I Solisti & HIIIT
Talisker
Where Is Home?
Thuiskomen in muziek
Een man stapt het podium op, cello in de hand. Hij kijkt de zaal in, spreidt zijn armen en zegt: ‘Welkom. Vanavond zijn jullie geen toehoorders, maar deelnemers. Onze ontmoeting is een uitwisseling.’ Dan begint hij te zingen en te spelen, en wordt alles duidelijk. Als een levende antenne capteert hij de energie van het publiek en stuurt die in veelvoud terug. De zaal wordt een woonkamer. Wie erbij was, gaat als een ander mens naar huis.
Ongeveer zo verloopt een concert van Abel Selaocoe. Samen met de charismatische cellist, zanger en componist heten we je hartelijk welkom op het 21e Klarafestival. Als festivalartiest speelt Selaocoe drie concerten die het hele spectrum van zijn muzikale wereld bestrijken. Van traditionele muziek uit zijn geboorteland Zuid-Afrika tot barok, jazz, hedendaags klassiek en improvisatie: al die invloeden smelt hij om tot een uniek oeuvre in het teken van identiteit en culturele uitwisseling.
Aan het debuutalbum van Selaocoes eigen Bantu Ensemble ontlenen we het thema van deze festivaleditie: Where Is Home? Het is een open vraag met ontelbare antwoorden – zeker in het superdiverse Brussel met zijn 180 nationaliteiten en 100 talen. Onze hoofdstad is een draaischijf. Een toevluchtsoord. Een tijdelijke of permanente thuisbasis voor talloze mensen, elk met hun eigen verhaal. Iedere dag prijzen we ons gelukkig dat we als festival in zo’n vruchtbare bodem mogen ankeren.
Klarafestival 2026 is een ode aan de stad waar we thuis zijn. Tijdens Muziekberg/Mont des Musiques palmen Brusselse musici één dag lang de Kunstberg in, van het Muziekinstrumentenmuseum tot Bozar, van de Ravensteingalerij tot de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten. En zowel Radio Lomax als het koor Les Invisibles (La Voix des Femmes Sans Papiers) vertolken Brusselse liederen met uiteenlopende wortels.
Een zo breed mogelijk publiek laten ervaren dat klassieke muziek springlevend is: dat is onze missie. Zelfs de meest vertrouwde werken klinken als nieuw in de handen van de avontuurlijke musici met wie we ons omringen. Laat je verrassen door Bachs Johannespassie onder de baton van Maxim Emelyanychev. Verbaas je over Beethoven en Strauss met het Orchestre Philharmonique du Luxembourg. Herontdek Chopin en Skrjabin in een uitvoering door Alexandre Kantorow. Of maak kennis met klavierfenomeen Anthony Romaniuk: net als Abel Selaocoe vervlecht hij eigen muziek met bestaand repertoire, van Bach tot Björk.
Dit festivalprogramma telt wel meer muzikaal gelijkgestemden. Zo voltooide Annelies Van Parys de 8e symfonie van haar oud-leraar Luc Brewaeys. Pianisten Kris Defoort en Stephane Ginsburgh brengen een hommage aan hun vriend Philippe Boesmans, die 90 jaar zou zijn geworden in 2026. Abel Selaocoe op zijn beurt improviseert met oude én nieuwe zielsverwanten, en vertolkt met Brussels Philharmonic een gloednieuw celloconcerto van de Amerikaanse componiste Jessie Montgomery.
Dit alles zou niet mogelijk zijn zonder de steun van onze partners in Brussel en daarbuiten. Bozar, Flagey, De Munt, Ancienne Belgique, Brussels Philharmonic, Belgian National Orchestra, Passa Porta, BNA-BBOT en de Luc Brewaeys Foundation dragen bij aan het unieke DNA van Klarafestival. Onmisbare private partners zijn KPMG Belgium, Proximus, Brugse Zot, Gimv/WorxInvest en Interparking. We waarderen de steun van de Vlaamse Gemeenschap, de Vlaamse Gemeenschapscommissie, het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de Nationale Loterij. De samenwerking met VRT en Klara is dan weer het geheim van ons succes als omroepfestival. We zijn dankbaar voor het enthousiaste publiek dat ons volgt, zowel in de concertzaal als thuis via de radio en VRT MAX.
