Anthony Romaniuk
On Modes: Album Release
Where Is Home?
Thuiskomen in muziek
Een man stapt het podium op, cello in de hand. Hij kijkt de zaal in, spreidt zijn armen en zegt: ‘Welkom. Vanavond zijn jullie geen toehoorders, maar deelnemers. Onze ontmoeting is een uitwisseling.’ Dan begint hij te zingen en te spelen, en wordt alles duidelijk. Als een levende antenne capteert hij de energie van het publiek en stuurt die in veelvoud terug. De zaal wordt een woonkamer. Wie erbij was, gaat als een ander mens naar huis.
Ongeveer zo verloopt een concert van Abel Selaocoe. Samen met de charismatische cellist, zanger en componist heten we je hartelijk welkom op het 21e Klarafestival. Als festivalartiest speelt Selaocoe drie concerten die het hele spectrum van zijn muzikale wereld bestrijken. Van traditionele muziek uit zijn geboorteland Zuid-Afrika tot barok, jazz, hedendaags klassiek en improvisatie: al die invloeden smelt hij om tot een uniek oeuvre in het teken van identiteit en culturele uitwisseling.
Aan het debuutalbum van Selaocoes eigen Bantu Ensemble ontlenen we het thema van deze festivaleditie: Where Is Home? Het is een open vraag met ontelbare antwoorden – zeker in het superdiverse Brussel met zijn 180 nationaliteiten en 100 talen. Onze hoofdstad is een draaischijf. Een toevluchtsoord. Een tijdelijke of permanente thuisbasis voor talloze mensen, elk met hun eigen verhaal. Iedere dag prijzen we ons gelukkig dat we als festival in zo’n vruchtbare bodem mogen ankeren.
Klarafestival 2026 is een ode aan de stad waar we thuis zijn. Tijdens Muziekberg/Mont des Musiques palmen Brusselse musici één dag lang de Kunstberg in, van het Muziekinstrumentenmuseum tot Bozar, van de Ravensteingalerij tot de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten. En zowel Radio Lomax als het koor Les Invisibles (La Voix des Femmes Sans Papiers) vertolken Brusselse liederen met uiteenlopende wortels.
Een zo breed mogelijk publiek laten ervaren dat klassieke muziek springlevend is: dat is onze missie. Zelfs de meest vertrouwde werken klinken als nieuw in de handen van de avontuurlijke musici met wie we ons omringen. Laat je verrassen door Bachs Johannespassie onder de baton van Maxim Emelyanychev. Verbaas je over Beethoven en Strauss met het Orchestre Philharmonique du Luxembourg. Herontdek Chopin en Skrjabin in een uitvoering door Alexandre Kantorow. Of maak kennis met klavierfenomeen Anthony Romaniuk: net als Abel Selaocoe vervlecht hij eigen muziek met bestaand repertoire, van Bach tot Björk.
Dit festivalprogramma telt wel meer muzikaal gelijkgestemden. Zo voltooide Annelies Van Parys de 8e symfonie van haar oud-leraar Luc Brewaeys. Pianisten Kris Defoort en Stephane Ginsburgh brengen een hommage aan hun vriend Philippe Boesmans, die 90 jaar zou zijn geworden in 2026. Abel Selaocoe op zijn beurt improviseert met oude én nieuwe zielsverwanten, en vertolkt met Brussels Philharmonic een gloednieuw celloconcerto van de Amerikaanse componiste Jessie Montgomery.
Dit alles zou niet mogelijk zijn zonder de steun van onze partners in Brussel en daarbuiten. Bozar, Flagey, De Munt, Ancienne Belgique, Brussels Philharmonic, Belgian National Orchestra, Passa Porta, BNA-BBOT en de Luc Brewaeys Foundation dragen bij aan het unieke DNA van Klarafestival. Onmisbare private partners zijn KPMG Belgium, Proximus, Brugse Zot, Gimv/WorxInvest en Interparking. We waarderen de steun van de Vlaamse Gemeenschap, de Vlaamse Gemeenschapscommissie, het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de Nationale Loterij. De samenwerking met VRT en Klara is dan weer het geheim van ons succes als omroepfestival. We zijn dankbaar voor het enthousiaste publiek dat ons volgt, zowel in de concertzaal als thuis via de radio en VRT MAX.
