Alexandre Kantorow
Keys to the Soul
Where Is Home?
Thuiskomen in muziek
Een man stapt het podium op, cello in de hand. Hij kijkt de zaal in, spreidt zijn armen en zegt: ‘Welkom. Vanavond zijn jullie geen toehoorders, maar deelnemers. Onze ontmoeting is een uitwisseling.’ Dan begint hij te zingen en te spelen, en wordt alles duidelijk. Als een levende antenne capteert hij de energie van het publiek en stuurt die in veelvoud terug. De zaal wordt een woonkamer. Wie erbij was, gaat als een ander mens naar huis.
Ongeveer zo verloopt een concert van Abel Selaocoe. Samen met de charismatische cellist, zanger en componist heten we je hartelijk welkom op het 21e Klarafestival. Als festivalartiest speelt Selaocoe drie concerten die het hele spectrum van zijn muzikale wereld bestrijken. Van traditionele muziek uit zijn geboorteland Zuid-Afrika tot barok, jazz, hedendaags klassiek en improvisatie: al die invloeden smelt hij om tot een uniek oeuvre in het teken van identiteit en culturele uitwisseling.
Aan het debuutalbum van Selaocoes eigen Bantu Ensemble ontlenen we het thema van deze festivaleditie: Where Is Home? Het is een open vraag met ontelbare antwoorden – zeker in het superdiverse Brussel met zijn 180 nationaliteiten en 100 talen. Onze hoofdstad is een draaischijf. Een toevluchtsoord. Een tijdelijke of permanente thuisbasis voor talloze mensen, elk met hun eigen verhaal. Iedere dag prijzen we ons gelukkig dat we als festival in zo’n vruchtbare bodem mogen ankeren.
Klarafestival 2026 is een ode aan de stad waar we thuis zijn. Tijdens Muziekberg/Mont des Musiques palmen Brusselse musici één dag lang de Kunstberg in, van het Muziekinstrumentenmuseum tot Bozar, van de Ravensteingalerij tot de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten. En zowel Radio Lomax als het koor Les Invisibles (La Voix des Femmes Sans Papiers) vertolken Brusselse liederen met uiteenlopende wortels.
Een zo breed mogelijk publiek laten ervaren dat klassieke muziek springlevend is: dat is onze missie. Zelfs de meest vertrouwde werken klinken als nieuw in de handen van de avontuurlijke musici met wie we ons omringen. Laat je verrassen door Bachs Johannespassie onder de baton van Maxim Emelyanychev. Verbaas je over Beethoven en Strauss met het Orchestre Philharmonique du Luxembourg. Herontdek Chopin en Skrjabin in een uitvoering door Alexandre Kantorow. Of maak kennis met klavierfenomeen Anthony Romaniuk: net als Abel Selaocoe vervlecht hij eigen muziek met bestaand repertoire, van Bach tot Björk.
Dit festivalprogramma telt wel meer muzikaal gelijkgestemden. Zo voltooide Annelies Van Parys de 8e symfonie van haar oud-leraar Luc Brewaeys. Pianisten Kris Defoort en Stephane Ginsburgh brengen een hommage aan hun vriend Philippe Boesmans, die 90 jaar zou zijn geworden in 2026. Abel Selaocoe op zijn beurt improviseert met oude én nieuwe zielsverwanten, en vertolkt met Brussels Philharmonic een gloednieuw celloconcerto van de Amerikaanse componiste Jessie Montgomery.
Dit alles zou niet mogelijk zijn zonder de steun van onze partners in Brussel en daarbuiten. Bozar, Flagey, De Munt, Ancienne Belgique, Brussels Philharmonic, Belgian National Orchestra, Passa Porta, BNA-BBOT en de Luc Brewaeys Foundation dragen bij aan het unieke DNA van Klarafestival. Onmisbare private partners zijn KPMG Belgium, Proximus, Brugse Zot, Gimv/WorxInvest en Interparking. We waarderen de steun van de Vlaamse Gemeenschap, de Vlaamse Gemeenschapscommissie, het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de Nationale Loterij. De samenwerking met VRT en Klara is dan weer het geheim van ons succes als omroepfestival. We zijn dankbaar voor het enthousiaste publiek dat ons volgt, zowel in de concertzaal als thuis via de radio en VRT MAX.
Voor Abel Selaocoe is ‘thuis’ veel meer dan een gebouw of een plek. ‘Het kan een spirituele ruimte zijn. Het kunnen mensen zijn. (...) Het kan iets zijn dat je vindt op je omzwervingen.’ Zeven jaar lang was Klarafestival ‘thuis’ voor intendant Joost Fonteyne. Zijn zin voor avontuur en maatschappelijke verbinding spreekt meer dan ooit uit dit festivalprogramma. In april 2026 vervolgt hij zijn tocht, en geeft hij de fakkel door aan Jan Van den Borre. Veel dank, Joost, voor de mooie jaren!
