Programmaboekje

Youth Orchestra Flanders

Youth Orchestra Flanders, Ilan Volkov & Joshua Brown

First Times

29.03.2026 — 11:00
Flagey, Studio 4
Voorwoord

Where Is Home? 

Thuiskomen in muziek 

 

Een man stapt het podium op, cello in de hand. Hij kijkt de zaal in, spreidt zijn armen en zegt: ‘Welkom. Vanavond zijn jullie geen toehoorders, maar deelnemers. Onze ontmoeting is een uitwisseling.’ Dan begint hij te zingen en te spelen, en wordt alles duidelijk. Als een levende antenne capteert hij de energie van het publiek en stuurt die in veelvoud terug. De zaal wordt een woonkamer. Wie erbij was, gaat als een ander mens naar huis. 

 

Ongeveer zo verloopt een concert van Abel Selaocoe. Samen met de charismatische cellist, zanger en componist heten we je hartelijk welkom op het 21e Klarafestival. Als festivalartiest speelt Selaocoe drie concerten die het hele spectrum van zijn muzikale wereld bestrijken. Van traditionele muziek uit zijn geboorteland Zuid-Afrika tot barok, jazz, hedendaags klassiek en improvisatie: al die invloeden smelt hij om tot een uniek oeuvre in het teken van identiteit en culturele uitwisseling.

 

Aan het debuutalbum van Selaocoes eigen Bantu Ensemble ontlenen we het thema van deze festivaleditie: Where Is Home? Het is een open vraag met ontelbare antwoorden – zeker in het superdiverse Brussel met zijn 180 nationaliteiten en 100 talen. Onze hoofdstad is een draaischijf. Een toevluchtsoord. Een tijdelijke of permanente thuisbasis voor talloze mensen, elk met hun eigen verhaal. Iedere dag prijzen we ons gelukkig dat we als festival in zo’n vruchtbare bodem mogen ankeren. 

 

Klarafestival 2026 is een ode aan de stad waar we thuis zijn. Tijdens Muziekberg/Mont des Musiques palmen Brusselse musici één dag lang de Kunstberg in, van het Muziekinstrumentenmuseum tot Bozar, van de Ravensteingalerij tot de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten. En zowel Radio Lomax als het koor Les Invisibles (La Voix des Femmes Sans Papiers) vertolken Brusselse liederen met uiteenlopende wortels. 

 

Een zo breed mogelijk publiek laten ervaren dat klassieke muziek springlevend is: dat is onze missie. Zelfs de meest vertrouwde werken klinken als nieuw in de handen van de avontuurlijke musici met wie we ons omringen. Laat je verrassen door Bachs Johannespassie onder de baton van Maxim Emelyanychev. Verbaas je over Beethoven en Strauss met het Orchestre Philharmonique du Luxembourg. Herontdek Chopin en Skrjabin in een uitvoering door Alexandre Kantorow. Of maak kennis met klavierfenomeen Anthony Romaniuk: net als Abel Selaocoe vervlecht hij eigen muziek met bestaand repertoire, van Bach tot Björk. 

 

Dit festivalprogramma telt wel meer muzikaal gelijkgestemden. Zo voltooide Annelies Van Parys de 8e symfonie van haar oud-leraar Luc Brewaeys. Pianisten Kris Defoort en Stephane Ginsburgh brengen een hommage aan hun vriend Philippe Boesmans, die 90 jaar zou zijn geworden in 2026. Abel Selaocoe op zijn beurt improviseert met oude én nieuwe zielsverwanten, en vertolkt met Brussels Philharmonic een gloednieuw celloconcerto van de Amerikaanse componiste Jessie Montgomery. 

 

Dit alles zou niet mogelijk zijn zonder de steun van onze partners in Brussel en daarbuiten. Bozar, Flagey, De Munt, Ancienne Belgique, Brussels Philharmonic, Belgian National Orchestra, Passa Porta, BNA-BBOT en de Luc Brewaeys Foundation dragen bij aan het unieke DNA van Klarafestival. Onmisbare private partners zijn KPMG Belgium, Proximus, Brugse Zot, Gimv/WorxInvest en Interparking. We waarderen de steun van de Vlaamse Gemeenschap, de Vlaamse Gemeenschapscommissie, het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de Nationale Loterij. De samenwerking met VRT en Klara is dan weer het geheim van ons succes als omroepfestival. We zijn dankbaar voor het enthousiaste publiek dat ons volgt, zowel in de concertzaal als thuis via de radio en VRT MAX. 