Voor Abel Selaocoe is ‘thuis’ veel meer dan een gebouw of een plek. ‘Het kan een spirituele ruimte zijn. Het kunnen mensen zijn. (...) Het kan iets zijn dat je vindt op je omzwervingen.’ Zeven jaar lang was Klarafestival ‘thuis’ voor intendant Joost Fonteyne. Zijn zin voor avontuur en maatschappelijke verbinding spreekt meer dan ooit uit dit festivalprogramma. In april 2026 vervolgt hij zijn tocht, en geeft hij de fakkel door aan Jan Van den Borre. Veel dank, Joost, voor de mooie jaren!
Het Klarafestivalteam
Joost Fonteyne, intendant
Jan Raes, voorzitter
Chantal Pattyn, nethoofd Klara
I SOLISTI – ensemble
HIIIT – ensemble
Klarinetkoor in samenwerking met Koninklijk Conservatorium Antwerpen, Koninklijk Conservatorium Brussel, KASK & Conservatorium Gent
Filip Rathé – muzikale leiding
Coproductie: Bozar, Klarafestival
In het kader van Fasten Seat Belts! Celebrating Luc Brewaeys 2025-2026
Luc Brewaeys (1959-2015)
Talisker
Te degusteren met nieuwsgierigheid
Eind maart 1993 wisten heel wat treinreizigers wellicht amper wat hen overkwam toen ze de imposante stationshal van Antwerpen-Centraal binnen liepen. Onderweg naar het perron kregen ze de klank van een arsenaal aan klarinetten, hoorns en percussie over zich heen. Ze waren getuige van de eerste uitvoering van Talisker. Het was de spectaculaire opener van Antwerpen 93, een festival om te vieren dat de stad zich een jaar lang Culturele Hoofdstad van Europa mocht noemen.
Luc Brewaeys, een zelfzekere spectralist
Luc Brewaeys liet zich op jonge leeftijd al opmerken door een ontwapenende combinatie van branie en intellect. In de verschillende biografische teksten die sinds zijn voortijdige overlijden in 2015 zijn verschenen, ontvouwt zich een helder beeld van de componist als een genereuze, getalenteerde en bijzonder creatieve persoonlijkheid. Dat beeld wordt nog versterkt door de vele persoonlijke getuigenissen van mensen met wie hij nauw samenwerkte. Wat telkens bovendrijft zijn het enthousiasme, de energieke bevlogenheid, de vakkennis, de liefde voor muziek en mensen, en de kunst om van het leven te genieten. Al deze aspecten vinden we ook terug in zijn muziek. Korte gelegenheidswerken of grootse symfonieën: elk werk is doordrongen van zijn unieke persoonlijkheid.
Met persoonlijkheid alleen bouw je natuurlijk geen muzikale taal. Voor Luc Brewaeys lag de sleutel tot compositie bij het spectralisme. In die stroming gaan componisten op zoek naar structuren en klanken door de interne opbouw van het geluid zelf te analyseren. De harmonische verhoudingen tussen de verschillende boventonen, die samen de klankkleur van een toon bepalen, zijn het uitgangspunt voor uiteenlopende muzikale realisaties. Brewaeys vertrekt doorgaans van een welbepaalde grondtoon en bouwt aan de hand van de boventonenreeks zijn muzikale vocabularium op.
Die fascinatie voor klank vertaalt zich niet alleen in een grondige studie van hoe klanken zijn opgebouwd – de analyse – maar voedt ook de zoektocht naar nieuwe, en vaak letterlijk ongehoorde klanken. Meestal ontstaan die door de uitgekiende combinatie van klassieke instrumenten, waarbij een nieuwe totaalklank ontstaat uit de optelsom van vele kleine klankdeeltjes. In enkele gevallen breidt Brewaeys zijn klankenarsenaal ook letterlijk uit met vreemde instrumenten zoals een badkuip, een stookolietank of een grote metalen vuilnisbak. Dat laatste was althans de bedoeling in Talisker, maar een veiligheidsvoorschrift van de brandweer stak daar een stokje voor.
