Programmaboekje

Yuja Wang

Swedish Radio Symphony Orchestra, Esa-Pekka Salonen & Yuja Wang

From Ravel to Rautavaara

20.03.2026 — 20:00
Bozar, Henry Le Boeufzaal
Voorwoord

Where Is Home? 

Thuiskomen in muziek 

 

Een man stapt het podium op, cello in de hand. Hij kijkt de zaal in, spreidt zijn armen en zegt: ‘Welkom. Vanavond zijn jullie geen toehoorders, maar deelnemers. Onze ontmoeting is een uitwisseling.’ Dan begint hij te zingen en te spelen, en wordt alles duidelijk. Als een levende antenne capteert hij de energie van het publiek en stuurt die in veelvoud terug. De zaal wordt een woonkamer. Wie erbij was, gaat als een ander mens naar huis. 

 

Ongeveer zo verloopt een concert van Abel Selaocoe. Samen met de charismatische cellist, zanger en componist heten we je hartelijk welkom op het 21e Klarafestival. Als festivalartiest speelt Selaocoe drie concerten die het hele spectrum van zijn muzikale wereld bestrijken. Van traditionele muziek uit zijn geboorteland Zuid-Afrika tot barok, jazz, hedendaags klassiek en improvisatie: al die invloeden smelt hij om tot een uniek oeuvre in het teken van identiteit en culturele uitwisseling.

 

Aan het debuutalbum van Selaocoes eigen Bantu Ensemble ontlenen we het thema van deze festivaleditie: Where Is Home? Het is een open vraag met ontelbare antwoorden – zeker in het superdiverse Brussel met zijn 180 nationaliteiten en 100 talen. Onze hoofdstad is een draaischijf. Een toevluchtsoord. Een tijdelijke of permanente thuisbasis voor talloze mensen, elk met hun eigen verhaal. Iedere dag prijzen we ons gelukkig dat we als festival in zo’n vruchtbare bodem mogen ankeren. 

 

Klarafestival 2026 is een ode aan de stad waar we thuis zijn. Tijdens Muziekberg/Mont des Musiques palmen Brusselse musici één dag lang de Kunstberg in, van het Muziekinstrumentenmuseum tot Bozar, van de Ravensteingalerij tot de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten. En zowel Radio Lomax als het koor Les Invisibles (La Voix des Femmes Sans Papiers) vertolken Brusselse liederen met uiteenlopende wortels. 

 

Een zo breed mogelijk publiek laten ervaren dat klassieke muziek springlevend is: dat is onze missie. Zelfs de meest vertrouwde werken klinken als nieuw in de handen van de avontuurlijke musici met wie we ons omringen. Laat je verrassen door Bachs Johannespassie onder de baton van Maxim Emelyanychev. Verbaas je over Beethoven en Strauss met het Orchestre Philharmonique du Luxembourg. Herontdek Chopin en Skrjabin in een uitvoering door Alexandre Kantorow. Of maak kennis met klavierfenomeen Anthony Romaniuk: net als Abel Selaocoe vervlecht hij eigen muziek met bestaand repertoire, van Bach tot Björk. 

 

Dit festivalprogramma telt wel meer muzikaal gelijkgestemden. Zo voltooide Annelies Van Parys de 8e symfonie van haar oud-leraar Luc Brewaeys. Pianisten Kris Defoort en Stephane Ginsburgh brengen een hommage aan hun vriend Philippe Boesmans, die 90 jaar zou zijn geworden in 2026. Abel Selaocoe op zijn beurt improviseert met oude én nieuwe zielsverwanten, en vertolkt met Brussels Philharmonic een gloednieuw celloconcerto van de Amerikaanse componiste Jessie Montgomery. 

 

Dit alles zou niet mogelijk zijn zonder de steun van onze partners in Brussel en daarbuiten. Bozar, Flagey, De Munt, Ancienne Belgique, Brussels Philharmonic, Belgian National Orchestra, Passa Porta, BNA-BBOT en de Luc Brewaeys Foundation dragen bij aan het unieke DNA van Klarafestival. Onmisbare private partners zijn KPMG Belgium, Proximus, Brugse Zot, Gimv/WorxInvest en Interparking. We waarderen de steun van de Vlaamse Gemeenschap, de Vlaamse Gemeenschapscommissie, het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de Nationale Loterij. De samenwerking met VRT en Klara is dan weer het geheim van ons succes als omroepfestival. We zijn dankbaar voor het enthousiaste publiek dat ons volgt, zowel in de concertzaal als thuis via de radio en VRT MAX. 