Voor Abel Selaocoe is ‘thuis’ veel meer dan een gebouw of een plek. ‘Het kan een spirituele ruimte zijn. Het kunnen mensen zijn. (...) Het kan iets zijn dat je vindt op je omzwervingen.’ Zeven jaar lang was Klarafestival ‘thuis’ voor intendant Joost Fonteyne. Zijn zin voor avontuur en maatschappelijke verbinding spreekt meer dan ooit uit dit festivalprogramma. In april 2026 vervolgt hij zijn tocht, en geeft hij de fakkel door aan Jan Van den Borre. Veel dank, Joost, voor de mooie jaren!
Het Klarafestivalteam
Joost Fonteyne, intendant
Jan Raes, voorzitter
Chantal Pattyn, netmanager Klara
Anthony Romaniuk – piano, electronics
Coproductie: Flagey, Klarafestival
Anthony Romaniuk
Sunrising
Arvo Pärt
Für Alina
Anthony Romaniuk
Rose-tinted
–
Traditional, arr. Anthony Romaniuk
Black is the Colour
György Ligeti/Anthony Romaniuk
Musica Ricercata VIII — 7/8 jam
Anthony Romaniuk
Passacaglia
Radiohead
Motion Picture Soundtrack
–
Anthony Romaniuk
Locrian Waltz
Björk
Army of Me/Unravel
–
Traditional, arr. Anthony Romaniuk
Scarborough
–
Anthony Romaniuk
Nach Alina
John Adams
Phrygian Gates
Traditional, arr. Anthony Romaniuk
Regina
‘Thuis is eerder loslaten dan vasthouden.’
Klarafestival in gesprek met Anthony Romaniuk
Klavierduizendpoot Anthony Romaniuk schakelt moeiteloos tussen klassiek, jazz, improvisatie en ambient. Op Klarafestival 2026 stelt hij zijn soloalbum On Modes voor. Daarop vervlecht hij een rijkelijke portie eigen muziek met composities van Pärt, Adams en Ligeti. En passant arrangeert hij ook werk van Radiohead, Björk en andere artiesten. Enkele weken voor het releaseconcert spreken we hem over het album, over zijn avontuurlijke parcours en over de centrale vraag van het festival: Where Is Home?
Welke rol speelde muziek bij jou thuis?
Hoeveel tijd heb je? (lacht) Muziek kwam vooral in mijn leven via mijn vader. Mijn grootvader was volksmuzikant in Boekovina, een bergachtige regio die vroeger in Roemenië lag, vandaag in Oekraïne. Hoewel mijn vader zelf geen muzikant werd, groeide hij dus wel op met muziek. Tijdens de Tweede Wereldoorlog vluchtte hij zoals velen naar het zuidelijk halfrond, en zo komt het – als we even doorspoelen – dat ik geboren werd in Australië. Ik denk dat muziek een emotioneel stabiliserend effect had op mijn vader. Hij had een kleine platenverzameling, die hij grijs draaide. Die muziek was er altijd, als een soundtrack van ons dagelijkse leven. Ik ben de jongste van vijf kinderen, en elk van ons volgde ook muziekles. Er was altijd wel iemand aan het spelen.
Wat is je vroegste muzikale herinnering?
Hmm… die heb ik niet echt, geloof ik. Ik zou iets kunnen verzinnen, maar aangezien ik net terug ben van een tiendaagse stilteretraite, wil ik liever eerlijk zijn. (lacht) Wat ik me wél herinner, is het eerste moment waarop ik de emotionele impact van muziek voelde. Dat moet rond mijn elfde zijn geweest, toen ik de jazz ontdekte. Voordien was muziek er altijd gewoon geweest, zonder dat ik er een sterke persoonlijke band mee had. Maar toen ik het album Steamin’ van Miles Davis hoorde, wist ik niet wat me overkwam. Voor het eerst voelde ik dat muziek iets kan betekenen, dat ze je volledig kan opslorpen. Muziek kan een completer mens van je maken, en deel worden van wie je bent en wat je drijft.