Resonantie
De specifieke ruimte waarvoor Talisker gescheven is, zou de meeste componisten afschrikken. Net zoals in grote kathedralen is de extreem lange nagalmtijd van de grote stationshal in Antwerpen een akoestisch gegeven dat je niet kan uitschakelen. Maar als je ergens niets aan kan doen, kan je er wel iets mee doen. Luc Brewaeys besloot dan ook om die nagalmtijd van meer dan acht seconden te omarmen en zijn werk rond dat interessante akoestische fenomeen op te bouwen. Het is veelzeggend dat de componist later dat jaar zijn Symfonie Nr. 5 schreef en daarbij met elektronische middelen echo’s en resonanties creëerde. Deze vijfde symfonie kreeg trouwens de naam Laphroaig, net zoals Talisker een single malt whisky. Het is niet zo dat Brewaeys de eigenheid van de whisky in muziek wilde vatten, maar net zoals dit soort complexe dranken vraagt ook zijn muziek een bewuste, nieuwsgierige degustatie met een grote openheid voor onbekende paletten.
Door de extreme resonantie in de stationshal worden de klanken veel meer met elkaar vermengd dan in een concertzaal met een nagalmtijd van één tot anderhalve seconde. Zo kon Luc Brewaeys andere samenklanken creëren en instrumenten zelfs met zichzelf laten resoneren. Een van de speeltechnieken die hij daarvoor gebruikt is een oscillerende beweging: het snel afwisselen tussen twee verschillende tonen. Dankzij de nagalm ontstaat de illusie dat die tonen tegelijk klinken.
Een ander spitsvondig idee waarmee de componist graag speelt is het vermengen van verschillende klankkleuren. Door bijvoorbeeld de hoorn zachtjes te laten inzetten terwijl de galm van een luide noot op de klarinet nog aan het uitsterven is, ontstaat er een naadloze verbinding tussen beide instrumenten.
Deze zorgvuldige orkestratie hangt nauw samen met de unieke bezetting van Talisker. De partituur is geschreven voor een 22-koppig clarinet choir en zes percussionisten, aangevuld met solisten op klarinet, contrabasklarinet, hoorn en slagwerk. De combinatie van alle mogelijke klarinetten (van de kleine es-klarinet tot de indrukwekkend lage contrabasklarinet) met hoorn levert een vrij homogeen klankbeeld op. De percussie bestaat uit velinstrumenten (bongo’s en verschillende soorten trommels), melodisch slagwerk en allerlei gongs. Ook hier speelde de akoestiek een rol in de instrumentkeuze: klanken met een duidelijke aanzet blijven ritmisch leesbaar, ondanks de lange nagalm.
Zoals eerder vermeld, droomde Brewaeys van een grote metalen container als muziekinstrument. Deze zou op een bepaald moment vanop grote hoogte naar beneden vallen, met een hels lawaai als gevolg. Toen dat idee om veiligheidsredenen werd afgevoerd, vond de componist een waardig alternatief in het laten vallen van enkele cymbalen op het podium. Het resultaat is een sonore schok, precies waar Brewaeys naar op zoek was. (Al had hij ongetwijfeld ook wel genoten van de verbaasde blikken in het publiek mocht er effectief een container uit het plafond gevallen zijn). Cruciaal is echter wat volgt na de schok. Hoe komen andere klanken binnen nadat de luisteraar is opgeschrikt door een groot lawaai? Hoe beïnvloedt die verrassing de waarneming die erop volgt?
Een ander, veel subtieler effect ontstaat wanneer enkele klarinettisten spelen met hun klankbeker tegen een paukenvel. De trillingen van hun instrument worden verdergezet in de pauk, waarvan de toonhoogte met behulp van een pedaalsysteem kan worden geregeld. Zo creëert Brewaeys een nieuwe klankkleur met bestaande middelen, en bovendien een klankkleur die eveneens gebaat is bij een weelderige akoestiek. Diezelfde akoestiek verleent de muziek een zekere statische indruk, hoewel de partituur op zich behoorlijk ritmisch is.
