Tijdens Klarafestival 2022 trakteert de Franse sopraan Sabine Devieilhe het publiek op Benjamin Brittens liederencyclus Les Illuminations, samen met het Bayerisches Staatsorchester. Nieuwsgierig naar haar affiniteit met het werk van Britten, een repertoire waarin ze nog niet veel te horen was, stelden wij haar een reeks vragen.
Het is niet de eerste keer dat u naar Brussel komt. U zong eerder al verschillende opera's en recitals in de Munt (o.a. de rol van Eurydice in Orpheus en Eurydice van Gluck en de rol van de Koningin van de Nacht in De Toverfluit van Mozart), en ook in Bozar. Wat is uw indruk van het culturele leven in België, en in Brussel in het bijzonder?
"Er is zelfs nog meer: ik maakte mijn professionele debuut zo'n tien jaar geleden tijdens Klarafestival in België met Les Ambassadeurs. Ik was toen nog een piepjonge zangeres en Alexis Kossenko had me gevraagd een programma rond Rameau te brengen, en daarnaast ook de Schottische Lieder van Beethoven te zingen samen met Alain Buet, in een kleinere kamermuziek-bezetting. Ik ken het festival en zijn levendigheid - die ongeëvenaard is - dus goed. Het festival heeft een bijzondere smaak voor muzikale merkwaardigheden en het publiek is er ook echt aanwezig, zelfs voor dingen die minder mainstream zijn. Ik kijk ernaar uit om opnieuw te mogen zingen in deze prachtige omgeving."
Voor het concert tijdens Klarafestival 2022 werkt u samen met het Bayerisches Staatsorchester. Is dit de eerste keer dat u met hen samenwerkt?
"Nee, dit zal de tweede keer zijn. De eerste keer was midden in de pandemie voor een productie van De Toverfluit, die als bij wonder de storm overleefde. Het waren verre van ideale omstandigheden om nieuwe muzikanten te ontmoeten: alle interacties met mijn collega's op de set, en natuurlijk ook met de mensen in het orkest, werden ingeperkt om besmettingen te voorkomen, ook al werden we vaak getest. Voor het komende concert, met een meer verfijnde orkestratie en dus een kleinere bezetting, krijg ik eindelijk de kans om de muzikanten te ontmoeten."
Hoe kwam het orkest bij u terecht?
"Ik had Benjamin Brittens Les Illuminations al eens eerder gebracht met het Rundfunkorchester Berlin onder leiding van Vladimir Jurowski. Hij stelde voor om het werk opnieuw te zingen, maar dan met zijn eigen orkest, het Bayerisches Staatsorchester in München."
Het lijkt een grote stap: van het Franse repertoire van de vroege 20e eeuw, waarin u misschien het meest bekend bent, naar Britten. Had u al een bepaalde affiniteit met de muziek van Britten? U was bijvoorbeeld al vertrouwd met de teksten van de grote symbolisten als Rimbaud dankzij uw rol als Mélisande in Debussy's Pelléas et Mélisande, op tekst van Maeterlinck.
"Wat me erg ontroert aan Les Illuminations is de zeer nauwe band tussen Rimbaud en Britten. Ik kende Britten omdat ik zijn muziek gezongen heb toen ik nog student was, als de jonge Lucia in The Rape of Lucretia. Ik werd verliefd op het personage en de muziek, die buitengewoon helder getoonzet is. Britten orkestreert graag met licht en schaduw, en vooral in zijn schrijfwijze voor sopraan heeft hij een voorkeur voor een erg etherische en glinsterende textuur. In Les Illuminations vind ik dit bijna sprookjesachtige aspect ook terug; het past zo goed bij de poëzie van Rimbaud en helpt om het onbewuste weer te geven. Het werk bevindt zich pal in de modernistische poëzie en opent de deur naar het onbewuste en de premissen van de psychoanalyse. Ik vind dat een heerlijk speelveld."
Leidt Brittens compositiestijl tot een ander gebruik van uw stem?
"Het is natuurlijk anders, maar uiteindelijk draait het voornamelijk om theater. Vladimir Jurowski maakt er een punt van om Les Illuminations op een erg theatrale manier uit te voeren. In deze context, een recital met een orkest, kan alleen ik de tekst overbrengen. Je moet het kleurrijke en declamatorische van Rimbaud waarneembaar maken, ook al is het in een voor het publiek vreemde taal. We hadden het bijvoorbeeld over de rol van de verteller als een soort circusdirecteur die de avond aankondigt. De eerste gedichten doen denken aan een fanfare: de verzen zijn heel declamatorisch en "recto tono", op één enkele noot. Het is een heel bijzondere manier om de stem te projecteren. Bovendien wat ongebruikelijk voor mij, omdat de textuur van mijn stem nogal licht is. Ik kruip zowaar in de huid van een kameleon; een geweldige ervaring. Op twintig minuten tijd mag ik niet alleen voluit reciteren, maar ook die etherische textuur brengen waar ik eerder over sprak. Het vierde stuk heeft ook iets weg van een serenade: het orkest begeleidt me ‘pizzicato’, een beetje zoals een gitaar. Het doet me denken aan Don Giovanni die onder het raam zingt. Les Illuminations is eigenlijk heel volledig qua stemgebruik."