Wat maakte Steamin’ voor jou zo bijzonder?
Die plaat ademt een natuurlijke cool, een zelfzekerheid waarin veel optimisme schuilt. Wat is coolness, als je erover nadenkt? In essentie: het resultaat van zelfvertrouwen. Weten wie je bent en daar vrede mee hebben. We zijn allemaal weleens onzeker als we jong zijn, dus Steamin’ was voor mij heel inspirerend. Ik wou die muziek worden.
Zijn er andere mensen die je in die vormende jaren hebben geïnspireerd?
Mijn eerste pianodocente was eerder een gids dan een leerkracht. De belangrijkste tip die ze me gaf, herinner ik me nog steeds: verzorg je houding en verdeel je gewicht, ‘from bum to thumb’ (van zitvlak tot duim, red.). Verder gaf ze me vooral de ruimte om me zelfstandig te ontplooien, wat heel fijn was. Mijn technische vaardigheden ontwikkelde ik vooral als twintiger. Zo wierp ik me als een nerd op de drills van Charles-Louis Hanon (auteur van Le pianiste virtuose, red.). Elke dag deed ik die technische oefeningen. Ik gedij wel bij dat soort structuur.
Je begon als pianist. Wanneer kwamen het klavecimbel en de pianoforte in beeld?
Dat was halverwege mijn twintiger jaren, toen ik in New York studeerde en weer andere interessante mensen ontmoette. Zij lieten me onder meer kennismaken met barokmuziek, die ik geweldig vond maar niet kon vertolken op piano. Daarom ging ik ook klavecimbel studeren. Nog later, in Den Haag, ontdekte ik de pianoforte en veranderde ik nog maar eens van major. (lacht)
Op welk van die instrumenten voel je je het meest thuis?
Aan welk klavier ik ook ga zitten, ik vind altijd wel manieren om het te doen werken, door te focussen op klankproductie. Dat aanpassingsvermogen is mijn grootste sterkte, denk ik. Maar in wezen blijf ik een pianist. De mechaniek van een hamer en een snaar is me nu eenmaal het meest vertrouwd. Ik ben opgegroeid met dat instrument en die ontwikkeling is nooit gestopt. Hoe blijf je als muzikant groeien nadat je je studie hebt afgerond? Dat vind ik een interessant vraagstuk en een belangrijke uitdaging. Volgens mij is On Modes mijn beste werk tot nu toe, en daar ben ik aangenaam door verrast.
Op het album gebruik je ook elektronica. Hoe verhoudt die zich tot je akoestische instrumentarium?
Ik luister veel naar elektronische muziek en experimenteer er graag mee, maar zou mezelf zeker geen technisch onderlegde elektronicamuzikant noemen. Toch heeft die wereld mijn denken beïnvloed. Zo is een van mijn recente werken een soort analoge remake van een synthesizer-improvisatie – al besefte ik dat pas achteraf. Voor On Modes werkte ik in een prachtige studio in Berlijn, met een weelde aan tape delays en andere analoge apparatuur. Die moest ik gewoon gebruiken. Ik ben heel blij dat ik werd omkaderd door twee geweldige producers, onder wie een Belgische vriend van me, Jo Thielemans.
Je bent veel op tournee en hebt op verschillende continenten gewoond. Hoe is het om zo'n veranderlijke thuis te hebben?
Ik was 18 toen ik vertrok uit Australië en ben sindsdien nog meermaals verhuisd. Ik woonde zes jaar in New York, vijf jaar in Den Haag, zes jaar in Brussel en zeven jaar in Antwerpen. Intussen woon ik alweer drie jaar in Madrid, waar ik me haast meer ‘thuis’ voel dan mijn Spaanse echtgenote. (lacht) Kijk, uiteraard heeft het zijn voordelen om te zeggen: ‘Dit is mijn plek. Dit zijn mijn mensen. Hier wil ik wortel schieten.’ In die zin heb ik het mezelf misschien moeilijk gemaakt. Maar het is ook leerrijk om af en toe van thuis te veranderen. Het geeft je de kans om je steeds weer af te vragen: wie ben ik in deze omgeving? Hoe positioneer ik mezelf in deze nieuwe context?
