondere verjaardagseditie een ode aan het hier en nu. Niemand stapt de magie van het moment zo onvervaard binnen als festivalartiest Patricia Kopatchinskaja. Waar en wat ze ook speelt, deze Moldavische violiste en componiste laat de vlam in de pan slaan. Elk concert is voor haar een nieuw begin, een vol ogenblik waarin alles nog kan gebeuren. Klarafestival 2025 schetst een veelgelaagd portret van Patricia Kopatchinskaja als violiste, componiste en inspirator.
Ter ere van onze 20e verjaardag lanceren we een nieuwe traditie: één dag lang wordt de Kunstberg omgetoverd tot Muziekberg/Mont des Musiques. Naast concerten en voorstellingen op verschillende locaties houden we een nieuw ensemble boven de doopvont. Sound of Brussels Orchestra gaat op zoek naar de uitzonderlijke klank van Brussel.
We leven in uitdagende tijden. Ook daar staan enkele festivalprojecten bij stil. Tegelijkertijd bewijzen ze hoeveel hoop er tussen de noten van een Stabat Mater of een Dies Irae kan schuilen. Hoe muziek ons kan beroeren en inspireren. Voor Patricia Kopatchinskaja is muziek geen abstracte materie: ‘Muziek is er om iets mee te doen. Ook wanneer ze geen concrete boodschap of functie heeft, appelleert ze aan ons. Ze wil gehoord worden. Ik geloof niet in absolute muziek. Niet écht.’
Laat het feest losbarsten!
Joost Fonteyne, intendant
Jan Raes, voorzitter
Chantal Pattyn, nethoofd Klara
National Polish Radio Symphony Orchestra
NFM Choir
Marin Alsop – musical direction
Erica Eloff – soprano
Zuzanna Nalewajek – alto
Ben McAteer – baritone
Szymon Nehring – piano
Coproduction: Klarafestival, Bozar, Adam Mickiewicz Institute
In the context of the Polish Presidency of the Council of the European Union 2025
Grażyna Bacewicz (1909-1969)
Suita
Karol Szymanowski (1882-1937)
Symphony No. 4 for piano and orchestra, Op. 60, ‘Symphonie concertante’
-
Moderato. Tempo comodo
-
Andante molto sostenuto
-
Allegro non troppo, agitato ed ansioso
– interval –
Krzysztof Penderecki (1939-2020)
Ciaconna (addition to Polish Requiem)
Karol Szymanowski
Stabat Mater, Op. 53
-
Stała matka bolejąca
-
I któż widział tak cierpiącą
-
O matko źródło wszechmiłości
-
Spraw niech płaczę z tobą razem
-
Panno słodka racz mozołem
-
Chrystus niech mi będzie grodem
De vader van de Poolse koormuziek, de ‘first lady’ van de Poolse muziek, en de componist die vele grenzen overstak: zo wordt in de literatuur over Szymanowski, Bacewicz en Penderecki gesproken. In hun partituren zien we de sporen van een turbulente periode in de Poolse geschiedenis, waarbij traditie en vernieuwing hand in hand gaan.
Voor Karol Szymanowski (1882-1937) vormde de authentieke Poolse muziek de basis van zijn opleiding in het vrij geïsoleerde dorp Tymoszówka. Op zijn 23e maakte hij deel uit van de groepering Jong Polen, een collectief van componisten die naar analogie met andere artistieke domeinen een eigen positie zochten tussen conservatisme en radicaal modernisme. Dat verbreedde zijn muzikale horizon, maar de nieuwe artistieke wegen bleken niet altijd compatibel met de richtlijnen van de overheid. Szymanowski besloot daarop om door Europa te reizen en hij trok zelfs naar Marokko en Algerije. Hij ontmoette leeftijdsgenoot Stravinsky en de twintig jaar oudere Debussy en zag hoe zij op verschillende manieren een eigen stem hadden gevonden. Toen Szymanowski zich na de Eerste Wereldoorlog opnieuw in Polen vestigde, verdiepte hij zich in de lokale volksmuziek. Net zoals Stravinsky en Bartók zag hij het potentieel om via die volksmuziek een muzikale taal te ontwikkelen die verbonden is met de traditie en toch modern kan zijn.