 

Voor Abel Selaocoe is ‘thuis’ veel meer dan een gebouw of een plek. ‘Het kan een spirituele ruimte zijn. Het kunnen mensen zijn. (...) Het kan iets zijn dat je vindt op je omzwervingen.’ Zeven jaar lang was Klarafestival ‘thuis’ voor intendant Joost Fonteyne. Zijn zin voor avontuur en maatschappelijke verbinding spreekt meer dan ooit uit dit festivalprogramma. In april 2026 vervolgt hij zijn tocht, en geeft hij de fakkel door aan Jan Van den Borre. Veel dank, Joost, voor de mooie jaren! 

 

Het Klarafestivalteam 

Joost Fonteyne, intendant

Jan Raes, voorzitter

Chantal Pattyn, netmanager Klara

Programma

Swedish Radio Symphony Orchestra 

Esa-Pekka Salonen – muzikale leiding

Yuja Wang – piano

 

Coproductie: Bozar, Klarafestival

In het kader van The European Galas

 

Jean Sibelius (1865-1957)

Symphony No. 7 (in one movement), Op. 105


Einojuhani Rautavaara (1928-2016)

Piano Concerto No. 1, Op. 45

  1. Con grandezza
  2. Andante (ma rubato)
  3. Molto vivace

Maurice Ravel (1875-1937)

Piano Concerto in D Major, ‘For the Left Hand’


Claude Debussy (1862-1918)

La mer

  1. De l’aube à midi sur la mer
  2. Jeux de vagues
  3. Dialogue du vent et de la mer
Programmatekst

Componeren in de letterlijke zin van het woord

Direct in het oog springende linken zijn er niet tussen de Finse en Franse muziekgeschiedenis. Wat de Franse componisten Claude Debussy en Maurice Ravel en de Finnen Jean Sibelius en Einojuhani Rautavaara wél met elkaar verbindt, is hun avontuurlijke manier van componeren. Daarbij maakten ze zich weinig zorgen over wat in zwang was onder hun tijdgenoten. Door op een eigenzinnige manier muzikale elementen bij elkaar te zetten, namen ze het ‘com-poneren’ haast letterlijk. Sibelius’ eendelige Zevende symfonie is meer een fantasie dan een traditioneel samengestelde symfonie. Ravel integreerde in zijn Concerto voor de linkerhand dan weer allerlei invloeden uit de jazz. Hoewel de titel La Mer doet denken aan schilderachtige muziek, klinkt Debussy het meest nuchter van de vier componisten. Hij toont zich een meester in het verfrissend combineren van timbres, ritmes en harmonieën. Rautavaara ten slotte is de meest extreme ‘com-ponist’. Een muzikale veelvraat als hij was, verzoende hij in zijn pianoconcerto zowat alle invloeden die hem ooit gefascineerd hebben.

 

Jean Sibelius (1865-1957) rondde zijn Symfonie Nr. 7 in do groot, Op. 105 af in 1924. In dat jaar een symfonie op de markt brengen, was geen daad van vooruitstrevendheid. Na het overlijden van Beethoven hadden Liszt en Wagner de symfonie al doodverklaard. Sibelius betitelde zijn Zevende symfonie eerst niet toevallig als Fantasia sinfonica. Dat hij geen gebruik maakt van de voor een symfonie zo typische sonate- en rondovorm, betekent geenszins dat er geen structuur is. Starten en eindigen doet hij rustig, met een adagio. Tussendoor vloeien allerlei segmenten en contrasterende geledingen uit elkaar voort. Door een trombonethema te laten terugkeren en de tempi ingenieus af te wisselen, geeft Sibelius richting en houvast aan de luisteraar.

 

Einojuhani Rautavaara (1928-2016) studeerde aan de Sibelius Academie in Helsinki en later bij Roger Sessions en Aaron Copland in de Verenigde Staten. Zijn professionele loopbaan startte hij in de woelige jaren rond de Tweede Wereldoorlog. Op dat moment werd de Finse muziek gedomineerd door neoklassiek en neoromantiek. Rautavaara absorbeerde die invloeden, maar raakte ook in de ban van tal van andere schrijfstijlen, van de dodecafonie van Schönberg en Webern over het naoorlogse serialisme tot de zo typische harmonie van Olivier Messiaen. ‘Het is onmogelijk om me ergens op vast te pinnen’, zo omschreef Rautavaara zichzelf.