 

Voor Abel Selaocoe is ‘thuis’ veel meer dan een gebouw of een plek. ‘Het kan een spirituele ruimte zijn. Het kunnen mensen zijn. (...) Het kan iets zijn dat je vindt op je omzwervingen.’ Zeven jaar lang was Klarafestival ‘thuis’ voor intendant Joost Fonteyne. Zijn zin voor avontuur en maatschappelijke verbinding spreekt meer dan ooit uit dit festivalprogramma. In april 2026 vervolgt hij zijn tocht, en geeft hij de fakkel door aan Jan Van den Borre. Veel dank, Joost, voor de mooie jaren! 

 

Het Klarafestivalteam

Joost Fonteyne, intendant

Jan Raes, voorzitter

Chantal Pattyn, netmanager Klara

 

Programma

Youth Orchestra Flanders

Ilan Volkov – muzikale leiding

Joshua Brown – viool

 

Copresentatie: Youth Orchestra Flanders, Klarafestival, Flagey

In het kader van Fasten Seat Belts! Celebrating Luc Brewaeys 2025-2026

 

Luc Brewaeys (1959-2015)
Symphony No. 1 ‘..., e poi c’era …’


Dmitri Shostakovich (1906-1975)

Violin Concerto No. 1 in A Minor, Op. 77

  1. Nocturne: Moderato
  2. Scherzo: Allegro
  3. Passacaglia: Andante – Cadenza (attacca) 
  4. Burlesque: Allegro con brio – Presto

interval


Igor Stravinsky (1882-1971)

L’Oiseau de feu 

Programmatekst

First Times

Onder de titel First Times presenteren de jongeren van Youth Orchestra Flanders een concert vol eerste keren. Voor Luc Brewaeys was zijn Symfonie Nr. 1, …e poi c’era… niet alleen zijn orkestdebuut, maar ook de blauwdruk van zijn kenmerkende muziektaal. De Vuurvogel was het eerste ballet waarmee Igor Stravinsky furore maakte in Parijs. En violist Joshua Brown liet op 15-jarige leeftijd voor het eerst van zich spreken met zijn gevoelige interpretatie van Sjostakovitsj’ Eerste vioolconcerto. Samen vormen deze drie eerste keren een programma dat uitblinkt in weelderige orkestkleuren. 

 

Een symfonisch debuut uit ruis geboren

Met …, e poi c’era… (‘…, en toen was het er, …’) componeerde de 26-jarige Luc Brewaeys in 1985 de eerste van zijn acht symfonieën. Niet alleen verkende hij hier voor het eerst het orkest – de klankspeeltuin waarin hij zijn kenmerkende lust voor overvloed en klankkleur vrij baan kon geven, ook legde Brewaeys in deze eersteling het fundament voor zijn latere muziektaal. Hiervoor baseerde hij zich op het spectralisme, een stroming waarin klankkleur centraal staat. Spectrale componisten putten hun muzikale materiaal uit analyses van een boventoonspectrum, de verzameling van tonen die meeklinken met de hoorbare ‘grondtoon’ en zo het specifieke timbre van een klank bepalen. Melodie, harmonie en vorm komen zo voort uit de interne samenstelling van de klank zelf.

 

Brewaeys’ Symfonie Nr. 1 ontvouwt zich vanuit een stroom van amper hoorbare ruisklanken. Met bijna losgespannen snaren spelen de lage strijkers ijle flageolettonen, versterkt door zachte percussieklanken. Gaandeweg wordt dit fundament bijgekleurd met minutieuze effecten: ademklanken door de blazers, gongs die onder water worden gedompeld of wa-wa-effecten met dempers in de trombones. Met deze vernieuwende klanken wilde Brewaeys naar eigen zeggen elektronische muziek maken met akoestische middelen, al beschreef een recensent het klankbeeld minstens even treffend als ‘een orgel met lekke pijpen’.

 

Dit verfijnde klankweefsel wordt af en toe doorbroken door plotse dreunen, die de voorbode blijken van een intens crescendo dat iets voorbij de helft van de symfonie losbarst. Het orkest zwelt aan, de textuur verdicht zich en de puls versnelt, tot de klankmassa na een korte climax weer uiteenvalt. Het verstilde klankbeeld van het begin keert terug en mondt uit in een mysterieus akkoord, dat als een open vraag in de zaal blijft hangen.

