Programmaboekje

Brooklyn Rider Portret

Brooklyn Rider

Upon One Note

27.03.2025 — 20:00
Flagey, Studio 4
Voorwoord

Welkom op het 20e Klarafestival! 

 

Onder de noemer We Are Now brengt deze bijzondere verjaardagseditie een ode aan het hier en nu. Niemand stapt de magie van het moment zo onvervaard binnen als festivalartiest Patricia Kopatchinskaja. Waar en wat ze ook speelt, deze Moldavische violiste en componiste laat de vlam in de pan slaan. Elk concert is voor haar een nieuw begin, een vol ogenblik waarin alles nog kan gebeuren. Klarafestival 2025 schetst een veelgelaagd portret van Patricia Kopatchinskaja als violiste, componiste en inspirator. 

 

Ter ere van onze 20e verjaardag lanceren we een nieuwe traditie: één dag lang wordt de Kunstberg omgetoverd tot Muziekberg/Mont des Musiques. Naast concerten en voorstellingen op verschillende locaties houden we een nieuw ensemble boven de doopvont. Sound of Brussels Orchestra gaat op zoek naar de uitzonderlijke klank van Brussel. 

 

We leven in uitdagende tijden. Ook daar staan enkele festivalprojecten bij stil. Tegelijkertijd bewijzen ze hoeveel hoop er tussen de noten van een Stabat Mater of een Dies Irae kan schuilen. Hoe muziek ons kan beroeren en inspireren. Voor Patricia Kopatchinskaja is muziek geen abstracte materie: ‘Muziek is er om iets mee te doen. Ook wanneer ze geen concrete boodschap of functie heeft, appelleert ze aan ons. Ze wil gehoord worden. Ik geloof niet in absolute muziek. Niet écht.’

 

Laat het feest losbarsten! 

 

Joost Fonteyne, intendant

Jan Raes, voorzitter

Chantal Pattyn, nethoofd Klara

Programma

Johnny Gandelsman – violin

Colin Jacobsen – violin

Nicholas Cords – viola

Michael Nicolas – cello

 

Coproduction: Klarafestival, Flagey

 

Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791)

String Quartet No. 19 in C Major, KV 465 ‘Dissonanzen’ 

  • Adagio – Allegro

  • Andante cantabile

  • Menuetto. Allegro 

  • Allegro molto 


Henry Purcell (1659-1695)

Fantasia Upon One Note


Betsy Jolas (1926)

Quatuor III, ‘9 Études’ 

  • Bowing 

  • Vibrato 

  • Aleatory Structures 

  • Trills and Bowed Tremolo 

  • Harmonic 

  • Multiple Stops 

  • Aleatory Structures Around a Held C 

  • Pizzicati 

  • Summing Up 


– interval – 


Arvo Pärt (1935)

Solfeggio


Johannes Brahms (1833-1897) 

String Quartet No. 1 in C Minor, Op. 51 No. 1  

  • Allegro 

  • Romanze: Poco adagio 

  • Allegretto molto moderato e comodo 

  • Allegro 

Programmatekst

Brooklyn Riders Upon One Note : What you C is what you get


Heb je je ooit afgevraagd waar een strijkkwartet begint? Technisch gesproken is dat bij een lage do (C), de dikste snaar op het grootste – en dus laagste – instrument van het viertal, de cello. In Upon One Note zingt Brooklyn Rider de lof van dit fundament: de do als de akoestische basis van de klankenwereld van het strijkkwartet. Vanuit dit uitgangspunt presenteren de vier musici een programma waarin driehonderd jaar muziek samenkomt, met grondnoot do als de verbindende factor. Het thema is helder, maar wat een verscheidenheid in de uitwerking.

 

Het negentiende strijkkwartet in do groot (KV 465, 1785) van Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791) markeert de gouden jaren van het klassieke strijkkwartet. Het is het zesde en laatste deel in een reeks strijkkwartetten die hij opdroeg aan zijn gewaardeerde collega Joseph Haydn (1732-1809). Het moet voor Mozart een project zijn geweest dat hem na aan het hart lag; in zijn opdracht aan Haydn noemde hij de strijkkwartetten zijn ‘kinderen’, en ‘de vrucht van een lange en arbeidsintensieve onderneming’. Mozart had de reeks gebruikt om te experimenteren: met de vorm van het strijkkwartet, met dynamische contrasten, en met de grenzen van de harmonie, door het welgemikt inzetten van chromatiek en dissonantie. Vooral dit laatste zou KV 465 gaan kenmerken, wat het de bijnaam ‘Dissonanzen’ opleverde.

 

Het was dan ook best controversieel, toen Mozart zijn ‘dissonantenkwartet’ liet starten met een herhaalde do in de cello, om meteen elk harmonisch welbehagen te ondermijnen door noot na noot onwelluidende samenklanken op te bouwen. Het tegen elkaar schuren van de strijkers in die beruchte trage inleiding zou de start vormen van een decennia durend debat. In de pers verschenen anekdotes. Het lijkt wel, zo schreven critici, alsof de partituur vol drukfouten staat. Het gerucht deed de ronde dat de Weense uitgeverij Artaria de partijen retour had gestuurd, om ze te laten corrigeren door de componist voor publicatie. Haydn, daarentegen, zag dat het goed was. Toen hij het werk hoorde in Wenen in 1785, betuigde hij zijn diep respect aan zijn jongere collega, die hij – althans volgens een brief van vader Leopold Mozart – de ‘allergrootste’ zou hebben genoemd.