In het Stabat Mater uit 1926 is de connectie met het vaderland erg sterk, niet alleen omdat de tekst in het Pools gezongen wordt, maar ook omdat de melodieën en koorzang doordrongen zijn van de Poolse traditie. Tegelijk verbindt Szymanowski deze elementen met een subtiele dissonantie en doorgedreven expressiviteit die eigen zijn aan de esthetiek van Jong Polen. Het klankbeeld dat hij op deze manier ontwikkelde, inspireerde later trouwens componisten zoals Henryck Górecki en Witold Lutosławski.
De intensiteit van deze muziek is niet los te zien van haar ontstaanscontext. De eerste aanleiding voor het werk was een verzoek van de prinses van Polignac in 1924 om een Pools requiem te componeren. Uiteindelijk zou hier niets van in huis komen, maar toen de rijke industrieel Bronisław Krystall niet veel later de opdracht gaf om een nieuw werk te schrijven ter nagedachtenis aan zijn overleden vrouw Izabela, nam Szymanowski de eerdere ideeën opnieuw op. Tijdens het componeren overleed zijn favoriete nichtje, de dochter van zijn zus. Deze ingrijpende gebeurtenis vertraagde niet alleen het compositieproces, Szymanowski besloot om die reden ook om in plaats van het requiem de tekst van het Stabat Mater te gebruiken. Deze tekst, over het verdriet van Maria bij het sterven van haar kind, sloot aan bij de emoties die Szymanowski ervaren had bij het samen rouwen met zijn zus. Door niet de Latijnse tekst te gebruiken, maar een Poolse vertaling, brengt hij het bijbelse verhaal dichter bij de persoonlijke beleving.
In zijn vierde – en laatste – symfonie spreekt Szymanowski een heel ander register aan. Die heeft namelijk veel weg van een pianoconcerto. Hij componeerde het werk voor zichzelf, waardoor de pianopartij eerder deel uitmaakt van het orkestrale weefsel dan dat ze virtuoos op het voorplan staat. De vele ritmische passages verraden de invloed van de Poolse volksmuziek. In de openingsmaten horen we een pianolijn die zo uit de pen van Chopin zou kunnen komen. Haast ongemerkt vervelt deze muziek tot een Bartók-achtige energieuitbarsting, die dan weer gevolgd wordt door een episode van verstilling en ingehouden spanning. Ook de invloed van het impressionisme, met name van Debussy, is regelmatig hoorbaar. Het begin van het tweede deel – met de combinatie van dwarsfluit, altviool en piano – klinkt als een verre echo van de sonate voor dwarsfluit, altviool en harp van Debussy. De manier waarop Szymanowski, met zijn vernuftige gebruik van het hele orkestapparaat (percussie inbegrepen), deze verschillende muzikale bouwstenen tot een sterk geheel boetseert, is typerend voor zijn persoonlijke stijl: eclectisch maar coherent.
De muziek van Krzystof Penderecki (1933-2020) is moeilijk onder één noemer te plaatsen. Hij componeerde zowel avant-gardistische klankwolken als meeslepende filmmuziek en maakte zelfs uitstapjes naar de neobarok. Die stilistische veelzijdigheid wordt bij elkaar gehouden door een sterke persoonlijkheid die altijd vertrekt vanuit een overtuigd gevoel van noodzaak. Zo zijn heel wat van zijn composities verbonden met de politieke en maatschappelijke gebeurtenissen van zijn tijd. Grote roem verwierf hij met Threnody to the Victims of Hiroshima, maar ook de verschillende onderdelen van het organisch gegroeide Requiem zijn telkens verbonden met specifieke gebeurtenissen of personen.