Heb je daarbij ontdekt wat ‘thuis’ voor jou betekent?
Ook hier draait alles om aanpassingsvermogen. Voor mij is thuis verandering, beweging. Het is geen vaste plek. Thuis is het verstrijken van de tijd, het voorbijtrekken van plaatsen. Het is eerder loslaten dan vasthouden. Juist daarin schuilt een zekere rust – al klink ik nu wel heel boeddhistisch. (lacht)
Is er een bepaald geluid dat je associeert met een van je woonplaatsen?
Dat heb ik het meest met New York, waar je een onophoudelijke kakofonie hoort van sirenes, de metro, en miljoenen mensen om je heen. Ik vond het heerlijk om daar te wonen. Maar ook muziek is inherent verbonden met haar omgeving. Luisteren naar bluegrass, bijvoorbeeld, is een totaal andere ervaring in North Carolina dan in West-Afrika.
Heb je rituelen die je een thuisgevoel geven wanneer je onderweg bent?
Ik mediteer elke dag en ben een vreselijke koffiesnob. (lacht) Ik neem mijn AeroPress en handmolen overal mee en zoek in elke stad de fijnste koffiebars op. Het is een manier om verbinding te maken met de plaats waar ik ben.
Voel je je thuis op het podium?
In zekere zin wel. Al moet ik nu denken aan een 16e-eeuws traktaat waarin staat dat een voorstelling geen uitwisseling is tussen artiest en publiek, maar een gezamenlijke bijeenkomst. Idealiter kijkt iedereen samen naar het centrum van een ruimte. In die gedeelde ervaring schuilt de mogelijkheid van magie. Het Spaanse woord ‘duende’ vat dat mooi samen: het moment waarop we worden overgenomen door iets groters dan onszelf.
Hoe zou je je band met Brussel omschrijven?
Brussel voelt voor mij als een kruispunt van culturen. Het is geen grote stad, maar ze wordt wel steeds kosmopolitischer. Die samenloop van werelden brengt een bijzondere levendigheid met zich mee. Brussel is groot genoeg om werkelijk gastvrij te zijn. Je kunt er volledig jezelf zijn. Ik heb er graag gewoond.
Binnenkort ben je er even terug, voor het releaseconcert van On Modes. Hoe ontstond het idee voor dit bijzondere album?
Tijdens de lockdown begon ik Phrygian Gates van John Adams te spelen. Dat werk lag me zo goed dat ik er een programma rond wilde bouwen. Zoals de titel verklapt, is het geschreven in de frygische modus (een specifieke toonladder, red.), en ik wist al vrij snel dat ik wilde werken rond de expressieve kracht van deze en andere modi.
Wat trekt je daar zo in aan?
Meer nog dan de majeur- of mineurtoonaarden vertellen modi elk hun eigen verhaal. Het zijn toonladders die de meest uiteenlopende kleuren en moods ademen, en je in een oogwenk kunnen meevoeren naar een andere wereld. De mixolydische modus, bijvoorbeeld, klinkt brutaal en provocatief, terwijl de dorische eerder peinzend aanvoelt en een zacht optimisme uitstraalt. Elke modus brengt je in een andere emotionele toestand, zonder dat je er ook maar iets over hoeft te weten. En zo zijn we terug bij de luisteraar die muziek wordt. Er ontstaat een klank en er zit leven in die klank, en dat leven kan oneindig veel dingen uitdrukken.
Hoe ging je met die modale taal aan de slag?
Dat was een lang proces van nadenken en zoeken. Modi vind je immers vooral in de oude muziek en de jazz. Voor pianisten bestaat er weinig modaal repertoire. Er zat dus niets anders op dan zelf repertoire te creëren. Naast het werk van Adams selecteerde ik nog enkele 20e-eeuwse werken van Pärt en Ligeti. Maar verder bestaat het album volledig uit eigen composities, improvisaties en arrangementen. Het was een belangrijke stap voor mij om mijn eigen stem te ontwikkelen. Het album verschijnt op een klassiek label (Alpha Classics, red.), maar eerlijk gezegd heb ik geen flauw idee welk genre ik erop zou moeten kleven. Het is geen jazz, geen ambient, geen elektronische muziek, geen neoklassiek.