Hebt u bij het bestuderen van dit werk bijzonderheden ontdekt die u met ons wilt delen?
"Ik vind het erg ontroerend om bij een werk als dit terug te grijpen naar de persoon aan wie het werk is opgedragen. Het is vaak door tenor uitgevoerd, maar eigenlijk is het oorspronkelijk gecomponeerd voor sopraan Sophie Wyss. Ik had de gelegenheid om de aandoenlijke briefwisseling tussen Britten en Wyss te lezen. Hij stuurde haar brieven samen met de eerste twee melodieën (de term ‘melodie’ verwijst hier naar het verfijnde Franse melodie-genre uit de 19e eeuw, red.), die ze zou uitvoeren tijdens een recital. Daarin vroeg hij haar om zo dicht mogelijk bij de tekst te blijven, en zich niet te laten meeslepen door de lyriek. Dit alles ging vergezeld van zinnetjes als: "Maar natuurlijk weet ik dat jij, mijn lieve vriendin, beter dan wie ook weet hoe je dat moet doen, enz.” Ik vind het belangrijk door te dringen tot de ontstaanscontext van een werk, of het nu gaat om een orkestmelodie zoals deze of een grote opera. Ik probeer dat altijd te doen, om uiteindelijk het gewenste effect van de componist te bereiken. De partituren van Britten bevatten heel wat aanwijzingen voor het orkest en voor de zangstem - daar nog een schriftelijke correspondentie van de componist bij te hebben waarin hij zijn opzet uit de doeken doet, is van onschatbare waarde".
U voert een breed scala aan repertoire uit, van Händel tot vroeg 20ste-eeuws Frans repertoire, en nu Britten. Heeft u een favoriet?
"Niet noodzakelijk. Ik heb het gevoel dat telkens wanneer ik een werk op een toegewijde manier instudeer, ik me bedenk: "Dat is het, ik heb eindelijk mijn lievelingsrepertoire gevonden". Op dit moment ben ik verliefd op Ambroise Thomas omdat ik er helemaal in opga. Het mooie vandaag is dat de carrière van een zangeres niet meer echt gewijd is aan één repertoire. We zijn erg veelzijdig, en springen van het ene repertoire naar het andere. Ook voor de gezondheid van mijn stem helpt het me om van een vrij lyrisch repertoire met veel musici in de orkestbak over te kunnen schakelen op meer verfijnd repertoire, of om terug te gaan naar oude muziek of zelfs naar een hedendaagse creatie. Eigenlijk specialiseer ik me graag in een repertoire op het moment dat het zich aandient, en behoud ik tegelijk graag de veelzijdigheid die mijn carrière me toestaat. Aan het begin van een seizoen probeer ik die dingen in evenwicht te brengen.”
Laten we terugkeren naar Klarafestival: het thema van deze editie is "Let's stick together", om het plezier te vieren om opnieuw live concerten te beleven, na bijna twee jaar van lockdowns en streamings. Wat is voor u, als zangeres, op dit moment een van de grootste uitdagingen?
Het vertrouwen van het publiek terugwinnen. In Frankrijk, en ik denk ook in België, draagt het publiek nog steeds een mondmasker, en de mensen boeken hun kaartjes heel last-minute. Je moet hun vertrouwen terugwinnen om terug naar de concertzaal te komen, en dan, als ze er eenmaal zijn, moet je ze laten zien hoeveel deugd dat doet, en hoeveel verwondering en enthousiasme ermee gepaard gaan. Vandaag nog meer dan voorheen, probeer ik van elk concert een ontmoeting met het publiek te maken. Ten slotte denk ik dat deze pandemie me heeft geleerd hoezeer we mensen nodig hebben om levende kunst te maken, en om een misschien onvolmaakte maar wel ‘live’ voorstelling te brengen."
Denkt u dat muziek een belangrijke rol kan spelen in de hedendaagse maatschappij?
"COVID heeft de ongelijkheid vergroot. Mensen de gelegenheid bieden om schoonheid te horen en muziek te ervaren is voor mij een van de mooiste voorbeelden van elkaar de hand te reiken. Meer dan ooit moeten theaters zich openstellen voor scholen, bejaardentehuizen en geïsoleerde bevolkingsgroepen.”