 

Een concerto in de schaduw van het regime

Voor violist Joshua Brown betekende het Vioolconcerto Nr. 1 van Dmitri Sjostakovitsj de start van zijn carrière, maar voor de componist viel het samen met een breekpunt in zijn carrière. Het concerto ontstond namelijk in 1947-48, een periode waarin Sjostakovitsj onder vuur lag bij het Sovjetregime. Al voor de Tweede Wereldoorlog botste hij geregeld met de machthebbers: zijn opera Lady Macbeth uit het district Mtsensk werd in 1936 zelfs verbannen na een vernietigende anonieme recensie, toegeschreven aan Stalin en zijn entourage. Tijdens en vlak na de oorlog hees het regime Sjostakovitsj tijdelijk weer op het schild om te kunnen pronken met zijn grootse symfonieën, maar terwijl hij in 1948 de laatste hand legde aan zijn vioolconcerto, viel hij opnieuw uit de gratie. Zijn muziek zou immers in strijd zijn geweest met de nieuwe kunstdoctrine, die voorschreef dat muziek in de eerste plaats ideologisch dienstbaar moest zijn. Uit angst voor repercussies hield Sjostakovitsj zijn concerto enkele jaren achter; pas in 1955, twee jaar na Stalins dood, zou het in première gaan.

 

In de tussenliggende jaren zat Sjostakovitsj regelmatig samen met violist David Oistrach om de solopartij tot in de puntjes te verfijnen. Het is dan ook de viool die het orkest gedurende het hele concerto op sleeptouw neemt. Na een korte inleiding door de lage strijkers zet de solist een elegische, bijna oneindige melodie in waaruit de volledige eerste beweging (‘Nocturne’) zich organisch ontvouwt. Het begin van het tweede deel, een lichtvoetig scherzo, contrasteert scherp met een speels duet tussen fluit en basklarinet, begeleid door de soloviool. Nadien neemt de viool opnieuw de hoofdrol over en stuwt deze muziek tot een demonische dans. Het derde deel is een passacaglia: de lage strijkers, pauken en hoorns introduceren een plechtig thema dat vervolgens in verschillende gedaanten wordt herhaald. Aan het einde van het deel dunt de textuur uit en zet de viool een cadenza in, een steeds virtuozer en intenser wordende solopassage.  Deze cadenza loopt uit in de feestelijke finale (‘Burlesque’), waarin de soloviool een laatste keer virtuoos schittert.

 

Een sprookjesachtige klankwereld

De Vuurvogel betekende de grote doorbraak van Igor Stravinsky in Parijs. Hij componeerde de muziek in 1910 voor de legendarische Ballets Russes, die onder leiding van impresario Sergej Diaghilev het Franse publiek deden smullen van kleurrijke kostuums en decors, sprookjesachtige verhalen en exotisch klinkende muziek. Diaghilev had Stravinsky’s muziek in 1909 leren kennen en gaf hem toen meteen de opdracht om muziek van Chopin te orkestreren voor het ballet Les Sylphides. Toen Nikolai Tsjerepnin, de voorziene componist voor De Vuurvogel, afhaakte, kwam Diaghilev dan ook snel bij Stravinsky terecht. Het bleek een gouden zet: het succes van De Vuurvogel vormde het begin van een revolutionaire samenwerking die later ook Petroesjka en het schandaalsucces Le Sacre du printemps zou opleveren.

 

Geheel naar de smaak van het Franse publiek kozen Stravinsky en Diaghilev voor De Vuurvogel een sprookje uit de Russische folklore. In de tuin van de tovenaar Kosjtsjej jaagt prins Ivan op de Vuurvogel, een mythisch wezen dat in staat is de dood te overwinnen. Wanneer hij de vogel vangt, smeekt die Ivan om haar vrij te laten en belooft hem in ruil te helpen in tijden van nood. Ivan ontmoet vervolgens dertien prinsessen die door Kosjtsjej in de tuin gevangen worden gehouden. Wanneer hij hen probeert te bevrijden, wordt hij betrapt en dreigt Kosjtsjej hem te verstenen. Net op tijd komt de Vuurvogel tussen: met haar magie dwingt ze de tovenaar tot een helledans en zingt ze hem in slaap, zodat Ivan en de prinsessen kunnen ontsnappen.