Misschien is het gewoon je eigen genre? Als een blend van invloeden die door jouw unieke filter zijn gepercoleerd?
Dat is het helemaal. (lacht)
Fauve Charlier & Katherina Lindekens
ON MODES: ALBUM LINER NOTES BY ANTHONY ROMANIUK
Alpha Classics, 2026
Modes: beyond major and minor, ancient yet utterly modern, subtle gradations of character and feeling, all engineered by shifts up or down a simple scale.
The seven major modes – around which this album was conceived – formed the cornerstone of the musical system of the ancient Greeks, were indispensable to composers in the West up until the baroque period, have been consistently used throughout diverse folk music styles, and more recently, through the eclecticism of the mid-20th century, were incorporated into a shared international musical language.
The basic theory: each mode is created by moving up a step on the keyboard, using only the naturals (the white keys): Ionian, Dorian, Phrygian and Lydian, followed by Mixolydian, Aeolian and Locrian.
Each mode has a distinct character, flavour, mood, a node on the spectrum of lightness to darkness. My own perception of the inherent character of each mode would be:
-
Ionian: calmness, comfort, safety.
-
Dorian: darkness but with light just underneath the surface, quiet optimism.
-
Phrygian: resistance, energy, withstanding.
-
Lydian: wonder, imagination, dreams, possibilities.
-
Mixolydian: self-aware joy, defiance.
-
Aeolian: isolation, forlornness, resignation.
-
Locrian: darkness and disorientation.
During the suddenly appointment-free months in the Spring of 2020 I began learning Adams’ Phrygian Gates, leading me to brainstorm ideas for surrounding this work with other modal-esque pieces. But finding keyboard music which spoke to me proved tricky and I eventually realised that the best solution was to create new repertoire. Therefore, in addition to a few works by classical composers, the rest of the album consists of original compositions, arrangements and improvisations.
From its beginnings I knew this would be a piano record, rather than a multi-keyboard one. My previous experience with the spellbinding instruments from Fazioli left me with no doubt that I would use one for the Adams, however I still wished to have another timbre. A lightbulb went off when listening to Nils Frahm’s Solo Remains album, played on an incredible and unique piano built by David Klavins. The sound of one of these pianos – an M450, also called a vertical concert grand – overwhelms the listener. The large soundboard, long strings and overall clarity combine to create a kind of sound bath.
As the recording process continued I began thinking of the album as an electro-acoustic recital, with analogue and digital audio effects expanding the timbral gamut of the pianos. Rather than searching for synthetic sounds, I wanted all the effects to use the sound of the piano as a basis.
Sunrising
A prelude in Mixolydian mode, an ode to the rising sun from the summers of my childhood spent on the Queensland coast. The unusually long delay forces the player to simultaneously think about the past, present and future of what is being played and the deep bass notes of the Klavins make an appearance towards the end.
Für Alina
Pärt’s music seems to be constantly exploring emptiness. The Aeolian mode hits just the right amount of despair and hopelessness. In an attempt to approach his notation, I decided to add a very long reverb to the already-prodigious bass sound of the M450, thus sustaining it for the length of the piece.
Rose-tinted (Lydian Etude)
Finding a piece sufficiently in the Lydian mode proved tricky, so I wrote one myself. The etude component arises from juxtaposing the odd-numbered but regular rhythmic patterns of the right hand (groups of seven, then nine) with a clear, singing melody in the left hand.
Black is the colour
I discovered this timeless and ancient Scottish song through Nina Simone’s version. Even though the melody is technically in Aeolian mode, I chose to harmonise it as if it were Dorian, keeping the single Aeolian colour (d natural) as a kind of ‘blue note’, the most colourful harmony in the piece.
Passacaglia
A baroque-inspired soundscape, this improvised piece is entirely in the Aeolian mode, each one of the three sections explores a different aspect of the mode’s emotional world. The first, in G#, is more reflective and pensive; the more active C# section is angrier, less constrained and the final F# part is the most despairing, empty, alone.