 

Zijn Pianoconcerto Nr. 1, Op. 45 (1969) componeerde hij in een periode waarin hij nood had aan expressiviteit. ‘Ik was teleurgesteld in de toen zo modieuze ascetische – en in mijn ogen zelfs fletse – pianostijl’, zo schreef hij daar zelf over. ‘Ik wilde in mijn concerto de volledige rijkdom en grandeur van het instrument herstellen en een concerto schrijven in de “grote stijl”.’ In die opzet is Rautavaara met glans geslaagd. Het eerste deel, ‘Con Grandezza’, neemt zowat de helft van de duur van het concerto in beslag. De grandeur hoor je ook in de weids geschreven pianopartij, uitgesmeerd over het hele klavier, en in de vele verregaande contrasten, zowel qua klanksterkte als in de talrijke heftig stijgende en dalende lijnen. Daarbovenop toont Rautavaara zich een meester in het uitbuiten van de klankkleurmogelijkheden van het orkest. Na een bijna mystiek rustig middendeel volgt een krachtig en indrukwekkend energiek slotdeel.

 

Ook het Concerto pour la main gauche (1931) van Maurice Ravel (1875-1937) tast allerlei grenzen af. Ravel componeerde het in opdracht van pianist Paul Wittgenstein. De broer van de illustere filosoof Ludwig was in de Eerste Wereldoorlog zijn rechterarm verloren. Dankzij de faam en rijkdom van zijn familie kon Paul Wittgenstein heel wat opdrachten uitschrijven voor nieuw pianorepertoire voor de linkerhand; behalve Ravel gingen ook Richard Strauss, Benjamin Britten, Sergej Prokofjev en Paul Hindemith op die vraag in.

 

‘Bij een werk zoals dit is het belangrijk om de indruk te wekken dat de textuur niet dunner is dan die van een partij geschreven voor twee handen’, zo schreef Ravel zelf over zijn pianoconcerto voor de linkerhand. In de partituur zie je dat in de vele atletische sprongen en in de ingenieuze manier waarop Ravel melodie en begeleiding in één hand combineert. Het concerto bestaat uit drie in elkaar overlopende delen. Starten doet het werk met een lange climaxopbouw vanuit de diepste regionen van het orkest: de laagste strijkers en blazers. Die meeslepende climaxopbouw mondt uit in een lange solopassage voor de pianist die een vergelijkbare stijgende beweging herneemt.

 

Net voor het componeren van dit concerto had Ravel zich tijdens een concerttournee door de Verenigde Staten laten overweldigen door de jazzscene van New York. Samen met George Gershwin en Paul Whiteman ging hij jazzclubs af tot in de vroege uurtjes. Dit concerto is dan ook doorspekt met allerlei, vooral ritmische, invloeden vanuit de jazz. Ravel toont zich een meester in het uitspelen van het hele orkestrale kleurenpalet.

 

Dat is iets wat we ook horen in La Mer (1905) van Claude Debussy (1862-1918). In dit werk maakt Debussy niet enkel gebruik van een uitgebreid orkest, hij voegt ook extra kleuren toe: de koperblazers spelen geregeld met dempers, de houtblazerssectie verrijkt hij met een piccolo, althobo en contrafagot. En het al omvangrijke slagwerk wordt aangevuld met tamtam en buisklokken. Tijdens de Wereldtentoonstelling van 1889 had Debussy in Parijs ook kennisgemaakt met gamelanensembles uit Java en Bali. Dat klankidioom vertaalt hij naar de twee harpen.

 

Bij een titel als La Mer verwachten we ons als luisteraar aan stormen, meeuwen en kabbelende golven. Zo’n beluistering is perfect toegelaten. Maar er is ook meer. Met de ondertitel Trois esquisses symphoniques maakt Debussy duidelijk dat er achter zijn grote fascinatie voor de zee ook abstract compositiewerk schuilgaat. De opbouw met twee snelle hoekdelen en een middendeel (met een ‘Andante’ en een ‘Scherzo’) heeft veel weg van een symfonie. Meer nog, de schrijfwijze van Debussy met een verregaande ontwikkeling van motivisch materiaal en met motieven die in alle delen opduiken, doet voor het geoefende oor zelfs wat beethoveniaans aan.