Het Klarafestivalteam
Joost Fonteyne, intendant
Jan Raes, voorzitter
Chantal Pattyn, netmanager Klara
Alexandre Kantorow – piano
Coproductie: Flagey, Klarafestival
Franz Liszt (1811-1886)
Variations on ‘Weinen, Klagen, Sorgen, Zagen’ by J.S. Bach, S. 180
Nikolai Medtner (1880-1951)
Piano Sonata in F Minor, Op. 5
- Allegro
- Intermezzo: Allegro
- Largo divoto
- Finale: Allegro risoluto
Interval
Frédéric Chopin (1810-1849)
Prélude in C-flat Minor, Op. 45
Charles-Valentin Alkan (1813-1888)
25 Préludes, Op. 31
- VIII. Chanson de la folle au bord de la mer
Alexander Scriabin (1872-1915)
Vers la flamme, Op. 72
Ludwig van Beethoven (1770-1827)
Piano Sonata No. 32 in C Minor, Op. 111
- Maestoso: Allegro con brio ed appassionato
- Arietta: Adagio molto semplice e cantabile
Met Keys to the Soul nodigt de Alexandre Kantorow het publiek uit op een innerlijke reis. Hij biedt een recital dat geen loutere opeenvolging van meesterwerken is, maar een zorgvuldig opgebouwd parcours langs rouw en troost, innerlijke strijd en transcendentie, extase en verstilling.
Een passacaglia van verdriet en verzoening
Kantorow opent zijn recital met een van Liszts meest persoonlijke werken. De Variationen, S.180 zijn gebaseerd op het chromatische basso ostinato uit de cantate Weinen, Klagen, Sorgen, Zagen (BWV 12) van Johann Sebastian Bach. Hoewel Liszt zelf over ‘variaties’ spreekt, sluit de vorm nauwer aan bij de traditie van de passacaglia: een obsessief herhaald baspatroon dat het hele werk doordringt en een onontkoombare zwaarte creëert.
Liszt componeerde dit werk kort na het overlijden van zijn dochter Blandine in 1862, nauwelijks drie jaar na de dood van zijn zoon Daniel. De muziek ademt een diepe, ingekeerde rouw. Pas in het slot opent Liszt de weg naar verzoening. De overgang naar de toonaard fa groot en het citaat uit het koraal Was Gott tut, das ist wohlgetan brengen geen triomf, maar een ingetogen, berustende troost.
Een jonge Russische meester aan het woord
Drieëntwintig jaar is hij, de Russische componist Nikolaj Medtner, wanneer hij in 1903 zijn Eerste Pianosonate voltooit. Toch toont hij zich in deze sonate al als een rijpe pianist-componist, diepgeworteld in de Duitse klassieke erfenis, maar met een uitgesproken eigen stem. Invloeden van Bach, Beethoven, Chopin en Liszt klinken mee, maar tegelijk is alles volledig Medtner.µ
De vierdelige sonate ontvouwt zich als een psychologisch drama met de ziel als strijdtoneel: denkend, zoekend, twijfelend. Het onrustige eerste deel toont een sterke verwantschap met de meerstemmige schrijfwijze van Bach, die Medtner volledig inbedt in een typisch Russische melancholie en lyriek. De muziek zoekt koortsachtig naar houvast, zonder echte ontlading. Het daaropvolgende Intermezzo biedt schijnbare rust, maar blijft onderhuids dreigend. Het hart van de sonate is het Largo divoto: een ingetogen, bijna religieuze meditatie waarin twijfel en hoop elkaar afwisselen. De finale, Allegro risoluto, voert deze spanning naar een bevlogen climax.
Droomachtige sonoriteit
Chopins Prelude in do kruis klein, Op. 45, vormt een moment van introspectieve verstilling. In tegenstelling tot de korte, aforistische preludes uit zijn opus 28 ontvouwt het stuk zich als een genoteerde improvisatie. Daarbij maakt Chopin er een spel van om melodie en begeleiding langzaam in elkaar te laten overvloeien. Opmerkelijk is de sterk chromatische cadenza vlak voor het einde. Deze passage klinkt als een moment van vrije verbeelding, waarna het openingsmateriaal in verzachte gedaante terugkeert.
Innerlijke dramatiek aan zee
La Chanson de la folle au bord de la mer, uit de 25 Préludes, Op. 31 van Charles-Valentin Alkan, brengt een uitgesproken programmatische dimensie in het recital. In deze korte maar intense miniatuur schildert Alkan de mentale instabiliteit en verscheurdheid van een vrouw aan zee. Muzikaal vertaalt zich dat in een extreem registercontrast: een ijle, breekbare melodie in de hoogte tegenover een zware, dreigende bas die de onafwendbare beweging van de zee suggereert. Het gebruik van pedaal en resonantie geeft de piano hier een bijna orkestrale diepte en creëert een hypnotiserend klankbeeld.