Musica Ricercata #8 – fantasia (7/8 jam)
Rhythmically thrilling and wild, this piece captures the Mixolydian ethos of defiance so beautifully even as it occasionally strays from its home mode. Wanting to keep the jaunty vibes going, I kept playing the Ligetiesque groove and tried out some cross-rhythmic diminutions.
Motion Picture Soundtrack
I’m such a huge fan of Radiohead’s output so it was truly a joyful experience to record this track (in Ionian mode) on the M450. The brief overdub at the end helps to evoke the cast-of-thousands feeling from the original track (from 2001’s Kid A).
Scarborough
The idea behind this layered arrangement came from an experience I had in Japan, audio-recording a continuo realisation and then having to play along in a video recording, creating a double-continuo effect. The result was sufficiently interesting that I decided to repurpose it for this old English folk song.
Army of Me
Locrian pieces exist in heavy metal, but the absence of a natural I-V relationship have made it an almost nonexistent choice for classical composers. This song by Björk from 1995 engages with the darkest of the modes head on. All the sounds on this track were produced on the Fazioli, including the drumming inside the piano and the high-frequency pings (produced with the aid of a small cork hammer on the undamped upper registers).
Locrian Waltz
Although it starts and ends in Locrian mode, in reality this jazz waltz probably only spends 20% of its life in its title mode, instead using more familiar tonal territory to offset the gloominess of the Locrian moments. Although an original composition, it uses various ‘found objects’ to convey a particular era in jazz history.
Nach Alina
This short improvisation builds on some of the ideas found in Pärt’s Für Alina, but very quickly activates into something much more extraverted than its source, plus a mode change, from Aeolian to Dorian. The analogue tape delay can be clearly heard in this track.
Phrygian Gates
The centrepiece of the album and a true modern masterpiece, for me, Adams’ work represents the pinnacle of the minimalist repertoire for solo piano. In three large sections, reminiscent of the classical threemovement structure, the scale of the piece is beautifully balanced and dramatically effective. The imagery I associate with the work tends to be epic landscapes, often those of the American West.
Regina
This piece is an arrangement of a song from the Llibre vermeil de Monserrat from the 14th century, Polorum Regina, rather unusually in Ionian mode. Its placement after Phrygian Gates functions as a kind of balm, calming the ears after the intensity of the previous work’s ending, keeping it in the same key centre (D# Phrygian → B Ionian) in order to close the album.
De Australische klavierspeler Anthony Romaniuk beweegt zich vrij tussen stijlen en genres. Hij vertrok vanuit een fascinatie voor jazz, specialiseerde zich in oude muziek en verkende sindsdien improvisatie, indierock en elektronische muziek. Op zijn veelzijdige concertprogramma’s plaatst hij muziek van componisten als Byrd, Bach, Beethoven, Ligeti en Adams naast eigen werk. Romaniuk is vast lid van Vox Luminis en werkte daarnaast samen met o.a. Reinoud Van Mechelen, Patricia Kopatchinskaja en indierockband Efterklang. Zijn soloalbums Bells (2020), Perpetuum (2023) en het pas verschenen On Modes (2026) kenmerken zich door hun doordachte programma’s en door de klankrijkdom van de verschillende soorten klavieren die Romaniuk gebruikt.
Structural partners
Klara, KPMG
Event partners
Brouwerij Halve Maan, Gimv | Worxinvest, Interparking, Proximus
Cultural partners
Ancienne Belgique, Belgian National Orchestra, Bozar, Brussels Philharmonic, De Munt | La Monnaie, Flagey, Muntpunt, Museum of Musical Instruments, Passa Porta
Public funding
Nationale Bank, Nationale Loterij meer dan spelen, Stad Brussel, Visit Brussels, Vlaamse Gemeenschap
Media partners
BRUZZ, De Standaard, La Première, La Trois, Le Soir, Musiq3, Radio 1, Ring TV, VRT Eén, VRT Canvas, VRT Max
Festival suppliers
Daniel Ost, Drukkerij VD, Maison Dandoy