 

Elise Simoens

 

 

Luistertips: 

Ravel

Merk op hoe Ravel in de eerste grote solopassage meteen laat horen dat vijf vingers volstaan voor een volwaardige en zelfs indrukwekkende combinatie van melodie en begeleiding.

Debussy

Avant-gardist Pierre Boulez raakte gefascineerd door ‘Jeux de vagues’, het middelste segment van La Mer. Vooral het complexe en genuanceerde spel van ritme en klankkleur sprak hem daarin aan.   

Rautavaara

Rautavaara houdt van contrastwerking. Veel tijd heeft de pianist niet om te schakelen van het ene uiterste naar het andere. Aanduidingen als ‘FFF brutal’, ‘dolce’ en ‘con tutta la forza’ wisselen elkaar in sneltempo af.

Biografie

Swedish Radio Orchestra

Het Swedish Radio Symphony Orchestra werd in 1925 opgericht in het kader van de eerste radiouitzendingen in Zweden en heeft de Berwaldhallen in Stockholm als vaste thuisbasis. Dankzij dirigenten als Sergiu Celibidache en Herbert Blomstedt groeide het in de loop van de 20e eeuw uit tot een orkest met internationale uitstraling. Tussen 2007 en 2025 was Daniel Harding chef-dirigent, vanaf seizoen 2026-2027 volgt Andrés Orozco-Estrada hem op. Daarnaast werkt het orkest regelmatig samen met vaste gastdirigent Maxim Emelyanychev, eredirigent en voormalig muziekdirecteur Esa-Pekka Salonen en gastdirigenten als Barbara Hannigan, Antonio Pappano en Nathalie Stutzmann.


 

Esa-Pekka Salonen

De Finse componist en dirigent Esa-Pekka Salonen is een van de belangrijkste figuren in het hedendaagse muzieklandschap. Hij is voormalig muziekdirecteur van Los Angeles Philharmonic, Philharmonia Orchestra, het Swedish Radio Symphony Orchestra en San Francisco Symphony Orchestra en treedt in seizoen 2027-2028 aan als muziekdirecteur van het Orchestre de Paris. Daarnaast was Salonen medeoprichter en artistiek directeur van het Baltic Sea Festival. Als dirigent leidde hij wereldpremières van componisten als Arvo Pärt, John Adams en Kaija Saariaho. Salonen kreeg in 1993 als eerste dirigent ooit de muziekprijs van de Accademia Musicale Chigiana en ontving in 2024 de prestigieuze Polar Music Prize.


 

Yuja Wang

De Chinese pianiste Yuja Wang staat wereldwijd bekend om haar charismatische podiumprésence, virtuositeit en sterke artistieke persoonlijkheid. In 2007 brak ze internationaal door toen ze Martha Argerich verving als solist in Tsjaikovski’s Pianoconcerto Nr. 1 met het Boston Symphony Orchestra. Sindsdien werkt ze samen met gerenommeerde orkesten als Los Angeles Philharmonic, de Wiener Philharmoniker en het Koninklijk Concertgebouworkest, en met dirigenten als Claudio Abbado, Daniel Barenboim, Gustavo Dudamel, Simon Rattle, Antonio Pappano en Yannick Nézet-Séguin. Haar talrijke opnames werden onderscheiden met o.m. een ECHO, een Opus Klassik en een Grammy Award.

Partners

Structural partners

Klara, KPMG

 

Event partners

Brouwerij Halve Maan, Gimv | Worxinvest, Interparking, Proximus

 

Cultural partners

Ancienne Belgique, Belgian National Orchestra, Bozar, Brussels Philharmonic, De Munt | La Monnaie, Flagey, Muntpunt, Museum of Musical Instruments, Passa Porta

 

Public funding

Nationale Bank, Nationale Loterij meer dan spelen, Stad Brussel, Visit Brussels, Vlaamse Gemeenschap

 

Media partners

BRUZZ, De Standaard, La Première, La Trois, Le Soir, Musiq3, Radio 1, Ring TV, VRT Eén, VRT Canvas, VRT Max

 

Festival suppliers

Daniel Ost, Drukkerij VD, Maison Dandoy

Partner banner KPMG