 

Een eeuw vroeger, nog voordat het strijkkwartet een welomlijnd genre was, zette Henry Purcell (1659-1695) aan de andere kant van het Kanaal een reeks do’s op papier voor zijn Fantasia Upon One Note (ca. 1680). In deze fantasie, oorspronkelijk voor vijf instrumenten (viola da gamba’s), speelt de tenorpartij gedurende het hele werk een herhaalde, centrale do. De overige instrumenten spinnen hun melodische lijnen hierrond, zorgvuldig, volgens de regels van het contrapunt.

 

In haar Quatuor III, ‘9 Études’ (1973) blikt de Frans-Amerikaanse componiste Betsy Jolas (1926) terug op Purcells werk. Jolas’ kwartet bestaat uit negen korte studies, die elk een specifieke techniek van het strijkkwartet exploreren, zoals pizzicato, vibrato en flageolettonen. In de zevende etude, ‘Aleatory structures around a held C’, houdt één strijker een do vast, terwijl de overige instrumenten hierrond ‘aleatorische structuren’ ontwikkelen. Waar Purcell zich oefende in het contrapunt, schrijft Jolas een studie op een 20e-eeuwse compositietechniek: aleatoriek (van het Latijnse ‘alea’, dobbelsteen). Dit betekent dat er een element van toeval in de muziek zit: de do ligt vast, maar de overige instrumenten genieten vrijheid in de uitvoering van het materiaal dat hen werd toebedeeld – iedere uitvoering is dus uniek.

 

In het verkennen van compositietechnieken zoekt de Estse componist Arvo Pärt (1935) dan weer een hernieuwde eenvoud op. Solfeggio (1963), oorspronkelijk een vocaal werk, is Pärts eerste compositie voor vierstemmig koor (SATB) a capella. De titel is veelzeggend: het werk is gebaseerd op de toonladder van do groot, als was het een notenleerlesje. De verschillende stemgroepen intoneren om beurten, in verschillende octaven, een nieuwe toontrap van de toonladder. Deze tonen worden aangehouden, waardoor samenklanken ontstaan die af en toe, als bij toeval, een hemelse welluidendheid bereiken.

 

Johannes Brahms (1833-1897) zou niets aan het toeval hebben overgelaten, en al zeker niet in de compositie van zijn monumentale eerste strijkkwartet in do klein, Op. 51 Nr. 1 (1873). Het had dan ook even geduurd voordat hij dit werk had neergezet, mede door zijn beruchte worsteling met de schaduw van die andere grootheid, Ludwig van Beethoven (1770-1827). Vooral in het steeds gewichtiger geworden genre van het strijkkwartet vreesde hij de vergelijking – hij zou hebben beweerd dat hij ‘de voetstappen van een reus’ achter zich hoorde. Deze bijna verlammende bewondering zal uiteindelijk een hommage worden, en wel in de betekenisvolle toonaard van do klein, die Beethoven hanteerde in dramatisch geladen werken zoals zijn vijfde symfonie en zijn laatste pianosonate. Do klein is overigens ook de toonaard van Brahms’ eerste symfonie, die hij voltooide in 1876, maar waaraan hij ondertussen al jaren werkte.

 

Brahms’ eerste strijkkwartet heeft een buitengewoon intens en onrustig karakter. Een constante ritmische beweging, die nauwelijks ruimte laat voor een adempauze, stuwt het eerste deel voort. Deze motor komt enigszins tot rust in het langzame tweede deel, een ‘Romanze’ die de melancholische en zoekende sfeer nooit helemaal loslaat. In het derde deel, met karakteristieke dalende melodische lijnen, schemert de zon dan weer even door in de middelste sectie. Kenmerkend in Brahms’ werk is de sterke motivische coherentie. Daarvan getuigt bijvoorbeeld de vurige finale, startend met een opwaartse beweging die herinnert aan het openingsmotief van het eerste deel.

 

In dit geheel van vijf stilistisch uiteenlopende werken functioneert do nu eens als centrum en veilige haven, dan weer als eerbetoon, en soms zelfs als een uitnodiging tot controverse. Na het concert blijft haar echo ongetwijfeld nog even resoneren.

 

Hannah Aelvoet

Biografie

Brooklyn Rider

Het Amerikaanse strijkkwartet Brooklyn Rider inspireerde zijn naam op de vroeg-20e-eeuwse kunstenaarsgroep Der Blaue Reiter, die stond voor een vernieuwende visie op de toekomst van de kunst. De missie van het kwartet is dan ook om met een eclectisch en modern repertoire het strijkkwartet nieuw leven in te blazen. Het kwartet speelde opdrachtwerken van componisten als Du Yun, Matana Roberts en Caroline Shaw. In 2011 nam Brooklyn Rider de complete strijkkwartetten van Philip Glass op, nadien aangevuld met opnames van zijn recentste kwartetten. Verder bracht het kwartet albums uit met artiesten als mezzosopraan Anne Sofie von Otter, jazzzangeres Magos Herrera en fiddlespeler Martin Hayes.

Partners

Structural partners

Klara, KPMG

Event partners

Belfius, Interparking, Proximus

Cultural partners

Ancienne Belgique, Belgian National Orchestra, Bozar, Brussels Philharmonic, Flagey, Kaaitheater, Muntpunt, Passa Porta

Public funding

Nationale Bank, Nationale Loterij meer dan spelen, Stad Brussel, Visit Brussels, Vlaamse Gemeenschap

Media partners

BRUZZ, De Standaard, Knack, La Première, La Trois, Le Soir, Musiq3, Radio 1, Ring TV, Le Vif, VRT Eén, VRT Canvas, VRT Max

Festival suppliers

Daniel Ost, Drukkerij VD, Fruit at Work, Tarteletto, Victor Bozar Cafe

Patrons

Wim Bossens, Alex Brabers, Tania Seynhaeve & Jan Raes, Sophie Rutten

Advertentie Proximus