De kiem voor het Requiem lag in een Lacrimosa dat hij in 1970 componeerde als herdenking van de slachtoffers van een anti-overheidsopstand in 1970. Door de jaren heen voegde hij onderdelen toe, met als laatste de Ciaccona uit 2005. Dit meditatieve werk is opgedragen aan paus Johannes Paulus II, die eerder dat jaar overleden was. Penderecki verbindt de traditionele herhalingsstructuur van de klassieke chaconne met een gematigd dissonant klankbeeld, waarbij de harmonie soms lijkt te flirten met de vaste schema’s uit de barok.
Dat Grazyna Bacewicz (1909-1969) vandaag geroemd wordt als de ‘first lady’ van de Poolse muziek, betekent niet dat ze een even grote bekendheid geniet als haar mannelijke collega’s. Haar symfonische muziek verovert mondjesmaat de concertprogramma’s, zij het vooral nog bij Poolse orkesten. In dit programma horen we een jeugdwerk, gecomponeerd toen ze nog studeerde aan het conservatorium van Warschau. Deze school werd toen trouwens geleid door Szymanowski. Toen ze enkele jaren later naar Parijs trok, merkte de beroemde pedagoge Nadia Boulanger op dat ze – net als de meeste Poolse studenten trouwens – een klassieke en degelijke basis had, en dat ze snel bleef groeien als componiste.
De Suite voor orkest uit 1931 is door de jaren heen verdwenen tussen de plooien van de muziekgeschiedenis. Hier en daar wordt het werk vermeld in een overzicht van Bacewicz’ vroege werken, maar aangezien het amper (of wellicht zelfs nooit) werd gespeeld, is het nog wachten op een grondigere waardering van de muziek. Vast staat dat Bacewicz in die periode nog aan het bouwen was aan haar persoonlijke taal, met een neoklassieke benadering als stevig fundament voor de vele originele composities die zouden volgen.
Klaas Coulembier
National Polish Radio Symphony Orchestra
Het National Polish Radio Symphony Orchestra debuteerde op de radio in 1935 en is sindsdien uitgegroeid tot een van de belangrijkste orkesten in Polen. Het verwierf internationale bekendheid door samenwerkingen met artiesten als Leonard Bernstein, Martha Argerich en Arthur Rubinstein. Daarnaast speelde het orkest premières van componisten als Witold Lutosławski, Henryk Mikołaj Górecki en Krzysztof Penderecki. In de loop van zijn geschiedenis stond het orkest onder leiding van o.a. Jan Krenz, Jerzy Maksymiuk, Antoni Wit, Gabriel Chmura en Lawrence Foster. Momenteel wordt het geleid door artistiek directeur en chef-dirigente Marin Alsop en programmator en algemeen directeur Ewa Boguz-Moore.
NFM Choir
Het NFM Choir werd in 2006 opgericht door dirigent Andrzej Kosendiak. De eerste 15 jaar werd het geleid door Agnieszka Franków-Żelazny, tot Lionel Sow 2021 artistiek leider werd. Het koor werkte samen met gerenommeerde dirigenten als Giovanni Antonini, Zubin Mehta, Kirill Petrenko en James MacMillan en orkesten als Budapest Festival Orchestra, Bach Collegium Japan en de Berliner Philharmoniker. Het stond op de planken bij o.a. Royal Albert Hall London, Gewandhaus Leipzig, Lucerne Festival, Osterfestspiele Baden-Baden, Philharmonie de Paris en Warsaw Autumn. Tot de kern van het repertoire van NFM Choir behoren premières van componisten als Krzysztof Penderecki, Agata Zubel en Julia Wolfe.
Marin Alsop
De Amerikaanse dirigente Marin Alsop is chef-dirigente van ORF Radio-Symphonieorchester Wien, Polish National Radio Symphony Orchestra en Ravinia Festival en vast gastdirigente bij Philharmonia Orchestra en Philadelphia Orchestra. Daarnaast werkte ze regelmatig samen met o.a. London Symphony Orchestra, New York Philharmonic en Gewandhausorchester Leipzig. Alsop was 14 jaar lang muziekdirecteur van Baltimore Symphony Orchestra, waar ze de eerste Europese tournee in jaren realiseerde, verschillende succesvolle opnames uitbracht en het educatieve project OrchKids oprichtte voor kinderen in kwetsbare situaties. Als eerste en enige dirigent kreeg ze in 2005 de prestigieuze MacArthur Fellowship.