 

Het opvallendste kenmerk van de muziek is de uitzonderlijk kleurrijke orkestratie. Stravinsky schrijft een naar eigen zeggen ‘overdadig’ orkest voor, met onder meer drie harpen, celesta en uitgebreide percussie- en kopersecties. Die klankweelde stelt Stravinsky in staat om de personages kleurrijk te karakteriseren: fladderende houtblazers en fonkelende harpen schilderen de magische krachten van de Vuurvogel, donkere koperblazers en percussie roepen de dreigende sfeer van Kosjtsjej op. Ook tal van bijzondere klankeffecten, zoals col legno (spelen met het hout van de strijkstok), flatterzunge (blazen met rollende tongpunt) en een trompet vanuit de coulissen, dragen bij tot de sprookjesachtige sfeer. Hoewel Stravinsky zijn muziek achteraf gezien iets te letterlijk het verhaal vond uitbeelden, schreef De Vuurvogel (ook los van de bijbehorende choreografie) geschiedenis met deze uiterst originele orkestklank. Stravinsky’s orkestratie was zelfs zo vernieuwend dat de dansers, die de muziek alleen nog maar gehoord hadden vanaf de piano, de weg volledig kwijt waren toen ze voor het eerst met het orkest repeteerden…

 

Robbe Beheydt 

Biografie

Youth Orchestra Flanders

Youth Orchestra Flanders werd in 2019 opgericht als samenwerking tussen Brussels Philharmonic, Antwerp Symphony Orchestra en het Symfonisch Orkest van Opera Ballet Vlaanderen. Met steun van de Vlaamse overheid biedt YOF aanstormende talenten tussen 15 en 26 jaar een eerste stap in het professionele orkestcircuit. Daarbij werkt het structureel samen met de conservatoria van Brussel, Antwerpen, Gent en Leuven en concertzalen DE SINGEL, Muziekcentrum De Bijloke, Flagey en Concertgebouw Brugge. YOF deelde het podium met o.a. Edwin Outwater, Camille Thomas en Lorenzo Gatto en zorgde in 2025 onder leiding van Karel Deseure voor de muziek in de productie L’Enfant et les sortilèges (An Empty House) bij OBV. 
 

Ilan Volkov

Ilan Volkov werd in 2003 de jongste chef-dirigent ooit van het BBC Scottish Symphony Orchestra en groeide sindsdien uit tot een internationaal gewaardeerd dirigent met een focus op 20e- en 21e-eeuwse muziek. In 2012 richtte hij in Glasgow het Tectonics Festival voor hedendaagse muziek op, dat intussen ook in o.a. New York, Reykjavik en Adelaide plaatsvond en in juni 2026 ook in Flagey neerstrijkt. Samen met Ilja Gringolts stichtte hij de I&I Foundation, die de creatie van nieuwe muziek ondersteunt via compositieopdrachten en structurele samenwerkingen met concertorganisaties. Sinds 2022 is hij vaste gastdirigent van Brussels Philharmonic, waar hij de uitvoeringen van hedendaagse muziek overziet en verder uitbouwt.

 

Joshua Brown

De Amerikaanse violist Joshua Brown trok de internationale aandacht toen hij de Tweede Prijs en de Publieksprijs behaalde op de Koningin Elisabethwedstrijd in 2024. Eerder behaalde hij eerste prijzen op de Global Music Education League Competition in Beijing in 2023 en de Internationaler Violinwettbewerb Leopold Mozart in Augsburg in 2019. Brown debuteerde in 2015 met het Cleveland Orchestra en speelde sindsdien regelmatig met orkesten als het Münchner Rundfunkorchester, MDR-Sinfonieorchester, Indianapolis Symphony Orchestra en Belgian National Orchestra. Momenteel studeert hij bij Donald Weilerstein aan het New England Conservatory of Music om na zijn master ook een Artist Diploma te behalen.

Partners

Structural partners

Klara, KPMG

 

Event partners

Brouwerij Halve Maan, Gimv | Worxinvest, Interparking, Proximus

 

Cultural partners

Ancienne Belgique, Belgian National Orchestra, Bozar, Brussels Philharmonic, De Munt | La Monnaie, Flagey, Muntpunt, Museum of Musical Instruments, Passa Porta

 

Public funding

Nationale Bank, Nationale Loterij meer dan spelen, Stad Brussel, Visit Brussels, Vlaamse Gemeenschap

 

Media partners

BRUZZ, De Standaard, La Première, La Trois, Le Soir, Musiq3, Radio 1, Ring TV, VRT Eén, VRT Canvas, VRT Max

 

Festival suppliers

Daniel Ost, Drukkerij VD, Maison Dandoy

Partner banner Proximus