Vlammen van transcendentie
Vers la flamme is een van de laatste werken van Aleksandr Skrjabin en belichaamt de visionaire stijl van de toen 42-jarige Russische componist. Nog geen jaar later sterft hij onverwacht aan een bloedvergiftiging. Deze korte poème is doordrongen van de theosofische ideeën over extase als scheppende kracht die Skrjabins denken in deze periode bepaalden: ‘In de vorm van gedachten is extase de hoogste vorm van synthese; in de vorm van gevoelens is extase de grootste gelukzaligheid; in de vorm van ruimte is extase bloei en vernietiging.’ Skrjabin verklankt zijn visie – die hij inspireert op het gedachtegoed van Friedrich Nietzsche – in de muziek met een onafwendbare beweging naar een punt van ontbranding. Trillers, tremolo’s en razendsnelle figuren maken de klank steeds instabieler, alsof de materie zelf begint te smelten. Voor Skrjabin staat het vuur symbool voor transformatie: vernietiging en wedergeboorte in één beweging. In de context van dit recital fungeert Vers la flamme als een moment van radicale ontgrenzing, waarin de ziel haar vorm dreigt te verliezen.
De ultieme sonate
Beethovens laatste pianosonate vormt het sluitstuk van Kantorows recital. Dit werk, gecomponeerd in 1822, bestaat uit slechts twee delen, een gedurfde breuk met de traditionele drie- en vierdelige vorm. Beide delen staan tegenover elkaar als uitersten van Beethovens muzikale universum.
Het eerste deel (Maestoso; Allegro con brio e appassionato) is stormachtig en gepassioneerd, zoals vele werken van Beethoven in do klein. De muziek lijkt voortdurend uit de grenzen van de piano te willen breken en stuwt vooruit met opzwepende syncopen, fugatische passages, stormachtige gebaren en scherpe harmonische verschuivingen. Hier klinkt dezelfde drang als bij Liszt: de piano als strijdveld, een plek waar menselijke wil botst met existentiële last.
Het tweede deel (Arietta: Adagio molto semplice e cantabile) in do groot opent met een thema van bijna naïeve eenvoud. In een reeks variaties wordt dit thema vervolgens geleidelijk uitgerekt en getransformeerd. Ritmische verfijning en bijna gewichtloze trillers voeren de muziek naar een sfeer van loslaten en verstilling.
Men zou Beethoven ooit gevraagd hebben waarom hij aan deze sonate geen derde deel toevoegde. Zijn laconieke antwoord luidde: ‘Ik had er geen tijd voor.’ Maar wie de sonate hoort, begrijpt dat een derde deel hier eenvoudigweg onmogelijk is. Dat is althans de mening van Wendell Kretschmar, personage uit de roman Doktor Faustus van Thomas Mann:
‘We moeten, zo zei hij, het werk slechts horen om zelf het antwoord te kennen. Een derde deel? Een nieuwe aanzet? Een terugkeer na dit afscheid? Onmogelijk! [De] sonate in het algemeen, als genre, als traditionele kunstvorm […] was hier tot een einde gekomen, tot haar voltooiing gebracht.’
Waldo Geuns
Pianist Alexandre Kantorow brak internationaal door toen hij in 2019 als eerste Fransman ooit de Eerste Prijs en de Grand Prix van het Internationale Tsjaikovskiconcours behaalde. Sindsdien werkte hij als solist samen met orkesten als Los Angeles Philharmonic, Orchestre national de France en Royal Philharmonic Orchestra en dirigenten als Jaap van Zweden, Vasily Petrenko en John Eliot Gardiner. Solorecitals brachten hem op de podia van o.a. Concertgebouw Amsterdam, het Wiener Konzerthaus, de Philharmonie de Paris en Wigmore Hall in Londen. In 2024 ontving Kantorow de vierjaarlijkse Gilmore Artist Award en werd hem de eretitel van Chevalier de l’Ordre national du Mérite toegekend.
Structural partners
Klara, KPMG
Event partners
Brouwerij Halve Maan, Gimv | Worxinvest, Interparking, Proximus
Cultural partners
Ancienne Belgique, Belgian National Orchestra, Bozar, Brussels Philharmonic, De Munt | La Monnaie, Flagey, Muntpunt, Museum of Musical Instruments, Passa Porta
Public funding
Nationale Bank, Nationale Loterij meer dan spelen, Stad Brussel, Visit Brussels, Vlaamse Gemeenschap
Media partners
BRUZZ, De Standaard, La Première, La Trois, Le Soir, Musiq3, Radio 1, Ring TV, VRT Eén, VRT Canvas, VRT Max
Festival suppliers
Daniel Ost, Drukkerij VD, Maison Dandoy