Erica Eloff
De Franse sopraan Erica Eloff is gespecialiseerd in opera, liederen en oratoria. Momenteel is ze lid van het ensemble van Landestheater Linz, waar o.a. de rollen van Eva in Wagners Die Meistersinger von Nürnberg, Mimi in Puccini’s La Bohème en Contessa di Almaviva in Mozarts Le nozze di Figaro vertolkte. Daarnaast was ze onder andere te zien bij Oper Graz, Händel-Festspiele Göttingen, Mozartfest Würzburg, London Handel Festival, Garsington Opera en de theaters van Ulm, Lübeck en Bielefeld. In 2008 won ze de Handel Singing Competition in Londen. Verder bracht ze premières van werken van hedendaagse componisten als James Wilding en Hannes Taljaard.
Zuzanna Nalewajek
De Poolse mezzosopraan Zuzanna Nalewajek studeerde aan de Fryderyk Chopinuniversiteit voor muziek in Warschau en bij de Opera Academy van de Poolse Nationale Opera bij o.a. Olga Pasiecznik, Eytan Peessen en Vesselina Kasarova. Ze debuteerde in 2021 als Dorabella in Mozarts Così fan tutte bij Opera Wrocław en was sindsdien te zien bij o.a. de Koninklijke Poolse Opera, de Poolse Nationale Opera, Baltic Opera Festival in Gdańsk, Muziektheater Kaunas (Litouwen), Theater Endla (Estland) en National Taichung Theater (Taiwan). Daarnaast won ze de eerste prijs op de Internationale Claudia Taevcompetitie in Pärnu (Estland) en de International Song Competition in Sofia.
Ben McAteer
De Noord-Ierse bariton Ben McAteer studeerde aan de University of St Andrews. Als operazanger was hij te zien bij o.a. Irish National Opera, Grange Festival, Theater an der Wien, Scottish Opera, Welsh National Opera en Northern Ireland Opera in rollen als Pangloss in Bernsteins Candide, Conte Almaviva in Mozarts Le nozze di Figaro en Papageno in Mozarts Die Zauberflöte. Daarnaast werkte hij samen met orkesten als Royal Scottish National Orchestra, Ulster Orchestra, Symphoniker Hamburg en National Symphony Orchestra of Ireland. McAteer werkte mee aan verschillende cd-opnames, waaronder Maltworms & Milkmaids, een collectie orkestliederen van Peter Warlock met BBC Concert Orchestra.
Szymon Nehring
De Poolse pianist Szymon Nehring haalde al op zijn negentiende de finale van het Internationale Pianoconcours Fryderyk Chopin in Warschau (2015) en won in 2017 de Arthur Rubinstein International Piano Master Competition. Sindsdien werkte hij samen met orkesten als het Filharmonisch Orkest Warschau, Symphoniker Hamburg en Orkest van de Achttiende Eeuw. Daarbij was hij te zien in zalen als Carnegie Hall, Wiener Musikverein en Auditorio Nacional de Música in Madrid. Hij werkte samen met dirigent en componist Krzysztof Penderecki en speelde o.a. diens pianoconcerto. Daarnaast maakte Nehring een opname van de twee pianoconcerto’s van Chopin met Sinfonietta Cracovia onder leiding van Penderecki.