Talisker in de Ravensteingalerij
In een artikel uit 1993 omschreef Eric Antonis, intendant van Antwerpen 93, de uitvoering van Talisker als ‘een klein mirakeltje’. Wellicht had niemand de grote impact van deze happening voorzien. Meer dan dertig jaar later is Talisker al vele malen opnieuw uitgevoerd, wat vrij uitzonderlijk is voor een locatieproject. De Ravensteingalerij in Brussel, ook een plek waar dagelijks talloze pendelaars voorbij komen, is een interessante ruimte voor deze compositie. Een deel van de muzikanten wordt opgesteld in de hogere galerijen en beweegt langs de trappen door de ruimte. Het resultaat is een ervaring waarbij je zelf op de favoriete plek van Luc Brewaeys staat: midden in de klank.
Klaas Coulembier
I SOLISTI
I SOLISTI begon 30 jaar geleden als blazersoctet en groeide onder leiding van oprichter en artistiek directeur Francis Pollet uit tot een internationaal productiehuis. Het ensemble bestaat uit een vaste kern van 25 musici, elk met een stevige reputatie als solist, orkest- of kamermuzikant, die afhankelijk van het project wordt uitgebreid of ingeperkt. I SOLISTI verenigt conceptueel en dramaturgisch denken met kwalitatieve uitvoeringen in originele projecten, van intieme kamermuziek en imposante meesterwerken tot nieuwe creaties en opera- en muziektheater. Daarnaast biedt het ensemble kansen aan jonge muzikanten en componisten met de I SOLISTI ACADEMY.
HIIIT
Slagwerkensemble HIIIT (voorheen Slagwerk Den Haag) is een eigenzinnige groep musici die de grenzen van de nieuwe muziek verkent vanuit een nieuwsgierigheid naar ritme en klank in al hun vormen. Het ensemble wil actief de slagwerkmuziek vernieuwen en breidde het repertoire uit door samenwerkingen met componisten als Mauricio Kagel, John Cage, Karlheinz Stockhausen, Steve Reich en Michel van der Aa. Daarnaast voert HIIIT artistiek onderzoek naar klank, structuur en speelwijze, gebruikmakend van traditioneel slagwerk, zelfgebouwde instrumenten en elektronische middelen. Daarbij staat het open voor interdisciplinaire projecten met makers uit kunstvormen als dans, theater en beeldende kunst.
Filip Rathé
Dirigent en componist Filip Rathé studeerde piano en directie aan het Koninklijk Conservatorium Gent. Nadien vervolmaakte hij zich als dirigent bij László Heltay en Pierre Cao, en studeerde hij compositie bij Lucien Goethals en musicologie bij Herman Sabbe. Sinds 1993 is Rathé artistiek leider en dirigent van het ensemble SPECTRA voor hedendaagse muziek, waarmee hij ruim 200 nieuwe werken creëerde in Europa en Zuid-Amerika. Daarnaast werkte hij als gastdirigent met o.a. Symfonieorkest Vlaanderen, Brussels Philharmonic, HYOID, HERMESensemble en Musiques Nouvelles. Zijn werk als componist werd uitgevoerd door ensembles als het Vlaams Radiokoor, ASKO, Kremerata Baltica en de Neue Vocalsolisten Stuttgart.
Structural partners
Klara, KPMG
Event partners
Brouwerij Halve Maan, Gimv | Worxinvest, Interparking, Proximus
Cultural partners
Ancienne Belgique, Belgian National Orchestra, Bozar, Brussels Philharmonic, De Munt | La Monnaie, Flagey, Muntpunt, Museum of Musical Instruments, Passa Porta
Public funding
Nationale Bank, Nationale Loterij meer dan spelen, Stad Brussel, Visit Brussels, Vlaamse Gemeenschap
Media partners
BRUZZ, De Standaard, La Première, La Trois, Le Soir, Musiq3, Radio 1, Ring TV, VRT Eén, VRT Canvas, VRT Max
Festival suppliers
Daniel Ost, Drukkerij VD, Maison Dandoy