NFM CHOIR
Maciej Adamczyk, Jakub Bieszczad, Agata Chodorek, Filip Chudzicki, Krzysztof Domański, Dawid Dubec, Marek Fras, Paweł Jan Frasz, Paweł Fundament, Andrzej Górniak, Magda Górniak, Michał Grabczuk, Izabela Grad, Aleksandra Hanus, Barbara Jastrząb, Jarosław Kawałko, Małgorzata Kątnik, Natalia Kiczyńska, Ewelina Koniec, Patrycja Kujawa, Dominik Kujawa, Bianka Maxim, Marta Mączewska, Aleksandra Michniewicz, Ewelina Nawrocka, Agnieszka Niezgoda, Jan Okraska, Joanna Palac, Marek Paśko, Ewa Pieronkiewicz, Jan Pieter, Michał Pytlewski, Agata Ranz, Paulina Rogóż-Migacz, Joanna Rot, Agnieszka Ryman, Jacek Rzempołuch, Marcin Scech, Lionel Sow, Kinga Tomczyk, Aleksandra Turalska, Łukasz Wilda, Błażej Wiliński, Aleksandra Winnicka, Marcin Winnicki, Bartłomiej Witczak, Ewelina Wojewoda, Piotr Woroniecki, Violetta Wysocka-Marciniak, Grzegorz Zajączkowski
NATIONAL POLISH RADIO SYMPHONY ORCHESTRA
1. Violin
Piotr Tarcholik (leader)
Sulamita Ślubowska (leader)
Grzegorz Witek
Janusz Klich
Jacek Siemek
Lucyna Fiedukiewicz
Katarzyna Laburda
Karolina Szefer-Trocha
Dorota Cieślińska
Katarzyna Jawor
Beata Ogryzek
Aleksander Daszkiewicz
Krzysztof Katana
Jan Mazur
2. Violin
Kinga Tomaszewska (leader)
Maria Strzelczyk
Beniamin Czech
Grzegorz Bartoszek
Małgorzata Bugdoł
Anita Bartłomiejczyk
Marcin Josz
Piotr Marcinowicz
Teresa Mercik-Szopa
Joanna Jasiak
Magdalena Ziętek
Michał Kowalczyk
Viola
Dawid Jadamus (leader)
Mieczysław Krzyżowski
Wincenty Krawczyk
Andrzej Żydek
Irena Jarosz-Marcinkiewicz
Eugeniusz Mikołajczyk
Joanna Tesarczyk
Agnieszka Hałuzo
Sandra Kałuża
Adam Brakowski
Cello
Adam Krzeszowiec (leader)
Natalia Kurzac-Kotula
Karolina Nowak-Waloszczyk
Roman Hałoń
Bogusław Zaremba
Magdalena Czech
Anna Tumidajska
Norbert Pióro
Double bass
Aleksander Mazanek (leader)
Krzysztof Firlus
Michał Paliwoda
Łukasz Bebłot
Krzysztof Wąsik
Marek Romanowski
Flute
Łukasz Zimnik (leader)
Małgorzata Otremba
Oboe
Karolina Stalmachowska (leader)
Urzula Lipień
Clarinet
Zbigniew Kaleta (leader)
Bartosz Pacan
Bassoon
Cezary Rembisz (leader)
Grzegorz Popławski
French horn
Krzysztof Tomczyk (leader)
Paweł Cal
Damian Walentek
Adrian Ticman
Trumpet
Piotr Pyda (leader)
Wojciech Kaszuba
Piotr Nowak
Trombone
Michał Mazurkiewicz (leader)
Zdzisław Stolarczyk
Karol Gajda
Tuba
Jakub Urbańczyk (leader)
Timpani
Wojciech Morcinczyk (leader)
Drums
Krzysztof Jaguszewski
Dariusz Brauhoff
Michał Żymełka
Adam Bonk
Harp
Krzysztof Waloszczyk (leader)
Structural partners
Klara, KPMG
Event partners
Belfius, Interparking, Proximus
Cultural partners
Ancienne Belgique, Belgian National Orchestra, Bozar, Brussels Philharmonic, Flagey, Kaaitheater, Muntpunt, Passa Porta
Public funding
Nationale Bank, Nationale Loterij meer dan spelen, Stad Brussel, Visit Brussels, Vlaamse Gemeenschap
Media partners
BRUZZ, De Standaard, Knack, La Première, La Trois, Le Soir, Musiq3, Radio 1, Ring TV, Le Vif, VRT Eén, VRT Canvas, VRT Max
Festival suppliers
Daniel Ost, Drukkerij VD, Fruit at Work, Tarteletto, Victor Bozar Cafe
Patrons
Wim Bossens, Alex Brabers, Tania Seynhaeve & Jan Raes, Sophie Rutten